De Glorieuze Zon straalt niet meer

Hij leek het partijapparaat, het leger en de media volledig in zijn greep te hebben. Maar er is iets misgegaan....

DE nieuwe Führer van Noord-Korea oogt als een grijnzende pad. Om zijn bescheiden lengte van 1,55 meter te flatteren draagt hij hooggehakte cowboylaarzen en een al even hooggekapte watergolf. Het beoogde effect van een rijzige gestalte wordt echter weer tenietgedaan door zijn 85 kilo en zijn zware kogelvrije vest.

Kim Jong Il werd vooral bekend als het vermoedelijke brein achter de bijlmoord op twee Amerikaanse officieren in 1976, de bomaanslag in 1983 op een Zuidkoreaanse regeringsdelegatie in Rangoon, en de bomontploffing in een Korean Airlines-vliegtuig in 1987. De nieuwe leider schijnt getrouwd te zijn en twee kinderen te hebben.

Vóór de dood van zijn vader Kim Il Sung op 8 juli vorig jaar leek de toekomst junior toe te lachen. Op het zesde partijcongres in 1980 was hij benoemd tot secretaris voor Organisatie en Propaganda, en tevens tot tweede man in het Politbureau. In december 1991 werd hij opperbevelhebber van het Koreaanse Volksleger. Kort daarop werd zijn vijftigste verjaardag (het 'februari-festival') met pracht en praal gevierd. De premier van het land beklemtoonde in zijn feestrede de 'oneindige warme liefde en bekommernis' van de 'dierbare leider' jegens zijn volk. En daarna werd er een gedicht voor de Zoon voorgedragen, gecomponeerd door niemand minder dan de Vader:

Vijftig jaren gingen heen, sinds de Heldere Ster werd geboren, Allen kijken op naar hem: onze soldaat en geleerde, loyaal en plichtsgetrouw, Eensgezind bewonderen wij hem allen, En onze donderende 'Hoera's' doen de hemelen en de aarde schudden!

In april 1992 (toen aan de titels van zijn vader officieel die van 'God van Korea' werd toegevoegd) werd Kim Jong Il benoemd tot maarschalk. Voor de gelegenheid werd een militaire parade afgenomen, en de beoogde opvolger sprak zijn eerste openbare woorden voor een groot publiek. 'Roem aan ons heldhaftig leger', riep hij de honderdduizend aanwezigen toe. Een opmerkelijke gebeurtenis, want in tegenstelling tot zijn praatgrage vader houdt Kim Jong Il zich en public graag op de achtergrond. Zijn piepstem mist het vereiste timbre.

Ter ere van de Dag van het Leger promoveerde hij meteen meer dan 600 relatief jonge officieren tot hoge generaalsrangen in een kennelijke poging om een groep loyale aanhangers in het leger te creëren. Maar inmiddels, tien maanden na de dood van zijn vader, is de Glorieuze Leidinggevende Zon van Korea in de problemen. De Dierbare Leider is nog altijd niet benoemd tot president, evenmin tot secretaris-generaal van de Koreaanse Arbeiderspartij. In feite heeft Kim Il Sung daarom nog altijd geen opvolger.

Kim Jong Il werd in de Sovjet-Unie geboren, op 16 februari 1942, in een plaatsje in de buurt van Chabarovsk. Zijn vader, een voormalig communistisch guerrillastrijder tegen Japan, was de Chinese grens overgevlucht en diende als kapitein in het Rode Leger. Jong Il werd door de Russische soldaten Joera genoemd. In 1945 werd Kim Il Sung met zijn familie door het Rode Leger naar Noord-Korea overgebracht, alwaar hij dank zij Stalins patronage spoedig de macht in handen kreeg.

Jong Ils moeder Kim Jong Suk werd door de Russische generaals Vera genoemd, en stond onder hen bekend om haar gastvrijheid. Zij overleed in 1949. Kim Il Sung hertrouwde met zijn twintig jaar jongere secretaresse Kim Song Ae, maar tussen haar en Jong Il heeft het nooit geboterd. Het ventje werd opgevoed door een schare gouvernantes en verpleegsters.

Tijdens de Koreaanse oorlog (1950-'53) werd hij tijdelijk in China gestald. Daarna bezocht hij onder meer de Mangyongdae elite-school in Pyongyang. Vermoedelijk volgde hij ook enige tijd middelbaar onderwijs in Roemenië of in de DDR. Over zijn jonge jaren is weinig meer bekend dan dat zijn 'uitzonderlijke wijsheid' toen reeds bleek. Zo ontdekte hij dat 'één en één niet altijd twee hoeft te zijn, want twee waterdruppels vormen samen één nieuwe'.

Van 1960 tot '64 studeerde Jong Il 'politieke economie' aan de naar zijn vader genoemde universiteit. Hij organiseerde er zijn eerste campagne, de 'tienduizend pagina's leesbeweging'. Van alle deelnemende studenten werd verwacht dat zij jaarlijks 10 duizend pagina's uit het werk van Kim Il Sung lazen. Na zijn afstuderen werd hij aangesteld als medewerker van het door zijn oom Kim Yong Ju (Il Sungs broer) geleide organisatiedepartement van het partijsecretariaat.

In de jaren tussen 1966 en '69 verwijderde Kim Il Sung eerst bijna alle leiders die niet tot zijn Mantsjoerijse partizanen-groep hadden behoord, en vervolgens ook nog eens al diegenen onder deze oude kameraden die naar zijn smaak te veel praats hadden. Vooral zijn eigen familie, met zijn vrouw en broer voorop, profiteerde hiervan. De jonge Kim speelde een belangrijke rol op de achtergrond in deze opmars van de familie. Vanuit het organisatiedepartement organiseerde hij de systematische verspreiding van de geschriften van zijn vader. Daarnaast zette hij een inlichtingendienst binnen de partij op om het privé-leven van 'onzuivere' leidende kaders te controleren. Dit leverde hem de bijnaam 'de tentakel' op.

Vanaf het begin van de jaren zeventig verlegde de aankomende leider zijn aandachtsveld naar kunst en media. Kim schrok er niet voor terug zelf het libretto voor een nieuwe opera te schrijven, toepasselijk Zee van Bloed genaamd (en overigens 'de eerste opera van het Zee van Bloed-type').

Vanaf 1973 kwam ook de economie binnen Jong Ils ruime vizier. Hij organiseerde de zogenaamde 'Drie Revolutie-Brigades', bestaande uit ongeveer 50 duizend jongeren, die de controle over de bedrijven overnamen. Managers die onvoldoende loyaal werden geacht, of bijvoorbeeld de automatisering 'saboteerden', werden zonder pardon afgevoerd.

Kims economisch beleid was gebaseerd op de leuze 'snelheid boven evenwicht'. Voor de 70ste verjaardag van zijn vader in 1982 liet hij via een zogenaamde 'storm van snelheidsveldslagen' een aantal prestige-objecten uit de grond stampen, zoals een reusachtige Arc de Triomphe en de 170 meter hoge Juche Toren, bestaande uit 25.550 witgranieten stenen, één voor elke dag uit het leven van 'de grote leider, die zo groot is dat het woord groot zijn grootheid niet kan beschrijven'.

'Juche' houdt ironisch genoeg in: de mens centraal. Volgens Kim Jong Il was de marxistische visie op de bepalende rol van de economie in de geschiedenis inmiddels namelijk verouderd. De mens kan alle barrières slechten, inclusief de economische. Juche is, kortom, het theoretisch vijgeblad van de ongebreidelde stalinistische arbeidscampagne.

Wellicht het meest opmerkelijke van Kim Jong Ils optreden in de jaren zeventig waren zijn ideologische initiatieven. Hij durfde aan wat zelfs Stalin en Mao nooit hebben aangedurfd, namelijk de leiderscultus in te kleden met een echte leiderstheorie. Interessant genoeg was het niet Kim Il Sung zelf (een man die nog uit de orthodoxe Comintern-tradities stamde), maar zijn zoon die met deze ketterij kwam en hem ertoe bracht haar te accepteren.

REEDS rond 1970 kwam Jong Il tot de slotsom dat 'het vraagstuk van de leider' de essentie van alle revoluties vormt. Volgens hem mag 'een leider niet als gewoon individu worden beschouwd'. Alleen hij is namelijk de ontwerper van de doctrine. Leiders representeren als het ware het bewustzijn tegenover de massa's, die in het 'spontane' blijven steken. Leiders en revoluties 'verhouden zich tot elkaar als zon en bloem'. Volgens Kim Jong Il is de partij een soort 'levend organisme', waarbij de leider 'de hersenen' vormt. Iedereen moet 'ademen in eenheid met zijn wil'. Voor het volk geldt de leider als de 'vader', de partij als de 'moeder', en Juche als de 'ziel'.

In 1976 liet Kim junior tevens weten dat het marxisme-leninisme voortaan als een verouderde gedachte diende te worden beschouwd, en moest worden vervangen door het 'Kimilsungisme'. De hele samenleving diende te worden 'gekimilsungiseerd', waarbij 'grenzeloze loyaliteit jegens de leider' de enige maatstaf van denken en handelen werd. Zo spoorde Kim Jong Il in de jaren zeventig zijn vader aan tot nog grotere vastberadenheid in de uitoefening van zijn eigen despotische macht en die van zijn familie.

De achtergrond van dit Koreaanse communisme is niet moeilijk te vatten. In 1902 formuleerde Vladimir Iljitsj Lenin zijn 'voorhoede-theorie', waarin hij de marxistische partij als een 'partij van leiders' omschreef, die tegenover de in het 'elementaire' gevangen arbeidersklasse het bewuste element vertegenwoordigt. Welnu, Kim Jong Il heeft deze voorhoedegedachte opgepikt en toegepast op de ene leider in plaats van op de partijorganisatie. Daarin verweefde hij de lokale Confucianistische traditie, waarin hiërarchie en wederzijdse plichten centraal staan, evenals eerbied voor 'de vader' en 'absolute loyaliteit' jegens de met een hemels mandaat beklede vorst.

Dit alles legde hem geen windeieren. In 1973 en '74 werd hij benoemd tot partijsecretaris en lid van het Politbureau. Vanaf dat moment verscheen hij in de Noordkoreaanse pers onder de mysterieuze titel 'het Partijcentrum'. Zijn vader concentreerde zich verder op de buitenlandse politiek, en liet het partijapparaat aan de zorgen van zijn zoon over. Jong Il gebruikte zijn nieuwe macht allereerst om een vete binnen de familie te beslechten. Hij beschuldigde zijn stiefmoeder en haar zoon Kim Pyong Il van nepotisme en rangeerde hen op een zijspoor. Vervolgens werd oom Yong Ju smadelijk afgezet.

In 1980 werden al deze inspanningen beloond. Kim Jong Il werd officieel tot Dierbare Leider en beoogd opvolger gebombardeerd. Om zijn machtsbasis te versterken besteedde hij in de daarop volgende jaren bijzondere aandacht aan de Bond van de Socialistische Werkende Jeugd, wiens vijf miljoen leden hij naar eigen zeggen in 'vijf miljoen bommen' wilde veranderen. Vooral jonge mensen die aan de Mangyongdae-school of de Kim Il Sung-universiteit hadden gestudeerd, werden op sleutelposities benoemd. Bij de dood van zijn vader leek Kim het partijapparaat, de jeugdorganisaties, de media en het leger in een ijzeren greep te hebben.

Er is echter duidelijk iets misgegaan. In augustus vorig jaar deden er al hardnekkige geruchten de ronde over graffiti en pamfletten tegen Kim. En geliefd kan hij ook nauwelijks zijn. Nog voor zijn aantreden vertoont hij al de trekken van een monarch in verval.

Russische diplomaten erkennen zijn intelligentie en oog voor detail, maar beschrijven hem bovenal als 'onstabiel en bizar'. Toen Moskou betrekkingen met Zuid-Korea aanknoopte bestookte Kim het hoofd van de Russische ambassadeur met een asbak. Een Zuidkoreaans filmersechtpaar dat naar het noorden was gekidnapt maar kon ontsnappen, omschrijft hem als 'arrogant, onberekenbaar en driftig'. Enkele jaren geleden deed een gevluchte Noordkoreaanse diplomaat een boekje open over de leider. Als hem iets niet bevalt zwaait hij met zijn pistool. Hij zuipt en laat de door hem geprefereerde Hennessy cognac bij kratten uit Frankrijk invliegen. Uit Angola wordt speciaal voor hem geneeskrachtige haaielever aangevoerd.

Evenals zijn vader is hij namelijk hypochonder. Kindertjes die hem bloemen aanbieden moeten eerst hun handen en gezicht met alcohol ontsmetten. Zijn gebruikte zakdoeken laat hij microscopisch onderzoeken. De leider gaat zelden voor vier uur 's nachts naar bed, en dan nooit alleen. Hij houdt er een harem met tientallen vrouwen op na, evenals 150 buitenverblijven. Naar zijn voornaamste datsja vlak bij Pyongyang loopt inmiddels een speciaal aangelegd spoor. Zoals Stalin is hij liefhebber van films. Hij heeft er vijftienduizend in zijn privé-collectie. En gelijk Brezjnev verzamelt hij auto's, waarmee hij naar believen door de uitgestorven straten van Pyongyang scheurt.

Voor zover zijn karakter te beoordelen is, lijkt Kim Jong Il een verbeten angsthaas, een creep, totaal geschift, maar wel eentje die weet wat hij wil, en die alles op alles zal zetten om te overleven. Het staat inmiddels ook vast dat hij op de oude weg wil doorgaan. Op 1 november vorig jaar verscheen in

Pyongyang zijn 'onsterfelijk meesterwerk' genaamd Socialisme is een wetenschap. Het is een lange tirade tegen de 'renegaten van het socialisme' die over de hele wereld het kapitalisme hersteld hebben, en bevat een herhaling van de oude 'theorie van de leider'.

Maar de Noordkoreaanse elite aarzelt. Inmiddels zijn Kims in ongenade gevallen oom, stiefbroer en stiefmoeder weer opgedoken en profileren zich als mogelijk alternatief.

Wat voor toekomst heeft een streng stalinistisch bewind in het licht van de nieuwe internationale verhoudingen nog? Moet men werkelijk zijn kaarten zetten op deze dinosaurus? Het voorbeeld van Ceausescu toont aan dat dit niet zonder risico is. Een gruwelijke bijltjesdag behoort tot de mogelijkheden. De keuze waarvoor de Noordkoreaanse nomenklatoera nu staat, is er letterlijk een tussen leven en dood.

Meer over