De historie van de kip en het ei

Wat was er eerder, de kip of het ei? Het antwoord is te vinden in het Nederlands Pluimveemuseum - zeggen ze daar....

En naar buiten, want een van de nieuwe onderdelen is een tuin met de achttien officiële Nederlandse pluimveerassen. De Nederlandse uilebaard, het Friese hoen, het Hollandse kuifhoen en de Eikenburger kriel stappen rond, elk in een eigen ren. En natuurlijk de Barnevelder, een bruine kip die gespikkelde eieren legt en bekend is om zijn trotse uitstraling.

Binnen is de geschiedenis te zien van de huiskip, zo'n vijfduizend jaar geleden begonnen met het wilde Bankiva-hoen. En de historie van de pluimvee-industrie, die eindigt met de hypermoderne machines uit de opfok- en legbedrijven, pakstations, eiersorteer- en verwerkingsfabrieken. Het woord 'batterij' valt niet, maar levensgrote foto's laten wel degelijk zien dat de kip tegenwoordig krapjes zit. Wat een verschil met de stal van een eeuw terug - de stront ligt nog onder de stokken. Eieren werden in rieten manden naar de veiling gebracht. Bij de kruidenier lagen ze in een glazen bokaal te wachten op de klant, die ze meekreeg in een papieren zak.

Onder meer dankzij erfenissen en schenkingen bezit het museum een schat aan oude machines. Zoals de houten kasten waarin kuikens werden uitgebroed en sorteerapparaten die doen denken aan ingenieuze sjoelbakken. Boven een soort lichtbak werden eieren 'geschouwd' op versheid en eventuele breuken. Bezoekers mogen het zelf proberen. Net als 'mijnen' in de veilingzaal, waar kip- en eierprodukten, zoals flessen advocaat, worden geveild. Maar het leukste onderdeel is bestemd voor kinderen. In een grote bak zitten eendagskuikens: die mag je even vasthouden.

Meer over