DE GODSDIENST HEEFT MEER OPGELEVERD

De oude zondag is de nieuwe week geworden. Het is nog niet zo lang geleden dat je de hele zondag op alle uren, draaiend aan de radio, op God bleek te hebben afgestemd....

KEES FENS

Ik heb een vrolijke godloochenaar gekend die er treurig van werd, en dan hoorde hij ook nog de hele morgen de klokken van een nabijgelegen kerk. Op zondagmorgen zie ik nog wel eens een mis op de televisie; die komt meestal uit België of uit een onduidelijke kerk die door het Omroeppastoraat wordt beheerd. En mijn oude onlustgevoelens keren terug, want, laten we eerlijk zijn, God is er niet op vooruitgegaan. Hij houdt nu van blokfluiten en kampvuurliederen en van teksten die ik niet begrijp, en er zijn ook altijd kinderen die voor God iets vreselijks opvoeren.

Op zondagmiddag zie ik nog wel eens een protestantse kerkdienst of een volle zaal met EO-mensen en daar word ik ook niet vrolijker van, vooral door de bijgedachte dat er in de hemel eeuwig wordt gezongen. Maar verder lijkt het wat rustig geworden.

De secularisatie heeft tot twee nieuwe godsdiensten geleid: de kunst en het voetbal. En we overdrijven weer evenzeer als de gelovigen nog niet zo lang geleden: het is nu de hele week voetbal. Ik begin het spel te haten, met allerlei gemene gevoelens als gevolg. Als ik hoor dat de zoden in ArenA, dat SodomA van het voetbal, de lucht ingaan, hoop ik nog maar alleen dat bij een zware herfststorm in november de hele mat als een vliegend tapijt boven Amsterdam komt te zweven. En de slechte kijkcijfers van Sport 7 vervullen mij met een vreugde die velen bij de getallen van het afnemende kerkbezoek moet hebben.

Zondagavond kon ik om zes uur kijken naar een volledige uitzending van RKC-Roda. Ik heb een kwartier gekeken en begon te snakken naar een van regen en zuidwestenwind doortrokken kerkdienst van een hersteld gereformeerde gemeente, met van die mooie harde koppen in de kerk en de vierkante tale Kanaäns vanaf de kansel. Soms kijk ik even naar het programmaoverzicht van het sportkanaal en dat komt neer op: het eerste uur Bijbel, het tweede uur catechese, het derde uur de Heilige Schrift, het vierde uur samenzang, het vijfde uur dominee Postema, en de avondsluiting is een quiz over de Heidelbergse catechismus onder leiding van de vrijgemaakte Frank Masmeijer. En intussen vult de NOS elk vrij uur met voetballen of berichten over blessures.

Ik kijk nu helemaal niet meer. En ik hoop dat heel veel Nederlanders hetzelfde doen, zodat we een tweede golf van ontkerkelijking zullen beleven. 'Het blijft een volkssport', zegt die farizeeër Staatsen als hij een tientje van de prijs van een kaartje afhaalt. En hij likt de laatste korreltjes kaviaar weg, zojuist in de Arena genuttigd.

En zo kwam er een prachtig boek op het verkeerdste moment in mijn leven. Het heet Hi-Ha-Hondelul en andere sportpoëzie; het is een beredeneerde bloemlezing, samengesteld door Ko van Geemert. De titel bezorgde mij al meteen een lichte huivering, want vergeleken met dit gedicht is 'Heerlijk helder Heineken' een saffische strofe. Ik las al die gedichten - en de meeste gaan toch over voetbal - met de afkeer van iemand die een bundel kerkliederen in handen krijgt net nadat hij de kerkdeur met een klap heeft dichtgegooid. Ik vond het meeste aanstellerij, overtonigheid, grootspraak in de vorm van ironie, ach al die intellectuelen die aan sport zijn gaan doen. Ze zullen er wel als laatste mee ophouden, want als ze niet meer naar voetballen kijken, zijn ze meteen geen intellectueel meer.

Rancune maakt heel oneerlijk. Wie met een wat tot rust gekomen geest het liedboek der kerken leest, zal bij sommige liederen de poëzie toch niet kunnen weghonen. En daarom moet ik zeggen, nadat ik net van een kenner had gehoord dat het sportkanaal nog slechter gaat dan ik dacht en dat er in Arena voor de wedstrijd Ajax-De Graafschap van zondag maar drie ons kaviaar is ingeslagen, dat het boekje met die vreselijke titel echt heel aardig is; dat de samensteller elke regel waarin een Nederlandse dichter of cabaretier de naam van een sport of een sportattribuut heeft gebruikt, heeft weten te ontdekken; dat er mooie teksten in staan, zoals dit gedicht dat Remco Campert over Piet Keizer schreef. Het heet '1973' (toen we allemaal nog naar de kerk en het stadion gingen):

Sombere tijden, zwarte dagen

een glimp van licht zo nu en dan

als op het voetbalveld

jij met lome genialiteit

je van een verdediger bevrijdt

Ach, die na ons komen

nooit zullen ze weten

waarvan we droomden.

En het sonnet van Jan Kal dat begint met de regel 'Dichten is fietsen op de Ventoux' blijft mooi, vooral door de mogelijkheid van intertekstualiteit die het de intellectuele sportliefhebber biedt. Want besteeg een van de allergrootste dichters, Petrarca, niet de Mont Venttoux? En ik ben Ivo de Wijs (die op zondagochtend op de radio de kerkdienst heeft vervangen door 'Vroege vogels', over natuur en milieu, maar je voelt je een even groot zondaar na afloop), dankbaar voor het kleine gedicht waarin hij de man die mij zelfs het wielrennen doet haten, die spreker als een gebroken ketting, Kneteman, het woord geeft:

Nieuws uit de wielersport

Ludo Vanvlierberghe

Kon ik als ploegmaat

Van mijn - zo u weet

Hij heb gefaald, ik werd

Campionissimo

Zo is het leven!

Een groet van

DE KNEET

En natuurlijk blijven de voetbalgedichten van Buddingh' en Nico Scheepmaker heel mooi, maar bij het werk van de laatste ben ik vrij weerloos, omdat hij zo aardig was en ik heel lang geleden, toen wij beiden het woord literatuur nog niet konden uitspreken, met elkaar hebben gevoetbald.

Ach, het is een heel mooi boekje, met iets te veel winderige tussenteksten. En het is ook leerzaam, want ik weet nu dat het 'hondelul' uit de titel volksetymologie van 'onbenul' is. Hi, ha, dacht ik even.

Het is een vol boekje dat in de 'sportbibliotheek' van Thomas Rap verscheen. Maar ik kreeg het op het verkeerde ogenblik in handen. Je gaat toch niet Bloem zitten lezen als je gelukkig bent. Maar het echte gedicht over voetballen zal nooit worden geschreven; het blijft bij licht en lucht. De godsdienst heeft meer opgeleverd.

Meer over