De helm vervangen door een pruik

HET WAS een van de minst bloedige tv-beelden uit Oost-Timor, maar tegelijk een van de meest schokkende. Een Indonesische soldaat zit even uit te blazen....

Dat beeld is één bewijs van de samenwerking tussen de pro-Indonesische milities en het Indonesische leger. Er waren er al meer, want de VN-missie die de volksraadpleging in Oost-Timor moest begeleiden heeft haar ogen niet in haar zak gehouden.

Zo wisten de VN dat de geheime dienst van het Indonesische leger op 24 juli op een bijeenkomst met pro-Indonesische militieleiders had besloten tot een terreurcampagne. Die zou worden geleid door vijf specialisten van de geheime dienst. De Halilintar-militie zou zesduizend man gereed houden om zodra de uitslag bekend was 'de pro-Indonesische bevolkingsgroepen naar West-Timor te brengen'.

Nu was de veiligheid van de Jakarta-getrouwe minderheid in Oost-Timor inderdaad officieel aan de milities toevertrouwd. Sinds president Habibie in januari plotsklaps beloofde dat de Oost-Timorezen zelf mochten kiezen of ze bij Indonesië wilden blijven, waren die burgerwachten inderhaast opgericht om te helpen bij het handhaven van de orde rond het referendum. Maar het waren juist de milities die een terreurcampagne ontketenden, om de voorstanders van onafhankelijkheid zo bang te maken dat die niet zouden durven stemmen.

Die opzet is als door een wonder mislukt. De kiezers stroomden naar de stembus om een toekomst als Indonesische provincie af te wijzen. En wat niemand had durven hopen gebeurde: de pro-Indonesische milities onthielden zich die dag van geweld. Oost-Timor bleef rustig – totdat de uitslag bekend werd gemaakt.

Vijf dagen van bijna volmaakte vrede, en dan ineens weer die meedogenloze achtervolging van iedereen die niet vóór de milities was. Het leek haast geregisseerd. Maar door wie? En waarom? – Het ligt voor de hand de regie te zoeken bij de Indonesische militairen. Veel officieren hebben jaren in het roerige Oost-Timor moeten vechten en hebben er kameraden zien sneuvelen. Na er bijna een kwart eeuw de dienst te hebben uitgemaakt zijn de militairen van één ding overtuigd: Oost-Timor is van ons. Ze verachten president Habibie, die het gebied zomaar opgeeft.

Maar ligt de hoogste regie ook bij de hoogste militair van Indonesië? Bij generaal Wiranto, die niet alleen chef-staf is, maar ook minister van Defensie? Sommige politieke analysten in Jakarta, menen dat Wiranto werkelijk niet in staat is een einde te maken aan het rampokken. De officieren die Oost-Timor niet kwijt willen zouden wellicht in opstand komen als ze bevel kregen op te treden tegen de milities.

Als die analyse klopt, zal het geweld in Oost-Timor waarschijnlijk pas ophouden als de milities en hun beschermheren hun doel hebben bereikt. Maar wat is dat doel ? Is het pure wraaklust, die over een paar dagen misschien is uitgewoed? Of moeten alle voorstanders van onafhankelijkheid worden verdreven? Maar wat willen de achterblijvers met een ontvolkt Oost-Timor?

Of klopt die analyse niet, en hopen ze toch dat Wiranto snel ingrijpt? Ook dan zou het gezag van de Indonesische militairen over Oost-Timor immers (voorlopig) zijn hersteld.

Het antwoord op die vragen is van belang. Want bij een eventuele VN-interventie in Oost-Timor is het nuttig tevoren te bedenken welke gevolgen die kan hebben voor Habibie, voor Wiranto, en voor Indonesië als geheel.

Meer over