De goede Mandela laat het voorjaar worden

Twee punkachtige jongens slaan donderdagmiddag kwart over twaalf de hoek van het Amsterdamse Damrak om en zien de menigte en de soldaten op de Dam en vragen: 'Wat is er aan de hand?...

Dan vliegen de duiven van de Dam op, want de duizenden klappen en juichen als hij in de deuropening van het Paleis verschijnt en wuift. Een lange wandeling lijkt het naar het Monument en terug. De vrouw met zonnebril is te klein om veel te kunnen zien. Haar grotere vriendin doet verslag. Dat hij een Afrikaans hemd draagt, weer wuift, en weer en weer - de ene helft van het publiek applaudisseert dan en de andere helft wuift terug - en hoe hij hand in hand met Graça Machel de trappen van het Monument beklimt voor de kranslegging.

'Nou gaat hij weer de trap van het Paleis op', zegt de grotere vriendin, 'kun je hem zien?' Ja, zegt ze, 'ik zie hem.' Ze duwt de zonnebril omhoog om tranen uit haar ogen te wrijven, ze snift en zegt: 'Erg hè.'

Ze besluiten even op een terrasje te gaan zitten. Zo'n goed mens is Mandela, dat hij het zelfs in Nederland voorjaar heeft laten worden.

De twee vrouwen missen de verschijning van Mandela op het balkon van het Paleis, omringd door Graça Machel, koningin Beatrix en burgemeester Patijn.

Drie uur later bij het Muziektheater: een oude grijze dame met een fiets en drie kleinkinderen die ze van school gehaald heeft. Om de beurt klimmen ze op oma's bagagedrager om over de rijen heen te kijken en haar verslag te doen. 'Ik zie hem', meldt de kleindochter, 'hij stapt uit de bus en doet gek.' Gek? 'Ja, hij zet een een Russische berenmuts op.' Gejuich. 'Wat doet-ie?', wil oma weten. 'Hij zwaait.' Kleinzoon mag nu op de bagagedrager. Harder gejuich. 'Gullit', roept kleinzoon van boven, 'hij en Gullit omarmen elkaar.'

Burgemeester Patijn spreekt en vereert Mandela met de gouden eremedaille van de stad. Oma vertaalt in brokstukken het Engels van Patijn. Mandela antwoordt en herinnert aan de woorden in het Amsterdamse wapen: 'Gheldghaftig, vasteberaden, warm-barmhartig.' De menigte scandeert mee. Dan klimt oma zelf op de fiets en ziet Mandela een dansje doen voor het Casa-koor dat zingt - ze klapt in haar handen.

Weer beneden vertelt ze haar kleinkinderen: 'Hij lijkt nog zo jong, in mijn ogen dan hè. Hij danste. Zo met zijn heupen. En met een vrouw. Maar dat was Winnie niet.'

'Nee, daar is hij niet meer mee', zegt een man naast haar. 'Hij doet het nu met Machteld.' 'Nee, Masjel', verbetert een buurman. 'O', zegt oma, 'dat wist ik niet, sorry.' Ze is ontroerd, haar ogen glanzen. 'Zo'n man', zegt ze, 'die een half leven, bijna de helft van mijn jaren, in de gevangenis, en dan zo aardig, eh zo. . .eh. . .nou ja.'

Mensen van buiten de stad raadplegen plattegronden om te kijken vanaf welke brug ze hem nog een keer in de rondvaartboot kunnen zien. Een echtpaar uit Brabant is al om twee uur met een oude ANC-vlag op de Magere Brug gaan zitten. Bijna drie uur later en omringd door ander volk en het Casa-koor zien ze hem onder zich doorvaren over de Amstel. Mandela zwaait, Graça Machel zwaait, Pieter van Vollenhove zwaait.

'Je kon hem heel goed zien', zegt een jonge vrouw tegen haar vriend. 'Ja, hij was heel dichtbij', zegt hij. 'Minder dan twee meter', zegt zij. 'Jongens, tot morgen', groet hij als ze met twee portretten van Mandela onder de arm de brug verlaten.

Meer over