De Groninger cultuur van Holland, Michigan

Anderhalve eeuw geleden vond een groep Noordnederlanders aan de oevers van Lake Macatawa, in de Amerikaanse staat Michigan, de zo gewenste vrijheid van godsdienst....

WIO JOUSTRA

WEGGAAN kun je beschrijven als een soort van blijven', schreef Rutger Kopland eens. Dat geldt, in nog sterkere mate, voor emigreren. Voor hen die huis en haard verlaten voor het onbekende, wacht aan de einder vaak nostalgie, melancholie, heimwee.

Waar wordt Sinterklaas met vollere overgave gevierd dan onder Nederlanders in het nieuwe land? Wie zingt uit vollere borst Als de Klok van Arnemuiden dan de Zeeuw op een feestavond in de Dutch Club van Adelaïde?

Vaatjes zoute haring en dozen jenever worden jaarlijks naar alle uiteinden van de wereld gevlogen om Nederlanders in staat te stellen Leids ontzet te vieren. En als de jongens van Ajax weer eens een cup stevig omarmen, zijn ze nergens trotser dan in die oergezellige huiskamer ergens in Nieuw-Zeeland, Canada of de Verenigde Staten.

'Wie de zee overvaren, verwisselen van hemel, maar niet van ziel', wist Horatius al.

Zo moet het ook de 35-jarige dominee Albertus Christiaan van Raalte uit het Drentse Sleen en zijn zestig volgers zijn vergaan, toen ze anderhalve eeuw geleden naar Amerika vertrokken op zoek naar vrijheid van godsdienst voor hun gereformeerde afscheidingsbeweging.

Die vonden ze aan de oevers van Lake Macatawa in de staat Michigan. De nederzetting, die ze inpikten van de Indianen, noemden ze in ieder geval 'Holland'. Noorderlingen waren het - Groningen, Friezen en Drenten - en streng in de leer. Harde werkers, goede kwaliteit en op tijd.

Dat die noordelijke mentaliteit bezit nam van een deel van de oostelijke oever van Lake Michigan, moge blijken uit een historische anecdote in de business directory 1995 van de Kamer van Koophandel in de Holland area.

'De vroege Hollanders waren onverzettelijk. Toen de federale regering in Washington weigerde een scheepvaartkanaal tussen Lake Michigan en Lake Macatawa te financieren, namen ze pikhouweel en schop ter hand en groeven het kanaal zelf. En in het tijdsbestek van één winter bouwden ze daarna de eerste brug over de Grand River.'

In het kapitalistische Amerika wordt een hoge arbeidsmoraal op waarde geschat. Holland is een uitzonderlijk rijke enclave in een overigens redelijk welvarend deel van de Verenigde Staten. Maar de hang naar het verleden, de nostalgie naar het Noorden van Nederland, is altijd gebleven.

En zo wordt Holland met z'n veertigduizend inwoners eens per jaar onder de voet gelopen door een half miljoen bezoekers van het Tulip Time Festival. 'Een stukje Oud-Holland, getransplanteerd naar Amerika and all America loves it!', staat in het programmaboekje.

Dit jaar wordt het festival gehouden tussen 9 en 18 mei. Bezoekers kunnen onder meer een Dutch Heritage Dinner Show bijwonen of genieten van een Dutch History Breakfast Buffet. Voor de kleintjes is er een 'Kinderplaats', voor de groten een 'Pretplaats' en wie echt uit z'n bol wil gaan, neemt natuurlijk deel aan de 'Volksparade', in klederdracht en op klompen.

Een deel van de festiviteiten heeft plaats op Windmill Island, genoemd naar de tweehonderd jaar oude Brabantse De Zwaan, America's only authentic Dutch windmill. Het eiland ligt aan de monding van Lake Macatawa, vlak boven het centrum van de stad en telt ook nog wat pseudo-Hollandse huisjes en een postkantoortje van bordkarton.

Zelfs voor weinig verwende Amerikanen is dat nauwelijks nog een toeristische attractie te noemen. De bezoekersaantallen zijn de afgelopen jaren dan ook flink gedaald. Windmill Island draait met verlies en dat is in Amerika een doodzonde. Van Raalte en de zijnen draaien zich om in hun graf.

De vroede vaderen van Holland, Mich. bezinnen zich al geruime tijd op een list. Tenslotte is elke tourist buck er één. En ze hadden er wel honderd miljoen dollar voor over om die weer binnen te laten stromen. Waartoe konden ze zich beter wenden dan het oude land? Back derhalve to the roots.

VORIG JAAR vonden de eerste bezoeken over en weer plaats. 'Ze hadden een identiteit nodig, want van zulke plekjes zijn er in dit multi-culturele land wel duizend', zegt Willem Foorthuis van Het Regio-Project, onderdeel van de Stichting Historisch Onderzoek en Beleid in Groningen.

Foorthuis en zijn compagnons kwamen in Holland terecht in het kader van een onderzoek naar de historische band tussen Amerika en Groningen. Besloten werd tot de bouw op Windmill Island van een 'Dorp van het Noorden'. Even dreigde dit culture-to-culture concept de verkeerde kant op te gaan. De kant van tulpen, molens en klompen, van nog meer Hollandse kitsch.

Eind vorig jaar kon je geen regionale krant in het Noorden opslaan of er zou wel een oud tolhuis (Burum), een typisch Nederlands schoolgebouwtje (Rottum), een leegstaand arbeidershuisje, een bruin café dat op instorten staat of een vervallen boerderij van het kop-hals-romp type, naar Holland, Mich. verdwijnen.

Precies op tijd kwamen contacten tot stand tussen het stadsbestuur van Holland en de gemeente Groningen. Het leidde tot een verkennend bezoek van de burgemeester van Holland, samen met de city manager en de bestuursvoorzitter van Windmill Island aan Groningen en Friesland en tot een tegenbezoek van, in eerste instantie de Groninger stadsarchitect Maarten Schmitt en projectmanager Jan Does van de dienst Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken van de Martinistad.

Met als gevolg dat Windmill Island iets heel anders wordt dan een openluchtmuseum met Noordnederlandse geveltjes. Schmitt: 'Nederlandse curiosa, een slagboom en entree heffen, dat was het idee. Maar zo maken wij geen plannen. Wij zetten een droom neer. Wij zeggen: wat is je ambitie? Met die instelling kwamen we daar op het stadhuis terecht.'

Op zijn werktafel ligt een tegeltje van de stad Holland, dat Schmitt meekreeg naar het oude land. 'Eendragt maakt Magt' en 'God zij met Ons' staat er op. Als dankbetuiging. Want het bezoek van de beide Groninger stadsplanners heeft, getuige krantekoppen als New Look Offered for Windmill Island en Island Plans Picking up Steam, indruk gemaakt.

SCHMITT en Does liepen door de binnenstad van Holland en kwamen een Groninger in plaats van een typisch Amerikaanse cultuur tegen. 'Het opwaarderen van de detailhandel vindt plaats in de binnenstad en niet in grote shopping malls aan de rand van de stad. De binnenstad is mooi ingericht met verwarmde straten. De winkels lopen weer en de café's zitten vol. En ook erg on-Amerikaans is de integratie van universiteit en museum en van woningen voor bejaarden in het centrum.'

Vanuit die planningscultuur vonden de beide Groningers het zonde om Windmill Island, dat tegen het centrum aanligt, zo eenzijdig te ontwikkelen. Schmitt: 'We hebben tegen ze gezegd: maak er een integraal onderdeel van de stad van. Een vibrant neighbourhood zoals ze dat daar noemen. Een levendige buurt, waar mensen niet alleen komen kijken, maar ook daadwerkelijk wonen. Neem daarin antieke elementen uit Nederland op, maar integreer het, geef het z'n plek.'

Om die gedachte geaccepteerd te krijgen moest eerst nog wel het Amerikaanse concept van een public-private partnership worden vervangen door het Nederlandse. In Amerika wordt van overheidswege gezegd hoe men het ongeveer wil hebben en vervolgens wordt het volledig aan het bedrijfsleven overgelaten. In Nederland wordt een project veelal gestuurd door de overheid.

'Toen ze daar eenmaal aan gewend waren, zijn we met z'n allen een paar dagen gaan fröbelen', aldus Does. Hij laat het resultaat zien. Knippen, plakken, tekenen, kleuren. In een keurig schriftje. Typisch Nederlands; de harten van de Hollanders moeten van herkenning opengegaan zijn.

Eerst werden vier doelstellingen geformuleerd: erfgoed, vitaliteit, samenhang in de stad en ecologische aspecten. Daarna werden thema's bedacht, zoals religie, scheepvaart, landbouw en zuivel. En vervolgens werden taken gesteld: zoek je bij het thema van de scheepvaart bijvoorbeeld een historisch Nederlands schip of bouw je een actueel scheepvaartcafé?

Schmitt en Does hebben het enthousiasme dat ze in Holland, Mich. hebben opgewekt met hun stedebouwkundig concept voor Windmill Island, weten over te brengen op het gemeentebestuur van Groningen en op het noordelijk bedrijfsleven. Inmiddels heeft de Groningse wethouder J. Pieters-Stam van Economische Zaken, onder meer vergezeld door project-manager Jouke Haanstra van de Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij (NOM), Holland bezocht en daar een toespraak gehouden op een typisch Amerikaans early bird breakfast van zo'n tweehonderd ondernemers, waaronder enkele echte tycoons.

Waar nu vooral aan gewerkt wordt is het business-to-business concept: Amerikaanse en Nederlandse bedrijven die samen de thema's, die straks van Windmill Island een unieke locatie moeten maken, nader gaan uitwerken. Op het aanstaande Tulip Time Festival komt een maquette te staan. Nog hooguit 20 procent van de gebouwen zal naar Michigan worden verscheept, na eerst in Noord-Nederland steen voor steen te zijn afgebroken.

'Het potentieel is waanzinnig', zegt Schmitt. 'Ook voor de komst van Amerikaanse bedrijven naar Noord-Nederland. Want wat toch wel indruk op ze heeft gemaakt, is dat in een stad als Groningen, ondanks een werkloosheid van 20 procent, geen verloedering is opgetreden. Dat we hier nog zoveel zelfbewustzijn hebben dat we onze eigen wereld ophouden. Daar zijn ze verbaasd over en tegelijkertijd, vanwege de roots, toch ook een beetje trots op.'

Meer over