De gewone werknemer raakt steeds vermoeider

Nederland is moe van het werk. In 1967 werd 10 procent van de WAO'ers afgekeurd wegens psychische klachten, in 1990 bijna 30 procent....

Van onze verslaggever

Peter Giesen

GRONINGEN

Is het werk echt zwaarder geworden of stellen werknemers hogere eisen, zodat allerlei zware of routineuze klusjes werk hen steeds zwaarder vallen? 'Er wordt absoluut harder gewerkt', zegt de Groningse hoogleraar arbeidspsychologie dr T. Meijman. 'Werk is niet meer te vergelijken met werk in de jaren zestig. Een havenarbeider sjouwde vroeger met zakken op zijn rug. Nu is hij een computer-operator die in zijn eentje werkt. Boeren worden opgepiept door de computers in de stal, als ze op de tractor zitten. Dat is een probleem, want het verstoort hun werk. Vroeger bestond zoiets niet, veel boeren hadden niet eens een tractor. Werk doet een veel zwaarder beroep op het psychisch functioneren dan vroeger', zegt Meijman.

De Groningse hoogleraar heeft van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek 6,5 miljoen gulden gekregen voor een grootscheeps onderzoeksprogramma. De onderzoekers hopen meer inzicht te krijgen in de psychische en fysieke aspecten van het verschijnsel vermoeidheid.

Vooral vrouwen zijn vaak moe, blijkt uit cijfers van Meijman. Van de vrouwelijke 'lagere employées' boven de 49 jaar is 45 procent 'vaak moe', meldt 50 procent 'nerveuze klachten' en is 37 procent 'vaak opgewonden of gejaagd'. Maar ook van de relatief fitte 'mannelijke middelbare en hogere employés' tussen de 30 en 49 jaar heeft ongeveer 15 procent last van deze klachten.

De wereld is de afgelopen decennia een stuk vermoeiender geworden, meent Meijman. In afgeslankte overheidsbureaucratieën en efficiënte bedrijven wordt steeds meer gedaan door steeds minder mensen. 'Banen in de luwte' voor oudere werknemers zijn op grote schaal geschrapt. 'Als student werkte ik in de haven. Daar liepen oudere havenarbeiders rond, die ons een beetje wegwijs maakten. Maar zulke functies zijn er bij de saneringen in de jaren tachtig allemaal uitgegaan.'

Ook het privé-leven stelt hogere eisen. In het traditionele gezin waren de taken efficiënt verdeeld. Vader aan het werk, moeder thuis bij de kinderen. Tegenwoordig zijn er vaak twee banen in een huishouden, en moet de zorg voor de kinderen worden gedeeld. Bovendien wonen mensen veel verder van hun werk, sinds vrijwel iedereen een auto heeft. 'De gemiddelde reistijd van een werknemer is anderhalf tot twee uur', aldus Meijman. De vrij besteedbare tijd van mensen tussen de 25 en 40 jaar is afgenomen.

De opmars van de computer heeft overwerk veel eenvoudiger gemaakt. Wie 's avonds de administratie wil bijwerken, hoeft geen archiefkast mee te slepen, maar steekt een diskette in zijn binnenzak. Meijman: 'Ik bel vanavond nog even via de computer van de universiteit met mijn collega in de Verenigde Staten. Er wordt flink overgewerkt. Uit onderzoek is gebleken dat 30 procent van de werknemers 30 procent meer dan de overeengekomen tijd werkt.'

Het probleem van de mens is eigenlijk dat hij zo flexibel is, zegt Meijman. 'Daarom zijn zij vaak de sluitpost in heel inflexibele systemen. Om bedrijfseconomische redenen wil Albert Heijn 's nachts zijn winkels gaan bevoorraden. Die logistiek is heel ingewikkeld en wordt strak gepland. De werknemers moeten zo flexibel zijn om buiten de normale uren op te draven.'

De 24-uurseconomie lijkt efficiënt, maar volgens Meijman is dat slechts schijn. 'Je betaalt er een enorme prijs voor, omdat een groot aantal mensen moet afhaken. Maar het bedrijf ziet die kosten niet. '

Volgens onderzoek van Meijman kan het tempo niet straffeloos worden opgevoerd. Hij deed een experiment met drie groepen rij-examinatoren. De eerste had een gemakkelijke dag met negen examens, de tweede deed de 'normale' tien examens en de derde groep deed er elf. In het lichte programma was er acht minuten ruimte tussen elk examen, in het zware programma hadden de examinatoren geen moment vrij, afgezien van koffie- en lunchpauze.

Het zal geen verbazing wekken dat bij de hardst werkende examinatoren de meeste adrenaline werd gemeten. Maar wat interessanter is: 's avonds om elf uur lag het adrenaline-niveau bij hen nog steeds aanzienlijk hoger dan bij hun collega's die een normale dag achter de rug hadden. De zwaarst beproefde examinatoren rapporteerden dan ook slaapklachten en een vermoeid gevoel bij het opstaan. Volgens Meijman schuilt hierin een groot gevaar: werknemers werken zo intensief, dat zij onvoldoende uitrusten. Daardoor kan chronische vermoeidheid ontstaan, waardoor zij op oudere leeftijd moeten afhaken.

'Elke sportman weet dat de verhouding tussen rust en prestatie belangrijk is. Maar bij arbeid schijnt dat een revolutionair inzicht te zijn. Onder druk van allerlei Oostaziatische tijgers schijnen wij harder te moeten werken. Maar dat zijn oncontroleerbare verhalen. In elk geval zijn ze heel ideologisch geladen. '

Meer over