De haaien trotseren voor een beter leven

Dominicaanse bootvluchtelingen laten zich nergens door afschrikken, ook niet door de wilde zee of hongerige haaien...

SABANA DE LA MAR Juan (36) laat de stevige krassen en brandplekken op zijn benen zien. Het zijn pijnlijke aandenkens aan zijn recente poging het armoedig bestaan in de Dominicaanse Republiek achter zich te laten. Zeven dagen heeft hij met 24 andere mannen en vrouwen stuurloos in een houten bootje op zee gedobberd, overgeleverd aan hevige golfslagen en hongerige haaien.

‘En ook nog eens aan doodsangsten als een bultrugwalvis boven water kwam om lucht te happen in de buurt van het bootje’, zegt Juan met een hese stem. Elk woord brandt in zijn keel. Een gevolg van het feit dat hij dagenlang zonder eten en drinken in het bootje met motorpech moest doorbrengen.

Maar zijn fysieke ongemakken zullen hem een zorg zijn. Hij heeft het dankzij een gunstig gedraaide wind overleefd. En zodra Juan weer genoeg geld bij elkaar heeft geregeld, zal hij opnieuw proberen de illegale en gevaarlijke bootreis te maken naar Puerto Rico, de met de VS geassocieerde vrijstaat in de Caribische Zee.

‘Wat moet ik hier’, vraagt hij verbitterd. ‘ Er zijn geen banen, geen opleidingen, helemaal niks! Het enige wat ik hier de hele dag kan doen is slapen of domino spelen.’

Juan is niet de enige Dominicaan die er zo over denkt. Jaarlijks proberen duizenden landgenoten met een gammel houten bootje -een zogeheten yola – de Mona Passage over te steken. Aan de andere van het beruchte stuk water ligt Puerto Rico. Niet alleen economisch welvarender, maar ook een ideale springplank naar Amerikaanse steden als Boston, Miami en New York, waar veel Dominicanen familie hebben wonen.

De Mona Passage is relatief smal, slechts zo’n 130 kilometer, maar de passage is een van de meest verraderlijke waterwegen van de wereld. Ze gaat tegen de heersende winden en de equatoriale stroom in. Het gevolg: honderden yoleros (bootvluchtelingen) hebben de driedaagse reis naar hun dromen niet overleefd. Ze zijn verdronken of opgegeten door de haaien.

Alex de la Cruz (30) schat dat jaarlijks zo’n honderd bootvluchtelingen omkomen bij de overtocht. Maar hoeveel het precies zijn, weet werkelijk niemand. ‘Vaak zijn het vrouwen’, meldt De la Cruz stellig, die al tweemaal een vergeefse poging deed Puerto Rico te bereiken. ‘Neem zwangere vrouwen, die als het bootje water maakt als balast overboord worden gegooid. Of menstruerende vrouwen die midden op zee van boord moeten omdat anderen ervan overtuigd zijn dat hun maandbloedingen te veel haaien naar het bootje zouden trekken.’

Naast bijgeloof en barre natuurelementen moeten de yoleros ook de Dominicaanse marine en de Amerikaanse kustwacht zien te trotseren. Vooral deze laatste patrouilleert met een indrukwekkend aantal schepen, verkenningsvliegtuigen en helikopters in het gebied op zoek naar illegale migranten en drugssmokkelaars.

‘Toch lukt het vaak de marine en de kustwacht te slim af te zijn’, zegt Juan haast trots. ‘Met varen als er nauwelijks maanlicht is bijvoorbeeld. De motoren zo nu en dan uitdoen om radars te misleiden. Of speciale doeken over het bootje spannen om ontdekking door warmtesensoren tegen te gaan.’

Maar als yoleros dan toch onderweg gepakt worden, dan liever door de Amerikanen, zeggen Juan en De la Cruz in koor. ‘Die geven je iets te eten en te drinken. Ze stellen je op je gemak. Ook al weet je dat ze je onherroepelijk naar de Dominicaanse Republiek terugsturen.’

Juan: ‘Ze informeren zelfs naar onze economische situatie, omdat ze weten dat vrijwel alle Dominicanen voor het geld in een bootje stappen. In tegenstelling tot de Cubanen en de Haïtianen, die altijd de politieke situatie in hun land als reden opgeven voor hun reis.’

De la Cruz: ‘Als de Dominicaanse marinemensen je grijpen, wil je het liefst verdrinken. Die slaan je en vragen welke smokkelaar je 500 dollar hebt betaald voor de overtocht. Als je voor vertrek op het strand wordt gepakt, is het nog erger: dan krijg je net zo lang klappen tot de marinemensen de motoren en de benzine voor het bootje hebben gevonden. Die kunnen ze immers doorverkopen.’

Juan zucht. Wat verlangt hij terug naar Puerto Rico! Drie jaar lang woonde hij er. Totdat hij bij een verkeerscontrole moest opbiechten dat hij geen verblijfspapieren had en illegaal in de bouw werkte. ‘Ontsnappen was onmogelijk. De politie zette vier stratenblokken af en controleerde echt iedereen.’

Juan liet zich niet deporteren (‘anders kom je op een zwarte lijst’), maar betaalde zijn eigen terugreis, in de hoop ooit weer te kunnen terugkeren. ‘Ditmaal is het mislukt, maar ik zweer je, ik kom nog een keer in Puerto Rico.’

Ook De la Cruz wacht een nieuwe kans af. ‘Maar dan wel met een stevige boot en goede motoren. Mijn gezin heeft er niks aan als ik onderweg doodga. En eenmaal op Amerikaanse bodem heb je zo werk. Kan je makkelijk 200 dollar, hier een godsvermogen, naar huis sturen.’

Het zijn teksten die verklaren waarom veel Dominicaanse yoleros in spe zich moeilijk laten overtuigen van hun hachelijke bootreis af te zien – hoe hard de Amerikaanse ambassade in Santo Domingo en populaire Dominicaanse artiesten als zanger Juan Luis Guerra in campagnes ook op de gevaren van de overtocht wijzen.

Feliz Bueno (42) luistert niet eens meer naar hun boodschap. Na vijf mislukte pogingen kent hij de risico’s wel. ‘De scheidslijn tussen dood en avontuur is maar klein. Nou en? Het gaat om die ene keer dat je wel succes hebt.’

Dus als oude vrienden Bueno vanuit de VS bellen en vertellen hoe ze na jaren alsnog hun verblijfspapieren hebben gekregen, moet hij vaak hard huilen. ‘Maar dan weet ik: op een dag, dankzij die ene yola, zal het mij ook lukken.’

Meer over