De Hel met z'n kasseien kan best betoverend zijn

Tristan Hoffman voelt zich elk jaar weer uitgedaagd door de stuiterweggetjes tussen Parijs en Roubaix...

Ten minste één iemand vindt het wel vermakelijk dat Tristan Hoffman (31) er deze middag thuis in het Belgische Nieuwmoer, even onder Roosendaal, nogal gehavend bij zit. De linkerknie van de renner is bepleisterd en zit stevig in het verband, de linkeronderarm is lelijk toegetakeld. Telkens als Hoffman de broekspijp dan wel de mouw oprolt straalt dochter Iris van plezier.

'Papa pijn, hè?', speelt de getroffene.

Iris - sinds twee dagen twee jaar - heeft eerder pret dan mededogen.

'Papa au', probeert het slachtoffer met ernstig gezicht.

Iris kan er geen genoeg van krijgen.

Lachen doet papa ook graag, ook op deze gedwongen rustdag. Helaas kent de wielerwereld geen trui voor de meest opgewekte renner, anders was hij allang een kampioen. Zelfs een onvoorziene gang naar het ziekenhuis heeft zo zijn vermakelijke kanten.

Zondagmiddag belandde Hoffman als gevolg van een val op de Eikenberg in het ziekenhuis van Oudenaarde (Vlaamse Ardennen), nog terwijl zijn collega's de finale van de Ronde van Vlaanderen reden. Daar lag hij dan, eerst op de kasseien, vervolgens op de behandeltafel. En maar wachten, wachten, wachten.

Zolang duurde het wachten dat Hoffman op zeker moment bij een verpleegkundige informeerde of er misschien een dokter genegen zou zijn een kijkje te komen nemen. ''t Is koers, hè..', luidde het antwoord. Ja hallo, de Ronde van Vlaanderen was nog aan de gang. 'Mooi toch, die Belgen?', lacht Hoffman. Nee, met de klaaglijke patiënt heeft hij niet zoveel op.

Morgen is het weer koers en wel eentje waarnaar Hoffman elk jaar reikhalzend uitziet. De Hel kan wel degelijk betoverend zijn. Parijs-Roubaix, de kasseienkoers, staat op het programma en waar veel renners alleen al terugdeinzen bij de gedachte aan al die 'stuiterweggetjes' in het Noord-Franse land veert Hoffman juist op.

In letterlijke zin opveren zit er deze middag even niet in want de gekwetste knie laat zich nog voelen. Thuis op de bank kijkt Hoffman naar Gent-Wevelgem, ook zo'n koers die hem goed ligt. Als de Let Piziks - een ploeggenoot bij de Deense World Online-equipe - in de finale tot tweemaal toe uit de kopgroep lijkt weg te springen bestaat Hoffmans blessure even niet en springt hij op van de bank. Maar Piziks redt het niet.

Zelf redt Hoffman het wel voor zondag, zo schat hij in. Het zal wel meevallen met de verwondingen, blikt hij vooruit op de koers die hij vorig jaar als vierde beëindigde en die hij ook in de jaren voordien altijd sterk reed. De knie en de arm zullen wel weer flinke optaters krijgen maar belangrijker is hoe het hoofd zich houdt.

'Zo val je nooit, ik ben de laatste vijf jaar geen keer onderuit gegaan, en zo val je achter elkaar.' Vorige maand in Parijs-Nice was hij betrokken bij een valpartij, later in Dwars door Vlaanderen kwam hij wéér op die knie terecht en zondag in de Ronde van Vlaanderen was het twee keer raak. 'Nu moet ik er niet te veel over gaan denken, over dat vallen, want dan gebeurt het juist.'

Als er nu één wedstrijd is waarbij de kans op vallen behoorlijk groot is dan is het wel Parijs-Roubaix. Zeker, bevestigt Hoffman. Hij reed eens achter Franco Ballerini, tweevoudig Hel-winnaar, 'en hoe die een keer een bochtje nam op zo'n kasseienstrook... Ik dacht: dat kán helemaal niet, dat gaat helemaal fout! Maar je doet het zelf ook, da's het gekke, want je moet wel.'

Over kasseien rijden is een vak apart. 'Als je wat groter bent, zoals ik, en een beetje gewicht meeneemt dan helpt dat volgens mij wel.' Bij het denderen over die verdomde steentjes kun je maar het best het gewicht een beetje naar achteren verplaatsen, is Hoffmans ervaring. Het materiaal moet kloppen, vanzelf. Een brede band, niet te hard opgepompt, geen verende voorvork.

'Maar ik ben niet zo'n materiaalfreak hoor. Ik vind het wél belangrijk dat de fiets mooi is. Wij hebben nu zo'n mooi zwart frame, prachtig vind ik dat.'

Om een goede Parijs - Roubaix te rijden is het vooral van belang niet steeds voor de verleiding te bezwijken om voortdurend in het 'gootje' te gaan rijden. 'Dat deed ik in de Ronde van Vlaanderen op de Eikenberg en als er dan voor je iets mis gaat lig je zo op de grond. Ik had echt veel beter midden op de kasseien kunnen doorstoempen.'

Daarenboven: rijden in het 'gootje' maakt de kans op een lekke band bepaald niet kleiner. Juist vlak naast de kasseienstrook schuilt het gevaar van de puntige uitsteeksels. 'Je hoort wel eens van die renners die Parijs-Roubaix als een circuswedstrijd zien. Dat vind ik onzin. Iedere koers vereist specifieke kwaliteiten.'

Met het klimmen der jaren is Hoffman tot het inzicht gekomen dat parkoerskennis veel belangrijker is dan hij aanvankelijk dacht. 'Ik heb er spijt van dat ik veel van die bergjes in de Ronde van Vlaanderen te weinig heb getraind. Het is heel belangrijk om precies te weten waar welke moeilijkheid zit.' Van Parijs-Roubaix kent hij de moeilijkste kasseienstroken uit en te na.

Verplichte trainingskost zijn de nieuwe kasseienstroken die de renners zondag, vlak voor het binnenrijden van het beruchte Bos van Wallers, voor de wielen krijgen. 'Dat is een plek waar je je niet moet laten verrassen. Maar een van de latere stroken met allerlei bochten, er ligt daar ook altijd gravel, is eigenlijk veel lastiger.'

In 1999 naakte een podiumplaats - 'Tenminste, dat gevoel had ik' - toen Hoffman met Léon van Bon in een indrukwekkende inhaalrace tot de vijf koplopers naderde. Van Bon vond aansluiting, Hoffman kreeg op het cruciale moment een lekke band.

'Toch kijk ik ook op die Parijs-Roubaix met plezier terug want ik heb er wel het gevoel van gekregen dat ik mijn specialiteit heb gevonden. Vlaanderen, Parijs-Roubaix, dat zijn klassiekers waarin ik met de besten mee kan. Dat geeft wel een merkwaardig soort spanning. Helemaal strak van de stress sta ik ook weer niet aan de start maar een beetje dollen is er niet meer zo bij.'

Meer over