INTERVIEWOud-gynaecoloog Henk Nagel

De gynaecoloog die besloot zelf zaad te doneren: ‘Ik moest dan toch wat doen’

null Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Henk Nagel is niet de eerste Nederlandse gynaecoloog van wie bekend werd dat hij vrouwen insemineerde met zijn eigen zaad. Hij is wel de eerste die erover wil vertellen – voor één keer. ‘Ze mogen dit nu ontoelaatbaar vinden, maar was dat toen ook zo? Nee!’

Rik Kuiper

Henk Nagel, gynaecoloog in ruste, zat vorig jaar met zijn vrouw Margot Groot op de bank naar een documentaire te kijken. Die ging over een vruchtbaarheidsarts die vrouwen met zijn eigen zaad had geïnsemineerd, zonder dat zij daarvan wisten. Veel later was uit dna-onderzoek gebleken dat deze Jan Karbaat de biologische vader van tientallen kinderen was.

‘Zoiets heb jij toch nooit gedaan, hè?’, vroeg Groot – bij wijze van grap.

‘Jawel’, antwoordde Nagel.

Hij had het al die jaren voor iedereen geheimgehouden.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Inmiddels weet het hele land ervan. Vorige week dinsdag maakte het Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ) in Den Bosch bekend dat Henk Nagel tussen 1977 en 1985 ten minste één kind heeft verwekt met zijn eigen sperma. Hij werkte destijds in het Carolus Ziekenhuis, dat later zou opgaan in het JBZ. Nagel is de vierde Nederlandse arts van wie bekend is dat hij zijn eigen zaad heeft gebruikt bij vruchtbaarheidsbehandelingen.

Bestuursvoorzitter Piet-Hein Buiting noemde de werkwijze van Nagel vorige week in de Volkskrant ‘onbegrijpelijk en ontoelaatbaar’. Een gynaecoloog kan niet tegelijkertijd behandelaar en spermadonor zijn, zo stelde hij.

Henk Nagel (82) is verbolgen over de manier waarop het ziekenhuis met het nieuws naar buiten trad. ‘Niet fijnzinnig en niet aardig’, zegt hij in zijn woonkamer in Apeldoorn. Daarom vertelt hij eenmalig zijn kant van het verhaal. Hij wil laten zien in welke tijd de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. En dat hij in de verste verten geen tweede Karbaat is.

‘Ik heb nooit met mijn broek op de knieën achter vrouwen aangelopen’, zegt Nagel. ‘Karbaat deed dat wel. Rare praktijken waren dat.’

‘Verwerpelijk’, zegt Groot (72).

Omdat Nagel een broze gezondheid heeft – hij kreeg in 2018 een beroerte – zit ook Rob Leeuwenburg bij het gesprek. Hij heeft leidinggevende functies in de zorg gehad en is nu gepensioneerd. Groot vroeg hem hun woordvoerder te zijn.

I – DE INSEMINATIES

Toen Henk Nagel in het Carolus Ziekenhuis kwam werken, was hij net klaar met zijn opleiding tot gynaecoloog. Het was 1977 en zijn voorganger in Den Bosch deed ook al donorinseminaties. ‘Ik had belangstelling voor vruchtbaarheidsstoornissen’, zegt Nagel. ‘Dat vond ik leuk.’

Kunstmatige inseminatie wordt in Nederland vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw toegepast. Daarbij wordt zaad van de echtgenoot, van een bekende donor of van een anonieme donor bij een vrouw ingebracht. Van in-vitrofertilisatie (ivf), waarbij een eicel in een reageerbuis wordt bevrucht, was op het moment dat Nagel bij het Carolus Ziekenhuis begon nog geen sprake. De eerste Nederlandse ivf-baby werd in 1983 geboren.

Als Nagel zaad van anonieme donoren nodig had, bestelde hij dat bij Henk Ruis van de Geertgenkliniek in Elsendorp, vertelt hij, een kilometer of 40 naar het oosten. De rietjes met ingevroren sperma arriveerden in een fles met bevroren stikstof. ‘Het was volledig anoniem’, zegt Nagel. ‘Geen dossier, geen foto, niets.’

Want zo ging dat toen. Mensen stonden er niet of nauwelijks bij stil dat donorkinderen misschien wel zouden willen weten van wie ze afstammen. Pas in de jaren negentig werd een donorpaspoort ingevoerd, waarin kenmerken van de donor staan geregistreerd. In 2004 volgde de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting, die anonieme donatie verbood. Wie sindsdien is verwekt met gedoneerd zaad of een gedoneerde eicel, heeft het recht te weten van wie hij afstamt.

Daarvan was eind jaren zeventig geen sprake. Nagel leerde van zijn leermeester Jan Kremer, een van ’s lands pioniers in de voortplantingsgeneeskunde, dat een donatie ‘geheim en anoniem’ moest zijn. Kremer zelf vernietigde gegevens van donoren. ‘Hij vond dat het viel onder het beroepsgeheim’, zegt Nagel. ‘Niemand hoefde ervan te weten. Met die gedachte ben ik opgevoed.’

Het ging in het Carolus Ziekenhuis niet altijd goed met de levering van het ingevroren donorzaad. En dan kon het dus gebeuren dat hij met een vrouw op zijn spreekuur zat – een vrouw die op het maandelijkse toppunt van haar vruchtbaarheid was – en dat de rietjes niet op tijd geleverd waren. ‘Dan moest ik toch wat doen’, zegt Nagel.

Het was op zulke momenten dat hij besloot zelf maar te doneren, zonder dat hij dat de vrouwen in kwestie vertelde. ‘Ik vond dat niet nodig’, zegt hij. ‘Donaties waren anoniem.’

Niemand wist ervan, beweert de oud-gynaecoloog. En op zijn beurt kende hij ook geen andere gynaecologen die hun eigen zaad gebruikten. Dat het ooit zou kunnen uitkomen – daar heeft hij geen seconde aan gedacht.

Wet- en regelgeving voor fertiliteitsbehandelingen bestond op dat moment nog niet. Toezicht vanuit de overheid evenmin. Wel waren er gedragsregels voor artsen, schrijven onderzoekers die onlangs de praktijken van de overleden Zwolse gynaecoloog Jan Wildschut onder de loep namen. Wildschut verwekte tussen 1980 en 1994 minstens 47 kinderen.

‘Het lijdt geen twijfel’, schreven de onderzoekers, ‘dat het gebruik van eigen semen door een behandelend arts bij fertiliteitsbehandelingen van patiënten in strijd is met deze gedragsregels: hiermee dringt de arts verder door in de privésfeer van een patiënt dan noodzakelijk is. Daarnaast heeft de arts de patiënt niet geïnformeerd over de behandeling, althans iets anders gedaan dan hij had afgesproken.’

Hoe vaak hij zijn eigen zaad heeft gebruikt, weet Nagel na al die jaren niet meer. ‘Ik denk vier keer’, zegt hij. Waar dat getal vandaan komt? ‘Uit mijn herinnering.’

‘En die is niet helemaal betrouwbaar’, zegt Leeuwenburg. ‘We weten zeker dat het één keer gebeurd is, want dat kind heeft zich nu gemeld. Maar mogelijk melden zich nog meer kinderen bij het Jeroen Bosch Ziekenhuis. We kijken wat er uit het onderzoek komt. Maar het zullen er geen vijftig zijn, zoals bij die andere artsen. Het is een zeer beperkte oplage, zullen we maar zeggen.’

‘Als je het vijftig keer doet’, zegt Nagel, ‘dan loop je het risico dat je kinderen elkaar later zullen ontmoeten.’

‘Dat ze een verhouding met elkaar zullen krijgen, bedoel je’, zegt Margot Groot. ‘Of met je eigen kinderen.’

‘Ja’, zegt Nagel. ‘Dat was reden voor mij om te zeggen: vier is voldoende.’

II – DE STILLE JAREN

Had hij echt zijn best gedaan, dan had Henk Nagel vermoedelijk kunnen achterhalen of zijn anonieme donaties tot een zwangerschap hadden geleid. Vrouwen die hij succesvol met zijn zaad insemineerde, kwamen later niet meer terug voor een volgende poging.

Maar Nagel hield dat allemaal niet bij, zegt hij. Op de status van deze vrouwen noteerde hij dat hij het zaad van een anonieme donor had gebruikt. Later vernietigde hij de hele administratie. ‘Ik was wel benieuwd of er kinderen geboren waren’, zegt hij. ‘Maar ik wist het niet.’

En dus ging het leven door. Halverwege de jaren tachtig volgde Nagel een opleiding tot homeopathisch arts. Hij vertrok in 1997 als gynaecoloog bij het Carolus Ziekenhuis, nadat hij een burn-out had gekregen. Daarna bekwaamde hij zich verder in alternatieve geneeswijzen als acupunctuur en bioresonantie.

De beoefenaars van deze bioresonantietherapie beweren dat bij ziekte de elektromagnetische trillingen in het lichaam verstoord zijn. Zo’n verstoring zou opgespoord en hersteld kunnen worden met een apparaat.

Nagel heeft zo’n apparaat, de Bicom 2000, in zijn spreekkamer in Apeldoorn staan. Hij ontvangt er nog altijd patiënten. Op zijn website, die inmiddels uit de lucht is, schreef hij een paar jaar geleden dat hij mensen behandelde met kwalen variërend van voedselallergie tot infectieziekten en van sportongevallen tot vruchtbaarheidsstoornissen. Wetenschappelijk bewijs van de werkzaamheid van de therapie ontbreekt.

In 2016 ontving Nagel een e-mail van een man die op zoek was naar zijn biologische vader. De man had op een oude afsprakenkaart gezien dat Nagel zijn moeder destijds behandeld had. Kon de oud-gynaecoloog nog achterhalen van wie het donorzaad afkomstig was? Nagel antwoordde dat hij het zaad altijd kreeg van de Geertgenkliniek. En dat hij verder niet kon helpen.

Twee jaar later nam de man opnieuw contact op. Hij had zijn erfelijk materiaal toegevoegd aan een aantal commerciële dna-databanken, waaronder MyHeritage. Dat had geresulteerd in een opvallende match. De man bleek nauw verwant te zijn aan een vrouw met een bekende achternaam: Nagel. Ze bleek een nicht van de oud-gynaecoloog.

Daarop erkende Henk Nagel dat hij mogelijk zelf de donor was geweest.

Gynaecoloog Henk Nagel en zijn vrouw Margot Groot. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Gynaecoloog Henk Nagel en zijn vrouw Margot Groot.Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

III – HET MOTIEF

Waarom neemt een gynaecoloog zijn toevlucht tot eigen zaad? Het is een vraag die telkens opdoemt als er weer een verhaal loskomt over een vruchtbaarheidsarts die zijn eigen zaad bij vrouwen insemineerde. Het antwoord blijft vaak vaag, omdat de artsen in kwestie niet wilden praten of al dood waren toen hun donaties bekend werden.

Onderzoekers die de kwestie-Wildschut onderzochten noemen een aantal mogelijke motieven. Misschien wilde de Zwolse gynaecoloog status verwerven door met zo min mogelijk inseminaties zo veel mogelijk zwangerschappen te bewerkstelligen, schrijven ze. Mogelijk wilde hij mensen graag helpen en dacht hij hiermee goed te doen. Of hij probeerde op deze manier het tekort aan donoren op te vangen.

In Het zaad van Karbaat, de documentaire die ook Henk Nagel en zijn vrouw zagen, geeft de nicht van Jan Karbaat – zeker 70 kinderen – nog een andere verklaring. ‘Omdat hij zo’n narcist was, was het voor hem geweldig om zo veel kinderen op de wereld te hebben’, zei ze. ‘Hij vond zichzelf de ideale donor.’

Hoe zat dat bij Henk Nagel? Woordvoerder Rob Leeuwenburg vertelt dat Nagel ‘een probleemoplosser’ is. ‘Hij wil mensen helpen. Dat is de rode draad in zijn leven geweest. En nog steeds. Hij was als gynaecoloog ook altijd dingen aan het uitproberen. Dan liet hij vrouwen onder water bevallen. Of staand. Of in een stoel.’

Leeuwenburg schetst hoe wanhopig sommige vrouwen waren als ze bij Nagel op het spreekuur verschenen. Ze wilden dolgraag een kind, maar dat lukte niet. Na doktersbezoeken en vruchtbaarheidsonderzoeken gingen sommige stellen uiteindelijk over tot inseminatie met donorzaad uit de Geertgenkliniek. Maar ook dat ging vaak niet goed.

‘Ik heb daar een aantal keren zaad besteld’, zegt Nagel, ‘maar het is me nooit gelukt er een vrouw zwanger mee te maken.’

‘Dat levert stress op bij die vrouwen’, zegt Leeuwenburg. ‘En laten we eerlijk zijn: voor een arts is het belangrijk dat het op een gegeven moment lukt. Dan kun je over een grens heengaan. Dus toen er een keer geen rietjes voorhanden waren, dacht Henk in zijn naïviteit: dan maar levend zaad, dan ben ik maar de donor.’

IV – DE ONTMOETING

In het voorjaar van 2018 ontving Henk Nagel de man van de dna-match in zijn spreekkamer in Apeldoorn.

‘Ik ontmoette een mens dat mogelijk mijn kind was’, zegt Nagel over die ontmoeting. ‘Maar ik had er geen gevoelens bij. Ik kreeg niet het idee dat ik zijn vader ben of er enige bemoeienis mee heb. Daarom heb ik hem verteld hoe het destijds gegaan is en welke erfelijke ziekten er in mijn familie voorkomen. Daar is het bij gebleven.’

‘Van die ontmoeting heeft Henk me destijds niets verteld’, zegt Margot Groot. ‘Terwijl die plaatsvond in het huis waar we samen woonden en werkten.’ Groot werkt zelf als paramedisch natuurkundig therapeut.

Later nam de man opnieuw contact op. ‘Hij eiste dat ik mijn eigen kinderen zou informeren’, zegt Nagel, die vier kinderen heeft uit een eerder huwelijk. ‘Daar werd ik boos over. Ik zei: dat ga ik niet doen. Ik had mijn beroepsgeheim.’

De man liet de zaak niet rusten. Na een nieuwe dna-match, ditmaal met de zus van Henk Nagel, meldde hij zich in 2021 bij het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Het JBZ besloot een onderzoek in te stellen naar de oud-gynaecoloog.

Eind september, een paar maanden nadat Nagel met zijn vrouw naar de documentaire over Karbaat had gekeken, kwam een delegatie van het ziekenhuis bij hen langs. Op dat moment hoorde Groot voor het eerst over het bestaan van een donorkind.

‘Henk wilde toen nog geen dna afstaan’, zegt Groot.

‘Dan heb je er geen controle meer over’, zegt Nagel.

‘En je wilde niet dat je kinderen het te weten zouden komen’, zegt Groot.

In-vitrofertilisatie, die nog niet bestond toen Henk Nagel bij het Carolus Ziekenhuis begon.  Beeld ANP / Science Photo Library
In-vitrofertilisatie, die nog niet bestond toen Henk Nagel bij het Carolus Ziekenhuis begon.Beeld ANP / Science Photo Library

V – DE OPENBAARHEID

Toen kwam dat telefoontje. Op 3 februari 2022 belde bestuursvoorzitter Piet-Hein Buiting van het Jeroen Bosch Ziekenhuis om te vertellen dat ze het nieuws naar buiten wilden brengen. Nagel schrok.

Een paar dagen eerder was bekend geworden dat de overleden gynaecoloog Jos Beek zeker 21 kinderen had verwekt met eigen zaad. Beek werkte in de jaren zeventig en tachtig in het voormalige Sint-Elisabeth Ziekenhuis in Leiderdorp. Nu wilde ook het JBZ met zijn eigen kwestie naar buiten.

Omdat Nagel uiteindelijk toch dna had afgestaan, was duidelijk geworden dat hij inderdaad de biologische vader is van de man die een match met zijn nichtje had. Ze hadden het dna van Nagel ook vergeleken met dat van andere zoekende donorkinderen in de databank van stichting Fiom. Dat had geen nieuwe matches opgeleverd. Toch wilde het JBZ onderzoeken of er meer donorkinderen van hem rondlopen.

Nagel besloot daarop zijn vier eigen kinderen in te lichten. ‘Ik hoor bij de club’, zou hij gezegd hebben.

‘Zijn kinderen wijzen af wat er gebeurd is’, zegt Rob Leeuwenburg, die hen sprak. ‘Maar ze blijven waardering houden voor hun vader. Ze zijn bereid kennis te maken met donorkinderen die zich melden.’

Margot Groot moest de klap ook verwerken, vertelt ze. ‘Ik ben sinds september gaan nadenken over mijn eigen vader. Wie ben ik geworden dankzij hem? Ik wilde Henk graag zachter laten kijken naar de eventuele kinderen die hij met zijn donorzaad verwekte. Hij benadert het zo technisch. Dat vind ik vreselijk.’ Ze vindt dat elk kind het recht heeft te weten wie zijn vader is.

Het Jeroen Bosch Ziekenhuis bracht het nieuws op 8 februari via de Volkskrant en het Brabants Dagblad naar buiten. Gynaecoloog Henk Nagel gebruikte tussen 1977 en 1985 zijn eigen sperma bij vruchtbaarheidsbehandelingen, meldde het ziekenhuis. Hij had op die manier ten minste één kind verwekt en mogelijk meer.

Diezelfde ochtend stond er al een verslaggever van Nieuwsuur bij Nagel op de stoep. Later belde een journalist van De Stentor aan. Groot verwees hen door naar Rob Leeuwenburg.

Groot stuurde die dag wel een brief naar vrienden, kennissen en klanten, waarin ze haar kant van het verhaal vertelde. Ze benadrukte dat inseminatie destijds in de kinderschoenen stond, dat er nog geen wet- en regelgeving was en dat veel vrouwen stonden te springen om zwanger te worden. De intentie van Henk was ‘de vrouwen, die zo graag een kindje wilden, blij te maken, hun wensen te vervullen’, schreef ze.

Veel mensen reageerden begripvol, wat voor Nagel en Groot een schril contrast vormde met de strenge reactie van het Jeroen Bosch Ziekenhuis en de uithalen op sociale media, waar mensen schreven over ‘egoïstische egotripperij’, ‘haantjesgedrag’ en ‘voortplantingsdrang’.

‘Ze mogen dit nu ontoelaatbaar vinden’, zegt Nagel over de critici, ‘maar was dat toen ook zo? Nee! Toen niet, nu wel.’

‘We moeten oppassen niet met de bril van nu naar het verleden te kijken’, zegt Leeuwenburg. ‘Michiel de Ruyter vonden we vroeger ook fantastisch. Nu wordt hij verguisd.’

‘En dat ik me ervoor zou moeten schamen?’, zegt Nagel. ‘Helemaal niet! Al zou ik het onder de huidige omstandigheden niet meer doen. Er zijn nu andere methoden.’

‘Vergeet niet’, zegt Groot, ‘je hebt vrouwen dolgelukkig gemaakt.’

Donorzoon: ‘Ik hoop maar dat hij goede intenties had’

‘Nadat ik op mijn 24ste te horen had gekregen dat ik een donorkind ben, vielen er veel puzzelstukjes op hun plek’, zegt de donorzoon van Henk Nagel in een reactie op een conceptversie van dit interview. Omdat de kwestie nog steeds gevoelig ligt, wil hij anoniem blijven. ‘Maar er kwam ook een nieuwe puzzel bij. Wie was mijn biologische vader? En belangrijker: wie was ik eigenlijk?

‘Daarom heb ik in 2011 dna afgestaan voor de databank van Fiom. Later kwam ik via Stichting Donorkind in aanraking met andere donorkinderen die op zoek waren naar hun vader. Ik begon me af te vragen hoe het er in de jaren tachtig aan toeging met inseminaties. In 2016 stelde ik daarom vragen aan het Jeroen Bosch Ziekenhuis en uiteindelijk ook aan de behandelend arts van mijn moeder. Ik vermoedde toen nog niet dat hij mijn biologische vader is.

‘Na een match met zijn nichtje in een commerciële dna-databank gaf hij toe dat hij mogelijk zelf de donor was geweest. We hebben elkaar toen ontmoet. Het was vreemd om na zoveel jaar – ik was inmiddels 34 – oog in oog met hem te staan. Het is toen bij die ene ontmoeting gebleven. Dat vond ik prima.

‘Wel worstelde ik ermee dat hij zijn kinderen er niet over wilde vertellen. Dit betekende dat ook ik een geheim mee moest dragen. En dat wilde ik niet. Ik was zelf jarenlang het geheim binnen mijn familie geweest.

‘Daarom heb ik hem een aantal keren gevraagd zijn kinderen op de hoogte te stellen. Ik vond het belangrijk dat ze het van hem zelf zouden horen, voordat het op een andere manier uitkwam. Er waren toen al familieleden op de hoogte van mijn dna-match met zijn nichtje. Als zijn kinderen of kleinkinderen ooit een dna-test via MyHeritage of FamilyTreeDNA zouden doen, dan kwamen zij ook bij mij uit.

‘Toen er steeds meer verhalen bekend werden over andere artsen die met hun eigen zaad kinderen verwekt hebben, meldde ik me opnieuw bij het JBZ. Die hebben Nagel toen gevraagd mee te werken aan een dna-onderzoek. Daaruit bleek dat ik zijn zoon ben. Al met al hoop ik dat hij goede intenties heeft gehad, zoals hij zelf stelt. Maar dat praat absoluut niet goed dat hij over een grens is gegaan. Een behandelend arts kan niet zelf donor zijn.

‘De berichtgeving over deze kwestie deed veel met me. Ik vind de vergelijkingen tussen mijn biologische vader en Karbaat en Wildschut onterecht. Bij die artsen staat de teller op meer dan veertig kinderen. Van Nagel is maar één donorkind bekend. Dat ben ik. Als hij hetzelfde had gehandeld als Karbaat en Wildschut, waren er uit de database van Fiom meer matches gekomen.

‘Deze week ben ik nog bij Henk en zijn vrouw op bezoek geweest. En onlangs had ik contact met twee van zijn andere kinderen. Ik besef nog niet zo goed wat ik in gang heb gezet, maar het voelt goed allemaal.’

Wie is Henk Nagel?

1939 - geboren op 20 december in Groningen

1971 - afgestudeerd als arts aan de Universiteit van Groningen

1977 - rondt specialisatie gynaecologie af

1977-1998 - gynaecoloog bij het Carolus Ziekenhuis te Den Bosch.

1985-1987 - studie homeopathie bij de Vereniging van Homeopathische Artsen Nederland

1998-2000 - studie acupunctuur bij de Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging

2001 - begint als behandelaar in de alternatieve geneeskunde

2006 - opleiding tot bioresonantie-therapeut

2017 - berisping van regionaal tuchtcollege omdat hij geld leende van een patiënt

2022 - Jeroen Bosch Ziekenhuis brengt naar buiten dat Nagel zijn eigen zaad insemineerde