De harde leerschool van bisschop Eijk

De omstreden uitspraken van bisschop Eijk over homoseksualiteit werpen ook hun schaduw over Rolduc, het Limburgse seminarie waar hij les gaf....

'U gaat een verhaal schrijven over Rolduc?', vraagt rector dr. J. Vries. 'Ook over de priesteropleiding?'

'Ja, ook over het groot-seminarie.' Over de kuusj en de kraai.

'Dat was de tijd van het filosoficum', zegt de rector, toen de meeste kostschooljongens nog voor het priesterschap kozen en na de humaniora aansluitend twee jaar filosofie studeerde.

In een van de binnentuinen van Rolduc staat een beeld van de Limburgse kunstenaar Godfried Pieters, een geschenk van Miel a Campo, oud-directeur-generaal bij de Europese Minister raad, aan zijn vroegere kostschool. Een varken, de 'kuusj' in het Limburgs, dat met de poten tegen een pilaar opstaat, tuurt naar een kraai die hoog op een sokkel zit. De kraai, symbool voor de clerus, kijkt met een schuin oog minachtend neer op de kuusj, de priesterstudent, en met het andere omhoog naar de kerktoren. Naar verluidt wees

A Campo tijdens een reunie van oud studenten op de zwaar geschapen kuusj op het binnenplein, 'met teelballen als spaarpotten'. Dat kwam, schamperde hij, door het celibaat. Door de benauwende biechtstoelmoraal.

Virgo sine labe concepta, aedes masce defende, 'Maagd zonder smet ontvangen, bescherm dit huis', luidt het opschrift boven het Mariabeeld op de dubbele inrijpoort van het abdijcomplex Rolduc. Pal tegen de Duitse grens, tussen het Nederlandse Kerkrade en het Duitse Her zogenrath, stichtte de Doornikse kanunnik Ailbertus van Antoing in 1104 een oord van gebed en bezinning. Het grootste behouden klooster van Nederland herbergt nu een katholiek streekgymnasium, een internationaal conferentiecentrum en hotel, het keldercafé De Verloren Zoon, een mijn museum, een restauratie-atelier en het groot-seminarie van het Roermondse diocees. Het Zuid-Limburgse Rolduc is de burcht van de voorhoede van katholiek Nederland, van het rotsvaste geloof, het klein Rome beneden de rivieren.

'God kere ze ten goede', moet de Roermondse bisschop Gijsen en stichter van het seminarie vermoedelijk hebben gepreveld, 'of stuurt ze ter helle', toen hij na het schandaal van Rolduc in 1993 teleurgesteld naar een afgelegen klooster in Oostenrijk en vervolgens naar IJsland vertrok. Zijn getabberde wereld in het groot-seminarie van Rolduc, het troetelkind van de bisschop, was door schandalen rond homoseksuele affaires ineengestort. Tientallen seminaristen zijn weggestuurd, gesjast zoals de Rolducse internaatjongens vroeger zeiden, een 'verlimburgsing' van het Franse chassé, 'weggejaagd'.

Rolduc was het roze seminarie geworden. Seminaristen bleken homo seksuele relaties te hebben in plaats van strikt celibatair te leven. Conrector dr. A. Lemmens, docent catechese, en pries terstudent V. van Opstal gaven elkaar zelfs ringen en zwoeren elkaar eeuw ige trouw. Het bisdom bevestigde de verhouding, maar sprak liever van een 'langdurige vriendschapsrelatie van dr. Lemmens met de seminarist, over een komstig zijn aard, waarbij de mensen dan meteen van alles gaan denken'. Een Rolducse amitié particulière.

Het is nooit anders geweest. Rolduc was en is een conservatief bolwerk van kerkelijke macht en aanzien. Er heerst een sfeer van angst, achterdocht en vrees. De Tachtiger Lodewijk van Deyssel, die drie jaar op het internaat heeft gezeten, noemde Rolduc 'de kleine republiek'. In zijn kostschoolroman vertelt hij over de tijd waarin de curie er nog 'groot en breed en hoog en zwaar van machtige zwartheid' uitzag. Een keurkorps van priesters en priesterstudenten handhaafde op Rolduc de tucht. Wie de regels overtrad, kreeg het zogenaamde compareat, dan moest je op de kamer van de directeur je verantwoorden tegenover de daar zetelende rechtbank, 'het kleine concilie van priesters'. Zij hielden de bonnes notes perdues bij, een eufemistische aanduiding van de 'kwade aantekeningen' die telkens werden gehonoreerd met een korter of langer verblijf in de strafzaal.

Ook Van Deyssel werd gesjast, verwijderd, omdat hij tijdens de jaarlijkse bedevaart naar het Mariakapelletje van Schaesberg zijn gulp had openge knoopt en 'in zijn strooien zomerhoed een kleine boodschap had gedaan'. In het tiende hoofdstuk van De kleine republiek vertelt Van Deyssel over 'een rolducien die zich vermeten had de prefect een tik te geven op de hand waarmee deze hem kneep'. Vele jaren na het schrijven van zijn kostschoolroman, vol jongenspret en jongensleed, tekende Van Deyssel niet zonder grimmigheid aan dat 'de klap den prefect eerder in het gezicht had moeten zijn gegeven'.

In 1971 werd het internaat gesloten. Het bisdom zocht naar nieuwe bestemmingen voor het imposante gebouwencomplex. Bisschop Gijsen, oudleerling en -leraar van Rolduc, stichtte, uit onvrede met de theologische nieuwlichterij van de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat in Heerlen, in 1974 het groot-seminarie van Rolduc, een op conservatieve leest geschoeide opleiding.

Priesterschap houdt de navolging van Chris tus in, staat in het door bisschop Gijsen uitgegeven Rolduc, een roeping, 'en wel in die mate, dat de priester het gezicht, het oor, de mond en de handen van Christus kan zijn'. In grote lijnen blijft Gijsens gedachtegoed overeind, bevestigt rector Vries. 'Rolduc is een goed instituut dat de kerkleer respec teert. Aan de vruchten kent men de boom. Conservatief? Ach, daar blijf ik heel rustig onder.'

Nederland telt ongeveer 150 priesterstudenten. Er zijn zeven instituten, onder meer 'het tweede Rolduc', het al even behoudende Sint-Janscentrum in Den Bosch. Dat is rijkelijk veel. Het is dat de minister deze opleidingen niet hoeft te betalen, dus zegt hij er niets van. Een naar een vroegere bisschop van Roermond, mgr. J. Paredis, vernoemde stichting, zamelt de gelden in voor het instituut. Sinds 1995 wordt er, op voorstel van de huidige bisschop F. Wiertz, jaarlijks op 'roepingenzondag' in alle parochiekerken van het bisdom Roermond een speciale collecte gehouden voor de priesteropleiding van Rol duc.

In Rolduc studeren op dit moment 28 seminaristen. Dat is veel minder dan in Gijsens jaren, toen er nog gemiddeld tachtig studenten in Rolduc waren. Vroeger viste de Limburgse bisschop met zijn door de paus geprezen opleiding de hele vijver van mogelijke pries terkandidaten leeg. Maar er is ook een andere reden voor de terugloop. Er zijn tientallen studenten weggestuurd en nieuwe kandidaten worden voortaan 'gescreend'. Iedere kandidaat meldt zich in eerste instantie bij de rector en/of de bisschop. 'Wanneer dezen een positieve indruk gekregen hebben', staat er in Rolduc, een roeping, 'winnen zij informatie in'.

De opleiding duurt in principe zeven jaar: een inleidend jaar, twee jaar filosofie en vier jaar theologie. Tijdens het laat ste jaar loopt de kandidaat-priester stage als diaken. Rolduc heeft ook een 'verkorte opleiding', zes jaar, en een weekendopleiding voor werkenden.

In de opleiding speelt de spirituaal, de geestelijke leidsman een belangrijke rol. 'Bijzondere aan dacht besteden zij aan de beleving van het celibaat.' Met jezuïetische gestrengheid worden de priesterstudenten gevolgd. Semina risten zijn verplicht tot klikken als zij bij voor beeld een mede-seminarist in een homo-café zien. Interne zaken moeten ze geheim houden. Het bidden van de rozenkrans bevordert het vroom en het kuis leven.

Rolduc was Gijsens oogappel. Het werd het spiritueel centrum van de traditionalisten, 'de bloem van het Rijke Roomse Leven'. Men is er trots op de priesterboord. Zijne eminente kardinaal J. Ratzinger, prefect van de Ro meinse congregatie voor de geloofsleer en lid van de begeleidingscommissie van Rolduc, zegende in 1981 de nieuwe seminariegedeelten in. En kardinaal E. Gagnon, president van de pauselijke raad voor het gezin, wijdde het intussen opgeheven Mater Ecclesiae Domesticae, Gijsens instituut voor huwelijk en gezin. De pauselijke zegen rust op Rolduc. Herhaaldelijk verwees de paus naar het stichtende voorbeeld van de Kerkra dense priesteropleiding.

'Wij volgen de kerkleer nauwgezet', preciseert rector Vries. 'Wie het met die leer niet eens is, moet dat eerlijk bekennen.' Hij vindt de commotie rond de omstreden traktaken van de nieuwe bisschop van Groningen en Rolduc-docent, dr. W. Eijk 'overtrokken'. Mastur batie is een intrinsiek kwaad, staat in de collegetraktaten. 'Eijk zegt niets dat al niet bekend was.' De katholieke kerk onderwijst wereldwijd dat homoseksuele handelingen niet volgens de natuurlijke scheppingsorde zijn. Eijk doet niets anders dan 'de aloude katholieke kerkleer verkondigen'. Rector Vries vreest dat over de priesteropleiding alleen maar in clichés wordt gesproken.

Van een louteringsperiode, die door Gijsen in het bisdomblad was verordonneerd, is geen sprake meer. Na de onverkwikkelijke schandalen werd het heel stil in Rolduc. Na iedere deur die openging, ging een andere weer dicht. Is Rolduc nog altijd een besloten opleiding, dr. Vries? Zeker niet, antwoordt de rector, de deur staat open. 'Het is een open seminarie, de studenten hebben alle vrijheid.'

Meer over