De hel die ook wel 'Pretpark' heet

Beeld Robin de Puy

Pretparken bestaan uit weinig pret en veel wandelen. Bijna alle tijd wordt er besteed met vermoeid sloffen tussen de attracties. Het woord attractie betekent iets wat aantrekt en dat doet het dan ook. Kilometers en kilometers lang, als een fata morgana aan het eind van die lange, slingerende weg. Daar schijnt iets leuks te zijn waarin je vijf minuten mag zitten alvorens je weer op het meanderende pretparkasfalt wordt gedumpt. Vijf minuten lang genieten van een beweging die veroorzaakt wordt door iets anders dan de ene vermoeide voet voor de andere plempen.

Die vijf minuten krijg je niet cadeau. Als je de pretbestemming hebt bereikt, wacht eerst een zware proef: de rij. Pas als het je lukt drie kwartier te schuifelen in het tempo waarin de continenten over de aardmantel schuiven, heb je recht op die vijf minuten doldwaze pret.

Waarom, zo vraagt de argeloze bezoeker zich af, staan al die dingen zo godgeklaagd ver uit elkaar? Bij de kermis staan de achtbaan en het spookhuis toch prima strak tegen elkaar aan gepropt? Dat kan dus wèl.

Welnu, hoe langer de wegen, hoe meer dolende zielen je tegelijkertijd kunt opsluiten in je verdienmodel. Golf na golf, de walking dead, ruziënd, dorstig en hongerig, op weg door het dorre Mordor, snakkend naar Fristi en patat.

Deze martelgang, deze Via Appia van vermaak, wordt opgefleurd met bomen, struiken en olijke prullenbakken. Uit paddestoelen en lantaarnpaaltjes klinkt kleutermuziek en er banjeren gekostumeerde figuren rond. Dat stelt gerust: de uitbaters van deze zevende ring van de hel zijn er heus niet op uit u ongelukkig te maken (dat is slechts een leuke bijkomstigheid). Hun doel is de shitzooi verkopen in de giftshops, de luchtsluis waar je doorheen moet, de enige in- en uitweg, waar je een interessante uitdaging ervaart in hoever je bereid bent te gaan in het opvoeden van je kinderen: koop je er niks om hun frustratietolerantie op te rekken of geef je wat geld uit aan enige rust tijdens de autorit naar huis?

Lang vermeed ik dit feest ten faveure van de dierentuin. Daar zaten de attracties tenminste vlak naast elkaar weg te kwijnen in kleine kale betonhokken, zodat je met een minimum aan wandelen een bonte afwisseling zag van depressies en neuroses. Helaas, door voortschrijdend inzicht mogen die dieren in steeds grotere terreinen draven, zodat de wandeling van Savanne naar Regenwoud naar Poolkap steeds meer voelt alsof je de werkelijke afstand tussen de betreffende klimaatzones aflegt. Bovendien: we weten nu wel hoe die beesten eruitzien. Ik bedoel: een zebra? Kom op.

Nee, dan de dierentuin van Benidorm. Het was buiten het toeristenseizoen, dus de toegangskaartjes bedroegen slechts 150 euro de man of zoiets. Niet alleen liepen we ons de pleuris met onze brullende broekpoepende huilkinderen, maar er waren geen dieren. Gewoon geen. Naar de krokodillen: geen krokodil. Stekelvarken: niet één stekel. Uuuuuren liepen wij door een postapocalyptische zoo, met nergens een teken van leven. We hoorden ze wel, en lange tijd gaf dat ons hoop dat we in de buurt van iets opwindends waren, totdat we ontdekten dat het gebrul en gekwaak uit boxjes kwam.

Boxjes. Echt waar.

Uiteindelijk kwamen we bij de livepaardenshow. Iets met cowboys of zo. Stampende muziek, zwaaiende lampen - maar eerst drie kwartier wachten.

Ze komen zó jongens. Héél even nog. Elke moment nu. Niet huilen. Alsjeblieft jongens, niet huilen.

Reageren? t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over