profielKarim Khan

De gevreesde tegenstander van het Internationaal Strafhof is nu hoofdaanklager nummer 1

Als advocaat van menig president of dictator lag hij geregeld in de clinch met de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar nu gaat de Pakistaanse Brit Karim Khan zelf die functie vervullen.

Karim Khan Beeld .
Karim KhanBeeld .

Binnen het internationale strafrecht bestaat een ongeschreven regel: get Khan. Het inhuren van Karim Khan is door de jaren het streven geweest van menig premier, president of dictator die voor het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag moest verschijnen. Vanaf woensdag staat hij aan de andere kant van de rechtszaal: als hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof. Met deze aanstelling hoopt het Hof succesvoller te zijn. Immers, je kunt de 50-jarige Brit van Pakistaanse komaf beter voor je, dan tegen je hebben.

Dat merkte zijn Gambiaanse voorganger Fatou Bensouda vijf jaar geleden toen ze zich genoodzaakt zag de geruchtmakende strafzaak tegen Keniaanse vicepresident William Ruto te beëindigen. Ruto werd ervan beschuldigd na de presidentsverkiezingen van 2007 het etnisch geweld in zijn land te hebben aangewakkerd, waarbij uiteindelijk 1.200 mensen omkwamen. Maar Khan maakte in de strafzaak duidelijk dat er sprake was geweest van het intimideren en zelfs omkopen van getuigen, waarbij de Amerikaanse ambassadeur een kwalijke rol zou hebben gespeeld. Khans kritiek op de aanklagers van het Hof was hard. De zaak werd geseponeerd.

Gambia speelde op de achtergrond een belangrijke rol bij de nominatie van Khan, die aanvankelijk niet eens op de shortlist stond van kandidaten om de derde hoofdaanklager van het Hof in Den Haag te worden. Begin dit jaar werd hij echter gekozen, ondanks bezwaren van 22 Afrikaanse mensenrechtenadvocaten. Voor het Verenigd Koninkrijk was het een belangrijke diplomatieke zege, omdat het na de Brexit wil bewijzen dat het nog een belangrijke stem heeft op het wereldtoneel.

Gepokt en gemazeld

Voor een advocaat zo gepokt en gemazeld, is de overstap van pleiten naar aanklagen geen probleem. In het Britse gewoonterecht vervullen de zogeheten Queen’s Counsels, de toppleiters, beide rollen. Voor de ene zaak worden ze ingehuurd door justitie, voor de andere door de verdediging. Al jaren is Khan een gewilde advocaat op het gebied van internationaal recht. Het kantoor waar hij deel van uitmaakt, Temple Garden Chambers, heeft dan ook een filiaal op het Lange Voorhout.

Zijn Aziatische achtergrond wordt gezien als een voordeel, zeker op dit grensoverschrijdende rechtsgebied. Toen deze ‘angstvallige slimme advocaat’, zoals een collega hem heeft omschreven, door de Keniaanse overheid werd ingehuurd, was dat niet alleen omdat hij een Engelse advocaat was, maar ook vanwege zijn achternaam en Pakistaanse achtergrond. Om die reden zou hij meer affiniteit hebben met diversiteit, en minder westers zijn. ‘Ik heb het geluk’, zo heeft Khan in interviews gezegd, ‘dat ik geen ‘typische Brit’ ben.’

Maar zijn Pakistaanse komaf is niet altijd makkelijk voor hem geweest. Toen hij begin jaren negentig solliciteerde voor een leerlingplek op een advocatenkantoor werd er in zijn aanwezigheid openlijk gesproken over de vraag of hij er Engels of Pakistaans uitzag. Een oudere aanwezige bij het sollicitatiegesprek merkte zelfs op dat ‘voor iemand als jij’ een stuk makkelijker zou zijn als je ‘gewoon Smith als achternaam had’.

Sir Mohammed

Khan groeide op in het Noord-Engelse Yorkshire, als zoon van een Pakistaanse dermatoloog en een Engelse verpleegster. Een van zijn jongere broers is het Conservatieve Kamerlid Imran Khan, een voorstander van de Brexit, strijder tegen ‘cultuurmarxisme’ en actief lid van de LGBTI+-groep binnen de regeringspartij. Imran en Karim studeerden op het prestigieuze King’s College in Londen. Imran koos na militaire geschiedenis te hebben gestudeerd een carrièrepad in de diplomatie en de politiek. Karim, een goed spreker, wilde mensenrechtenadvocaat worden.

Khans grote inspiratiebron is Mohammed Zafarullah Khan (1893-1985), de mede-grondlegger van Pakistan en de latere topman van zowel de Verenigde Naties als het Internationaal Gerechtshof, dat ook zetelt in Den Haag en geschillen tussen staten behandelt. Khan noemt Sir Mohammed liefkozend zijn ‘geadopteerde opa’, een oude wijze man die tegen de jonge Karim onder meer sprak over zijn ervaringen met Winston Churchill en John F. Kennedy. In interviews laat Khan het nooit na om de medemenselijkheid en filantropie te roemen van zijn mentor.

Charles Taylor

In 1997 maakte Khan zijn ‘Haagse debuut’ als juridisch adviseur bij het Joegoslavië-Tribunaal, een functie die hij later ook vervulde bij het Rwanda-Tribunaal. Als strafpleiter was hij onder meer actief voor de voormalige vicepremier van Kosovo, Fatmir Limaj, en voor Saif Kadhafi, de zoon van de voormalige Libische dictator. Tevens heeft hij de slachtoffers van de Cambodjaanse kampcommandant Kaing Guek Eav, beter bekend als ‘Duch,’ bijgestaan, een van de leiders van de Rode Khmer. Namens de Irakese overheid verrichtte hij onderzoek naar de wreedheden van IS.

Zijn meest omstreden optreden was als advocaat van de Liberiaanse oud-​president en oorlogsmisdadiger Charles Taylor, die zich had schuldig gemaakt aan barbaarse wreedheden in buurland Sierra Leone. Tijdens deze zaak kreeg hij ruzie met de rechtbankvoorzitter. Nadat Taylor uit onvrede over het proces uit het verdachtenbankje was opgestaan en weggelopen, volgde Khan zijn cliënt. De rechter wilde dat hij bleef, maar Khan zei dat Taylor zichzelf wilde verdedigen en hij deze keuze respecteerde. ‘U kunt niet opstaan en wegwaltzen’, waarschuwde de rechter. ‘Ik moet het doen, mijn excuses’, reageerde Khan.

Een van Khans sterke punten is de gave om een complexe zaak op een heldere, beeldende en kernachtige wijze te presenteren, iets die hij naar eigen zeggen te danken heeft aan het lezen van Shakespeare en Dickens. Als hoofdaanklager is het niet alleen Khans taak om het aantal veroordelingen op te schroeven, maar ook om het Hof, dat niet wordt erkend door grootmachten als Rusland, China en de Verenigde Staten, meer legitimiteit te geven. Voor Londen is hij bovenal een vooruitgeschoven pion van Global Britain.

Drie weetjes over Karim Khan

De Khans behoren tot de Ahmadiyya Moslimgemeenschap, een vrijzinnige stroming binnen de islamitische wereld. Deze gemeenschap werd in 1889 opgericht in wat nu Pakistan is. Ahmadi-moslims worden in streng-islamitische landen, waaronder Pakistan, beschouwd als ketters en zodoende vervolgd.

Sir Mohammed Zafrullah Khan legde in zijn tijd als rechter bij het Internationaal Gerechtshof op 20 mei 1955 de eerste steen voor de Moebarakmoskee het Haagse Benoordenhout, de eerste moskee in Nederland.

Karim Khan behoort tot een groeiende reeks succesvolle Britten van Pakistaanse origine. Anderen zijn de intellectueel Tariq Ali, documentairemaker Sarfraz Manzoor, oud-minister Sajid Javid, de Londense burgemeester Sadiq Khan en de radiopresentator Mishal Husain.