De Grote Verteller

Wanneer je vrienden en collega's naar NOS-presentator Tom Egbers vraagt, struikel je over woorden als 'innemend', 'hartelijk', 'charmant' en 'warrig', maar is er meer Tom Egbers dan dat?

Er is een bepaald moment waarop de voorpret voor een Wereldkampioenschap voetbal begint. Vanaf dat moment gaan mensen dingen zeggen als: 'goh, ik krijg er toch wel zin in hoor', of: 'Van Persie, die moet het gaan doen', of: 'ik ken de helft van al die gasten niet'. Het is het moment waarop collega's, vrienden en familie die je nog nooit hebt kunnen betrappen op een sprankje liefde voor voetbal, opeens met doorwrochte analyses over de opstelling komen aanzetten.

Dat moment valt precies samen met een ander moment. Het moment dat vanuit de NOS-studio in Hilversum voor het eerst wordt overgeschakeld naar het land waar het WK wordt gehouden. Daar staat altijd Tom Egbers (56).

Vorige week vrijdag stond hij er natuurlijk weer. In Rio de Janeiro, met in één hand de microfoon en zijn andere hand in de zij. De wind deed zijn geelblonde haar opwapperen, maar had wonderbaarlijk genoeg geen effect op zijn lichtblauwe T-shirt. Alsof er iemand buiten beeld een föhn op zijn hoofd had gericht. Egbers draaide zich tijdens zijn verslag even om, naar het reusachtige Jezusbeeld bovenop de berg Corcovado. Hij doet dat vaker; zich even omdraaien en vertellen over wat er op de achtergrond allemaal is te zien. De kijker ziet dan heel even de kruin van Egbers. Zijn geelblonde lokken hebben de afgelopen jaren gezelschap gekregen van een groep hardnekkig grijze verstekelingen; de inhammen bovenop het voorhoofd grijpen elk WK weer ietsje meer naar achteren. Maar de kruin is nog altijd woest, wild, weerbarstig. Het is dezelfde kruin als in 1984, toen hij bij Studio Sport begon.

Hij schrikt ervan, als hij aan de telefoon wordt geconfronteerd met zijn 30-jarig jubileum bij de NOS. 'Jezus man'. Hij vindt het eigenlijk te veel eer, een verhaal over zichzelf in de krant. Hij moet even nadenken over de suggestie een dag met hem mee te lopen. Een paar dagen later belt hij terug. Hij wil zijn collega's bij de NOS niet lastig vallen met een journalist en fotograaf in zijn kielzog. Hij verontschuldigt zich uitgebreid en hoopt dat daarmee de kous af is. Als hij hoort dat er desondanks een verhaal over hem gaat komen, zucht hij: 'Ik ga er hoe dan ook aan hè?'

Als Tom Egbers door anderen wordt omschreven, struikel je over woorden als 'innemend', 'hartelijk', 'charmant', 'warrig', 'kroonprins' of 'kwajongen' Het zijn typeringen gebaseerd op Egbers' verschijning op televisie. Of dat nou zondagavond bij Studio Sport is, bij de Champions League-wedstrijden, of bij het EK of WK. Maar is er meer Tom Egbers dan dat? En wat is dat dan? Wat maakt Tom Egbers nou eigenlijk zo ontzettend Tom Egbers?

Het was, toen in 1984, allesbehalve een droomdebuut. Egbers, vers van de School voor de Journalistiek in Utrecht, werd op aanraden van zijn examinator Koos Postema aangenomen bij NOS Studio Sport. Postema had met veel plezier naar Egbers' examenfilm over verdwijnende urinoirs in Amsterdam gekeken en wilde hem hebben voor het radioprogramma NOS Langs de Lijn. Egbers bedankte vriendelijk; hij wilde liever televisie maken. Dat heeft hij geweten. Met regelmaat struikelde de jonge Egbers over zijn woorden, versprak hij zich en vergat hij teksten.

'Gaat die jongen het nou doen, of gaat hij het niet doen?' herinnert Maarten Nooter, tegenwoordig de hoofdredacteur van Studio Sport, zich over Egbers' eerste periode. 'Tom had een wat moeizame start en heeft het in het begin helemaal niet zo makkelijk gehad. Hij was wat rommelig en vergiste zich weleens.' Het had zijn weerslag op de jonge, onzekere Egbers. 'Ik heb wel eens jankend op het toilet gezeten na een uitzending', zei hij daarover later.

Maar Egbers bleef overeind, snoerde zijn critici de mond (of luisterde simpelweg niet naar ze) en is inmiddels niet meer weg te denken bij Studio Sport. Een WK zonder Tom Egbers is eigenlijk geen WK. Zijn zwakte uit zijn beginjaren is zijn kracht geworden. 'Dat rommelige heeft hij nog steeds', zegt Nooter. 'Dat is juist mooi, Tom is zo'n verteller die nog even z'n bril moet zoeken, om zich heen kijkt en als er op de achtergrond iets gebeurt en denkt: wat was dat? Dat komt ook doordat hij continu nadenkt over wat hij zegt, daardoor komt hij soms in de knoop met zijn tekst.'

Een hoofd dat constant aan staat, steeds bezig is de beste woorden te zoeken om zijn enthousiasme, zijn gevoel, zo dicht mogelijk bij de kijker te brengen en in te springen op de situatie. Dat levert af en toe onvergetelijke televisie op, zoals toen hij tijdens een live-verslag vanuit de Amsterdam ArenA tijdens de Cruijffrevolutie bij Ajax opeens voormalig voetballer Sjaak Swart zag lopen en hem spontaan begon te roepen (wat Egbers overigens wel netjes aankondigde: 'Ik ga nu even Sjaak Swart roepen') of na de EK-wedstrijd van Oranje tegen Italië in 2008 (3-0 winst). Egbers kondigde het programma af en blikte vooruit op de volgende wedstrijd tegen Frankrijk. Zijn tafelgenoot Cruijff had zijn microfoon al neergelegd en was buiten beeld, maar bleef maar doorbabbelen. 'Pak dan die microfoon als je wat wilt zeggen!', beet Egbers hem toe.

Het liefst neemt Egbers de tijd om zijn teksten te schrijven en zijn presentatie nauwkeurig voor te bereiden. 'Tom maakt zijn teksten zelf', zegt Jeroen Koster, al jarenlang eindredacteur van Egbers. 'Ik maak een opzetje en we bespreken wat er inhoudelijk in moet, maar dan gaat Tom ermee aan de slag. Hij denkt er dan heel lang over na en soms ook nog tijdens zijn presentatie. Hij heeft geen uitknop, dus hij blijft zichzelf maar afvragen of zijn tekst beter kan. Dat zie je terug. Tom vermijdt alle voetbalclichés. Hij zoekt altijd naar spitsvondigheidjes en die vindt hij ook.'

Aan de kenmerkende warrigheid van Egbers ligt dus - ironisch genoeg - professionaliteit en perfectionisme ten grondslag. Niets aan het toeval willen overlaten, maar daardoor juist door het toeval kunnen worden overvallen. Daarom vindt Egbers zichzelf ook ongeschikt als commentator van voetbalwedstrijden. 'Want je moet kunnen registeren, analyseren en becommentariëren', zei Egbers eens in een interview. 'Ik kan wel registeren, analyseren en becommentariëren, maar niet tegelijkertijd.'

Wat Egbers wel als geen ander beheerst, is de tweede stem van de mimiek. Een opgetrokken wenkbrauw, een doordringende blik in de camera; hij spreekt zonder te spreken. Johan Cruijff kan nog zulke ingewikkelde analyses uitkramen in een nabeschouwing, één oogopslag van Egbers in de camera maakt alles goed. 'Nee, u bent niet de enige die er geen snars van begrijpt. Maar dat is helemaal niet erg.' Minimal acting noemt zijn hoofdredacteur dat. 'Die kunst verstaat hij.'

Egbers - zoon van een Engelse moeder - heeft dat goed afgekeken van zijn voorbeelden bij de BBC: de bekende presentator Desmond Lynam en meer recent de ex-voetballer Gary Lineker. 'Die is ook heel subtiel in zijn humor en kan zonder woorden toch veel zeggen.'

Net als de Britten heeft Egbers ook de drang wat romantische sterrenstof over het voetbal te sprankelen. Zondagavond om zeven uur is hij de presentator van de samenvattingen, maar vooral ook een verhalenverteller. 'Een goed boek heeft ook een goed voorwoord nodig', zegt jarenlange collega Frank Snoeks, commentator bij de NOS. 'Maar een slecht boek kan net een beetje beter worden door een goed voorwoord. Dat is wat Tom doet bij al die samenvattingen op zondag: hij maakt hij een voorwoordje. Zelfs bij saaie samenvattingen weet hij toch een verhaaltje te vertellen waardoor de kijker - zelfs al zijn de wedstrijden van Ajax, PSV en Feyenoord al geweest - toch nog blijft kijken.'

Hij zou dat liever vaker willen doen; verhalen vertellen. Die 'Tom de Verteller', zoals Nooter hem noemt, is te zien bij Andere Tijden Sport of aan tafel bij Matthijs van Nieuwkerk in DWDD. 'Ik zat vanmorgen met hem aan het ontbijt en vertelde dat de Argentijnse voetballers een spandoek ophielden bij de laatste oefenwedstrijd. Daar stond op dat de Falklandeilanden van Argentinië zijn en dat er dus een relletje aan zit te komen. Tom komt dan gelijk met een verhaal over de in Engeland wonende Ardiles, die een keer terugging met een vriend naar de Falklandeilanden en die, waarschijnlijk door een overstekend schaap, over de kop sloeg met zijn auto, enzovoorts: een enorm verhaal. Dat is Tom. Maar je hangt wel aan zijn lippen en dat is een kwaliteit die hij bij Studio Sport niet altijd kwijt kan.'

Die honger naar de zwaardere, intellectuelere uitdaging van Het Grote Verhaal probeert Egbers te stillen met zijn boeken - of, zoals Egbers ze zelf noemt: 'boekjes'. Hij schreef De Zwarte Meteoor, over Steve Mokone, de eerste zwarte voetballer bij Heracles; Rory Storm, de koning van Liverpool, die werd onttroond door de Beatles, en de verhalenbundel Tien helden en een hond. Egbers schrijft zoals hij presenteert: 'Als een soort onderzoeksjournalist', zegt Marga Deutekom, zijn redacteur bij uitgeverij Thomas Rap. 'Ik noem hem wel eens Kuifje die op ontdekkingsreis gaat. Tom wil in elk verhaal de onderste steen boven halen.'

Deutekom heeft weinig werk aan het redigeren van Egbers' teksten. 'Hij bouwt verhalen uitvoerig op en werkt altijd met een spanningsboog. Hij weet heel goed hoe hij een verhaal moet vertellen. Soms zou je wel eens een luchtiger of lichter verhaal van hem willen lezen. Zo heeft hij eens een voorwoord geschreven over een boek dat we uitgaven over Lionel Messi. De eerste zin was: 'Messi houdt van spekkies.' Dat was ontzettend leuk en geestig. Ik dacht toen: dit kun je ook, maar dat vind je kennelijk niet zo interessant.'

Of misschien komt het doordat Egbers als sportjournalist niet te veel mensen tegen de schenen wil trappen, mensen die hij nog vaker tegenkomt en waar hij nog mee moet werken. 'Hij kiest voor de veilige verhalen', zegt Deutekom. 'Misschien verandert dat als hij later met pensioen gaat. Dat hij dan gaat vertellen hoe het er echt allemaal aan toe gaat bij die voetballers.' Het zit ook in zijn schrijfstijl; het rechttoe-rechtaan vertellen van een verhaal, zonder te veel moeilijke constructies of mooie zinnen. 'Ik denk dat hij niet helemaal durft te schrijven wat hij eigenlijk zou willen schrijven. Dan moet je iets loslaten en omdat hij een sociaal karakter heeft, wil hij graag aardig worden gevonden. Dat kan hem in de weg zitten.'

Egbers bedient de schijnwerpers liever, in plaats van er zelf in te staan. 'Ik ben niet iemand die in de spotlights van de grote trap afdaalt', zei hij in 2009 tegen het AD. 'Ik ga weleens met mijn vrouw naar een première, maar die rode loper, da's geen feest.' Hij geeft de voorkeur aan de luwte. 'Je hebt mensen die van nature graag in het middelpunt staan', zegt Frank Snoeks. 'En je hebt mensen die de schaduwkant opzoeken. Natuurlijk is Tom ook ijdel, maar hij is er niet op uit om dagelijks applaus te horen.'

Tom Egbers. Charmant warhoofd. Kundig verhalenverteller. Bescheiden. Tom Egbers, de ideale schoonzoon.

Niet helemaal. 'Hij kan zich achter de schermen inhoudelijk ontzettend opwinden', zegt Nooter. 'Waarom iets niet goed is geregeld. Of als hij denkt dat iets niet goed is geregeld. Dan loopt hij rond met het stoom uit zijn oren, banjert heen en weer en zullen we het weten, laat ik het zo maar zeggen. Hij wil ook nog weleens doorschieten, zoals je dat soms doet als je kwaad bent. Het eerste effect wat daarvan merkbaar is, is dat hij ervan zelf in de war van raakt.'

Tom Egbers als een hond die van zijn eigen geblaf schrikt. 'Hij roept een rommeligheid in zichzelf op omdat hij zich opwindt over dingen waarover hij zich eigenlijk niet wil opwinden, omdat hij die aandacht nodig heeft bij wat hij moet doen. Dan is het net een voetballer die zichzelf uit de wedstrijd haalt omdat hij tegen de scheids staat te klagen.'

Het is de woeste, wilde, weerbarstige kant van Tom Egbers. Een kant waarvan de kijker nooit getuige zal zijn, maar die hij toch al heel vaak heeft gezien. Het gebeurt elke keer als hij zich even omdraait: in die kruin.

undefined

Extra: Kammetjestijd

Je kunt niet over Tom Egbers praten zonder het over dat haar te hebben. Egbers' haar zit altijd een beetje in de war, zelfs als het niet in de war zit. Het is een georganiseerde chaos en weerspiegelt daarmee zijn innerlijke leven. Toen Egbers begon bij Studio Sport kreeg hij tientallen kammen en borstels per week binnen, opgestuurd door kijkers. Of hij zijn haar nou eens wilde kammen. 'Kammetjestijd' noemde Egbers die periode later.

undefined

Meer over