reportage

De grootste stad van Portugal zonder spoor eist haar verloren treinverbinding terug

De oude locomotief staat er nog, uit­gebeend en onder de graffiti.	 Beeld Gonçalo Fonseca
De oude locomotief staat er nog, uit­gebeend en onder de graffiti.Beeld Gonçalo Fonseca

Portugal heeft het kleinste spoornetwerk van West-Europa. Bij de ‘treinenmoord’ verloren veel steden in het binnenland hun station. Nergens wordt de trein zo gemist als in Viseu. De regering belooft de stad weer aan te sluiten – maar in Viseu gelooft niemand dat.

Hoe vaak heeft João Paulo Gouveia niet hetzelfde pijnlijke gesprek moeten voeren? Alles doet de wethouder eraan om grote bedrijven naar Viseu te lokken. Die gesprekken beginnen meestal goed. ‘Is de stad veilig?’ Natuurlijk. ‘Is de stad schoon?’ Schoner kan niet. ‘Zijn de inwoners hoogopgeleid?’ Ja, dankzij de eigen universiteit. ‘En er is toch zeker wel een trein?’

Het is de vraag die Gouveia (44) het meest vreest. Want nee, Viseu heeft geen treinstation, hoewel de gemeente bijna honderdduizend inwoners telt. De keurige provinciestad, gelegen in het noordelijke binnenland van Portugal, is daarmee de grootste plaats van het land zonder spoorverbinding. ‘En een van de grootste van Europa’, voegt Gouveia daar gefrustreerd aan toe. ‘Het is een schande.’

Het probleem van Viseu staat niet op zichzelf. Het hele treinnetwerk van Portugal blijft ver achter. In 1893 telde het land evenveel spoorkilometers als nu, becijferde dagblad Público. Met 2,8 kilometer spoor per 100 vierkante kilometer heeft Portugal het op een na kleinste spoornetwerk van West- en Zuid-Europa. Alleen Griekenland heeft minder spoor, maar dat bestaat uit duizenden eilanden.

Dat Portugal relatief dunbevolkt is verklaart iets, maar niet alles. Spanje is dunner bevolkt maar dichter bespoord, al is de Iberische buur ook geen treinkampioen. Hetzelfde geldt voor Ierland, een eiland en dus niet aangesloten op het Europese spoor.

Locomotief onder graffiti

Dat het netwerk niet veel soeps is, beseft ook de Portugese regering. Die presenteerde in april een klinkend plan om de trein te brengen naar alle steden met meer dan 20 duizend inwoners. Onderdeel van het plan is de terugkeer van de trein naar Viseu.

Want dat is het gekke: Viseu hád een spoor, met verbindingen naar het westen en zuiden. Zwaar verouderde lijnen waren het, waar op het laatst nog één stoomtreintje per dag reed. In 1989 en 1990 sloot de regering beide lijnen. De zuidelijke Dão-lijn is nu een geliefd wandel- en fietspad, door spoortunnels en langs bewaard gebleven wachthuisjes. De oude locomotief staat er nog, uitgebeend en onder de graffiti.

Wat niet bewaard bleef, was het een eeuw oude treinstation van Viseu. In 1994 ging het tegen de vlakte om plaats te maken voor een lawaaiige rotonde. Daar doet nu niets meer denken aan het statige station. Het bestaat alleen nog in herinneringen als die van Leopoldo Carvalho (87), die op een terras aan de rotonde krast in een raspadinha, de mateloos populaire krasloten.

‘In 1949 reed mijn vader me hier te paard heen’, vertelt Carvalho. ‘Hij zette me op het station af voor de reis naar Angola, onze kolonie.’ Onvoorstelbaar dat de stad toen wel en nu geen trein had, vindt vriend Antonio Tavares (66), die net 20 euro bij elkaar krast. Een van de lottosymbolen is een comboio, een trein. Alsof de duivel ermee speelt.

Begrijp Tavares niet verkeerd: hij is net zo gek op rotondes als iedere andere Viseense. Viseu staat met meer dan honderd exemplaren niet voor niets bekend als de Stad van de Rotondes. Maar deze ene rotonde? ‘Wat was dat een ongelofelijke vergissing.’

De treinengenocide

Zoals in Viseu verving Portugal sinds de jaren tachtig talloze spoorlijnen voor snelwegen en rotondes. Het autobezit kwam op en voor de overheid was het leggen van asfalt veel goedkoper dan het opknappen en onderhouden van het verouderde spoornetwerk. Het resultaat was de comboiocídio, de treinenmoord. Meer dan duizend kilometer spoor verdween.

Dat trof vooral het binnenland, waar slechts een kwart van de Portugezen woont. Meerdere regiohoofdsteden verloren hun treinstation, waaronder Vila Real (52 duizend inwoners in gemeente) en Bragança (35 duizend), maar nergens wordt de trein zo gemist als in Viseu. Inwoners en bezoekers zonder auto moeten het doen met de bus. Die biedt prachtig uitzicht, maar is door de heuvelachtige route vanaf de kust geen summum van comfort.

Het oude treinstation moest wijken voor een lawaaiige rotonde.  Beeld Gonçalo Fonseca
Het oude treinstation moest wijken voor een lawaaiige rotonde.Beeld Gonçalo Fonseca

Francisco Melo (21) stapt dan ook enigszins groggy uit op het busstation van Viseu. De student bedrijfskunde heeft een busreis van drie uur achter de rug vanuit Viana do Castelo, een kustplaats ten noorden van Porto. Hemelsbreed is dat ongeveer de afstand tussen Leeuwarden en Enschede, een treinrit van bijna een uur korter. ‘Met een snellere treinverbinding zou ik iedere week naar Viana gaan. Eten en kleren ophalen bij mijn ouders.’

Helaas voor Melo staat een directe lijn naar zijn ouderlijk huis niet in de sterren. Wat de landelijke regering in haar treinenplan voorstelt is een spoorlijn van Viseu naar Aveiro, eveneens aan de kust. Van daaruit zouden reizigers noordwaarts (naar Porto) en zuidwaarts (naar Lissabon) moeten kunnen reizen.

Intenties niet genoeg

Erg uitgewerkt is het plan niet. Op basis van de eerste schets wil de regering van premier António Costa eerst een maatschappelijk debat voeren over de toekomst van het spoor. Pas in 2022 rolt daar een wetsvoorstel uit dat het parlement moet goedkeuren.

Vergeef wethouder Gouveia dus, als hij op het chique gemeentehuis van Viseu zegt dat hij het nog moet zien. ‘Intenties zijn mooi, maar er loopt geen enkele studie naar deze lijn.’

De linkse regeringspartij PS, denkt hij, wil goedkoop punten scoren in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in september. Daarna zou de partij Viseu, traditioneel een centrum-rechts bolwerk, weer vergeten.

Gouveia heeft alle reden om sceptisch te zijn. De regering nam de spoorlijn in april niet op in haar plannen voor het Europese coronaherstelfonds. Daarin vraagt Portugal wel om honderden miljoenen voor de uitbreiding van de metronetwerken in Lissabon en Porto – alsof die steden nog niet ver genoeg vooroplopen, moppert Gouveia.

Ook aan andere voorgenomen spoorlijnen besteedt Portugal nog geen euro uit het herstelfonds. De regering verontschuldigde zich daar al voor in de plannen, door te schrijven dat er ook andere Europese subsidiepotjes zijn. Een daarvan is Connecting Europe Facility (CEF), een fonds dat tot 2027 zo’n 24 miljard euro te verdelen heeft.

null Beeld Gonçalo Fonseca
Beeld Gonçalo Fonseca

Het probleem: sinds 2015 Portugal probeerde al twee keer eerder 400 miljoen euro aan CEF-subsidie te krijgen voor de Viseu-spoorlijn. Die zou in de toekomst zelfs kunnen worden doorgetrokken naar Salamanca, in Spanje. Beide keren schoot de Europese Commissie het project af omdat het rendement van de lijn niet groot genoeg zou zijn.

Portugal kon de totale kosten, 675 miljoen euro, niet zelf ophoesten. En dus ging er geen spade de grond in. Zo vergaat het de meeste plannen. Van het geld dat het land tussen 2015 en 2024 in het spoor wilde investeren, was in mei maar 12 procent uitgegeven.

‘Studenten verlaten stad’

Het uitblijven van de Viseu-lijn moet zowel de regering als de Europese Unie zich aantrekken, vindt Gouveia. Zonder verbindingen loopt het binnenland leeg. Voorzieningen brokkelen af. Dat zou minstens zo zwaar moeten wegen als de winstgevendheid van de lijn. ‘Als je alleen daarnaar kijkt, kun je tweederde van de overheid wel opheffen.’

Hoe ze het ook doen: in 2030 hoort de trein naar zijn stad te rijden. Dat eist Viseu en daar heeft het recht op. ‘Maar de mensen hier geloven het niet meer.’

Dat blijkt in café Avenida, bij de rotonde die dertig jaar geleden het station verdreef. Laat het woord trein vallen en je oogst hoongelach. 2030? Eerder het jaar 3000, als het meezit.

Dat de spoorloosheid niet zonder gevolgen is, illustreert het verhaal van Tania (29) en Gonçalo Almeida (28), die buiten onder een parasol zitten. Ze studeerden in Viseu en bleven plakken, ook omdat ze beiden uit dorpen in de buurt komen. Maar dat gold niet voor de meeste van hun studiegenoten. Zij verlieten Viseu voor een grotere stad, met meer economische kansen. Tania: ‘En altijd klaagden ze over de bus.’

Een treinverbinding zou de bedrijvigheid helpen en de hoogopgeleide jongeren voor hun stad behouden, denken ze. Tot het zover is, moet Viseu het doen met het toeristentreintje, een als trein verklede auto die langs de toeristische attracties voert. En zelfs die staat sinds kort in de garage met motorpech.

Meer over