De groeiende lijst slachtoffers van de schuldencrisis

George Papandreou en Silvio Berlusconi zijn niet de eersten die de macht verliezen vanwege de economische crisis. In Ierland, Portugal en Slowakije sneuvelden premiers en regeringen om dezelfde reden; Spanje volgt hoogstwaarschijnlijk binnenkort. Vk.nl zet de slachtoffers op een rij:

Gert-Jan van Teeffelen en Pieter Sabel
De Italiaanse premier Berlusconi tijdens een persconferentie in Brussel in juni 2008. Beeld reuters
De Italiaanse premier Berlusconi tijdens een persconferentie in Brussel in juni 2008.Beeld reuters

Ierland (Brian Cowen)
Net als Spanje raakte Ierland, dat in razend tempo rijk was geworden, aan de rand van de afrond met hulp van projectontwikkelaars en bouwbedrijven die maar nieuwe huizen bleven bouwen. Toen de zeepbel knapte, stortte het Ierse bankwezen in. De overheid kreeg de rekening gepresenteerd en vroeg na lang dralen in november 2010 noodsteun; het kreeg 85 miljard euro. Premier Brian Cowen moest in februari boeten voor de shocktoestand waarin het land was geraakt. Zijn middenpartij Fianna Fail, die decen-nialang het monopolie op de Ierse macht had, leed de grootste nederlaag ooit. Sindsdien wordt de regering gevormd door de centrum-rechtse partij Fine Gael, die in Enda Kenny de premier leverde, en de centrumlinkse Labourpartij. Ierland krabbelt nu langzaam uit het dal.

Portugal (José Socrates)
Portugal was na Ierland het tweede probleemland dat moest toegeven dat het zonder externe hulp niet verder kon. Op 6 april vroeg premier José Socrates de steun waarvan hij eerder had bezworen dat die niet nodig was. Portugal kreeg een maand later een reddingsboei van 78 miljard euro toegeworpen. Socrates moest voor de vierde maal binnen een jaar keihard bezuinigingspakket presenteren, maar hiervoor kreeg hij geen steun meer. Het electoraat toonde bij de kort daarna gehouden verkiezingen geen genade. De geschiedenis herhaalt zich echter: intussen is de nieuwe liberaal-conservatieve regering van premier Pedro Passos Coelho al bijna even impopulair vanwege alle bezuinigingen.

Slowakije (Iveta Radicova)
Op zich gaat het helemaal niet slecht met Slowakije. Toch struikelde ook hier de regering over de crisis op de financiële markten. In oktober moest het land als laatste lidstaat goedkeuring verlenen aan uitbreiding van het Europese noodfonds, toen nog 'slechts' 440 miljard euro groot. De centrum-rechtse premier Iveta Radicova kon bij de stemming in het parlement echter niet rekenen op de steun van haar liberale coalitiepartner, die meent dat Slowakije al genoeg heeft moeten lijden om in de euro te komen. Het gevolg was dat ze de steun nodig had van de sociaal-democraten. Die speelden - anders dan in Nederland - een keihard spel. Hoewel ze vóór uitbreiding van het fonds waren, stemden ze aanvankelijk toch tegen. Hiermee brachten ze de regering van Radicova ten val en dwongen ze nieuwe verkiezingen af. Een paar dagen later stemden de socialisten alsnog in met verruiming van het fonds.

Spanje (Zapatero)

Spanje is in diepe mineur en heeft met 21 procent de hoogste werkloosheid van de EU. Het land kampt met de gevolgen van een geknapte vastgoedzeepbel en een structureel zwakke economie. In april liet de sociaal-democratische premier José Luis Rodríguez Zapatero weten dat hij zich niet herkiesbaar stelt bij de komende verkiezingen. Een betrekkelijk irrelevante opmerking; het is al maanden duidelijk dat de Spaanse socialisten verpletterend verslagen zullen worden op 20 november. De conservatieve Partido Popular krijgt naar verwachting een absolute meerderheid.

Griekenland (Papandreou)

De Griekse premier moest vorige week het veld ruimen, na hoog politiek spel gespeeld te hebben over de implementatie van het Europese pakket aan noodmaatregelen voor Griekenland. Hoewel er op Europees niveau overeenstemming werd bereikt over die maatregelen, kondigde Papandreou onverwacht een referendum aan. Hij wilde het Griekse volk laten stemmen over de bezuinigingen. Na druk uit Brussel en zijn eigen parlement besloot Papandreou dat plan te laten varen. Hij kreeg steun van de oppositie voor het maatregelenpakket, maar alleen als hij zelf op zou stappen en uitvoering over zou laten aan een nationale coalitieregering van tijdelijke aard. Vandaag wordt bekend hoe die tijdelijke regering eruit zal zien, en wie haar zal leiden.

Italië (Berlusconi)
Berlusconi raakte gisteren zijn meerderheid in het Italiaanse Huis van Afgevaardigden kwijt, en zag zich aan het einde van de dag genoodzaakt zijn aftreden bekend te maken. Na overleg met de Italiaanse president Napolitano zei Berlusconi terug te treden zodra het parlement in Italië een omvangrijk bezuinigingspakket aanneemt. Vandaag wees Berlusconi Angelino Alfano, tot nu toe partijvoorzitter van Berlusconi's partij Volk van de Vrijheid, aan als zijn opvolger.

De Ierse oud-premier Brian Cowen in januari van dit jaar. Beeld reuters
De Ierse oud-premier Brian Cowen in januari van dit jaar.Beeld reuters
José Socrates, oud-premier van Portugal, afgelopen juni. Beeld reuters
José Socrates, oud-premier van Portugal, afgelopen juni.Beeld reuters
Iveta Radicova, de Slowaakse premier die zich niet herkiesbaar zal stellen, afgelopen oktober. Beeld afp
Iveta Radicova, de Slowaakse premier die zich niet herkiesbaar zal stellen, afgelopen oktober.Beeld afp
De Spaanse premier José Luis Zapatero, begin deze week. Ook Zapatero stelt zich niet opnieuw verkiesbaar. Beeld afp
De Spaanse premier José Luis Zapatero, begin deze week. Ook Zapatero stelt zich niet opnieuw verkiesbaar.Beeld afp
De Griekse premier George Papandreou. Beeld reuters
De Griekse premier George Papandreou.Beeld reuters
Berlusconi, nogmaals, hier in december vorig jaar. Beeld afp
Berlusconi, nogmaals, hier in december vorig jaar.Beeld afp
Meer over