De glimlach van een aap, doet je beseffen hoe hij leeft

Makaken die leven onder een totalitair regime glimlachen wel, maar uitsluitend om hun onderdanigheid te tonen. Zijn apesoorten vrijer en gelijkwaardiger, dan is de glimlach meer een vriendelijke uitnodiging om te spelen of te knuffelen....

DE EERSTE glimlach van een pasgeboren baby doet het moederhart sneller kloppen: 'mijn kind herkent me en voelt zich met me verbonden'. Onjuist, stelt drs S. Preuschoft, psychobiologe aan de Universiteit Utrecht. 'Het zegt meer over de moeder dan over het kind. De baby kan nog nauwelijks zien, en volgt met die vertederende glimlach niets meer dan een aangeboren reflex.'

Volgens Preuschoft staat de glimlach bij mensen vooral bekend als uitdrukking van genegenheid en andere positieve emoties. Veel glimlachjes verhullen echter gevoelens van angst en onzekerheid, of ze zijn in elk geval niet eenduidig te interpreteren. Naar de betekenis van de mysterieuze glimlach van de Mona Lisa wordt bijvoorbeeld al eeuwenlang gegist. En wie zich in zijn eentje langs een groep agressieve voetbalsupporters wil begeven, maakt zich klein en gaat glimlachen als teken van 'doe me niks'.

Glimlachen als uiting van een onderwerpingsritueel vormt vermoedelijk een restant van voorouderlijk gedrag. Dat concludeert Preuschoft na bestudering van de mimiek van meer dan honderdvijftig apen van het makaken-geslacht. Volgende week promoveert zij in Utrecht op dit sociobiologisch onderzoek.

Op het Centre de Primalogie van de universiteit van Straatsburg observeerde ze een twintigtal tonkeanmakaken, die in het wild alleen op het Indonesische eiland Sulawesi voorkomen. In een veertien hectare groot bos van een privé-dierentuin in zuid-Duitsland bespiedde Preuschoft zeventig berbermakaken, terwijl ze in het dierenpark van Rheine, eveneens in Duitsland, een tiental baardmakaken bestudeerde. Ten slotte bekeek ze de glimlach van zestig langstaartmakaken van de Universiteit Utrecht.

De onderzoekster denkt dat haar observaties niet worden verstoord door de kunstmatige omstandigheden in de dierentuin, en dat de resultaten tamelijk representatief zijn voor in het wild levende apen. 'Apen gedragen zich uitsluitend anders tegenover de verzorgers. Afgezien van een enkele lawaaiige schoolklas, tonen ze zich onverstoorbaar tegenover het publiek.'

Uit de observaties komt naar voren dat de langstaartmakaak en de berbermakaak voornamelijk tegen groepsgenoten glimlachen uit angstige onderdanigheid wanneer die dreigend hun kop naar voren steken. 'Direct na het glimlachen maakt het beest zich uit de voeten. De glimlach bij deze apesoorten is uitsluitend een reactie op agressiviteit', aldus Preuschoft.

Daarentegen vertoont een grijnzende tonkeanmakaak of een baardmakaak geen enkel angstig vluchtgedrag. 'Integendeel', zo constateerde Preuschoft, 'hun zelfvoldane grimassen drukken louter vriendelijkheid uit, en vormen een uitnodiging tot spelen of omhelzen. Bij de tonkean- en baardmakaak is de glimlach meer een verholen vorm van breeduit lachen, net als bij de mens.'

Volgens de biologe valt het verschil te verklaren door de manier waarop de groepen zijn georganiseerd. Bij de langstaartmakaak en de berbermakaak heerst een despotisch regime, waarbij de hoogsten in rang worden toegelachen door lager geklasseerde individuen.

Preuschoft: 'Onder tonkeanmakaken en baardmakaken is de sociale ordening daarentegen gelijkwaardiger en zijn de dieren meer gericht op samenwerking en minder op concurrentie. Daar vloeit, net als bij de mens, het glimlachen grotendeels samen met de brede lach, waarbij de lippen de tanden ontbloten.'

Willen de tiranniek georganiseerde makaken spelen, dan gaat de mond wijd open, en gaan ze rukkerig ademhalen, een beetje zacht lachen eigenlijk. De grimas vormt een typische, stille gezagscode tussen volwassen beesten.

Volgens Preuschoft wordt het onderdanige lachje bij langstaartmakaken en berbermakaken door de generaties heen gesocialiseerd. Een apejong van hoge komaf wordt op den duur toegelachen door nazaten van lager geklasseerde exemplaren.

Die glimlachen hebben een pacificerende werking, waarmee de apen strijd vermijden en verwondingen voorkomen. Ook bij de mens geldt de glimlach vaak als smeermiddel om wrijvingen te voorkomen, of om onzekerheid en angst te verhullen. 'Zie je zelf maar eens glimlachen als je iets gedaan moet krijgen van een superieur op je werk', zegt Preuschoft.

Na al dat aapjes kijken, kent Preuschoft zelf ook een aardig mondje 'makakisch'. Lippentuitend, tandenklapperend, breed grijnzend en glimlachend bootst ze de gemoedstoestand van de verschillende soorten na. Als trouw bezoekster van dierentuinen heeft ze op die manier buiten onderzoekstijd diverse apen enthousiast aan het spelen gekregen. Onderdanig tegen de wetenschapper was er nog niet een.

René Didde

Meer over