De grauwe kiekendief moet terug

Agrarisch natuurbeheer zit in het verdomhoekje, maar in Oost-Groningen broeden overal roofvogels op de akkers. Advies aan de staatssecretaris: 'Geef ecologen meer zeggenschap.'

'Kijk hoe elegant ze vliegt, misschien grijpt ze zo wel even een libelle, gewoon voor de fun, maar ik denk dat ze uit is op een strootje voor haar nest; ja, ja, kijk, wat pakt ze daar op?' Geef Ben Koks een grauwe kiekendief en een verrekijker en er volgt een ratelend verslag, doorspekt met de levensloop en eigenaardigheden van de roofvogel in beeld.

Met een dot gras in haar bek duikt de kiekendief even later de wintertarwe in, op weg naar haar nest. 'Daar plaatsen we straks een kooi omheen zodat de vos en steenmarter er niet bij kunnen. Agrarisch natuurbeheer ís niet ingewikkeld: nestelgelegenheid en voedsel; daar draait het om. Zelfs in slechte muizenjaren produceren onze kiekendieven jongen.'

Vorige maand bestempelde de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur het agrarisch natuurbeheer in Nederland als 'een groot fiasco'. Een oordeel dat Koks in grote lijnen deelt. Hij is oprichter van de Werkgroep Grauwe Kiekendief, die nauw samenwerkt met boeren.

'Jarenlang is er voor het agrarisch natuurbeheer pakweg veertig miljoen over de heg gegooid, zonder noemenswaardige prestatie-eisen', aldus Koks. 'Terwijl de uitvoering kwam te liggen bij agrarische natuurverenigingen, collectieven van boeren. Die zijn niet primair bezig met het halen van natuurdoelen, maar met het binnenslepen van subsidie, ook voor boeren die er met de pet naar gooien. Redt de veldleeuwerik het niet, dan komt dat altijd door de vossen en de kraaien. De overheid heeft bovendien verzuimd aan kennisontwikkeling te doen.'

Dat er in Oost-Groningen weer dertig paar grauwe kiekendieven broeden, geldt als bewijs dat agrarisch natuurbeheer wel degelijk kan werken, vindt Koks. In de jaren tachtig was deze roofvogel vrijwel uit Nederland verdwenen. In het moderne landschap leefden te weinig muizen en kleine vogeltjes om aan de kost te komen. Tot de EU rond 1990 besloot de landbouwoverschotten terug te dringen door braaklegging van akkerland.

Als vogelaar zag Ben Koks de kiekendieven terugkeren. Dat leidde tot oprichting van de Werkgroep Grauwe Kiekendief, inmiddels een onderzoeksorganisatie met zes mensen die het de vogels zo goed mogelijk naar de zin maakt, maar ze ook volgt voor wetenschappelijk onderzoek. Niet alleen in Oost-Groningen, maar ook in de overwinteringsgebieden in Afrika.

Woensdag komen deskundigen van de provincies en van het ministerie van Economische Zaken aanhoren hoe Koks het tij keerde.

In de jaren negentig werd de braaklegging opgeschort, maar met lokale boeren en de provincie ontwikkelde zijn werkgroep een alternatief voor de muizen en de kleine zangvogels: in kansrijke gebieden werden bijna tien meter brede akkerranden aangelegd, bekostigd uit de pot voor agrarisch natuurbeheer. Het gebied tussen Winschoten en de Duitse grens is uitgegroeid tot een bolwerk voor vogels die onder druk staan.Voor de velduil (10 paar) en de blauwe kiekendief (4) is dit gebied inmiddels een belangrijk last resort.

Momenteel doet de werkgroep een proef met ' vogelakkers', ingezaaid met gras of een klaver/luzernemengsel, dat kan worden geoogst als veevoer. 'Zo'n stel akkerranden is waarschijnlijk goedkoper en net zo succesvol', aldus Koks. 'Natuurlijk is dat een vorm van tuinieren. Maar dat is natuurbeheer in Nederland eigenlijk altijd. Ik zie ook liever een velduil of een kiekendief jagen in een prachtige duinvallei, maar dat gebeurt niet of nauwelijks meer. Dan is dit bijna net zo mooi.'

Volgens Koks, die werd uitgeloot voor de opleiding tot boswachter, de middelbare landbouwschool volgde en daarna milieukunde (hbo) studeerde in Groningen, is het succes te danken aan een rigide aanpak: niet wijken voor de druk van agrarische organisaties. 'Ik ben echt niet de Stalin van Oost-Groningen, met de boeren kan ik prima overweg.'

'Boeren begrijpen best dat een regeling waar ze geld voor krijgen ook effect moet hebben. Maar dat is de overkoepelende organisaties en agrarische natuurverenigingen een doorn in het oog. Die beschouwen die veertig miljoen voor agrarisch natuurbeheer als hun geld, dat ze zo eerlijk mogelijk moeten verdelen over zo veel mogelijk agrariërs. Ik zie in Brabant te smalle akkerranden, ingezaaid met de mooiste veldbloemen. Prachtig, maar zinloos. Die randen zijn er niet voor de natuur, maar voor de subsidie.'

Twee weken geleden kondigde staatssecretaris Sharon Dijksma van Economische Zaken aan dat ze de regels wil aanpassen: alleen subsidie voor agrarisch natuurbeheer in gebieden waar dat geld zin heeft. De uitvoering wordt in handen gelegd van collectieven van boeren en betrokkenen zoals natuurorganisaties.

'Ik vind het een verademing dat Dijksma kiest voor kansrijke kerngebieden', zegt Koks. 'Maar er is onvoldoende nagedacht over de kwaliteitsborging. Ook natuurorganisaties hebben daar vrijdag in een brief aan Dijksma voor gewaarschuwd. Krijgen ecologen wel genoeg zeggenschap? Laat boeren alsjeblieft niet de regie voeren.'

undefined

Meer over