De gevoelens van het volk

Nooit zullen Zeeuwen begrijpen waarom de mens gewonnen land moet teruggeven aan de vijand: het water. Hoe politici luisterden naar het morrende volk, in het Westerscheldedossier alles anders werd dan was afgesproken, en de zaak eindigde in een juridisch moeras....

Op 2 augustus 2006, de dag na het overlijden van de Zeeuwse gedeputeerde Thijs Kramer, gaat bij de ex-boerenknecht Kees de Broekert (dan 69) uit Baarland de telefoon. Het is ‘een boertje van Walcheren’: ‘Gelukkig héej? Héej?’

De Broekert kijkt nu terug op dat merkwaardige telefoontje: ‘Toen zei ik: en nu ben je bij mij aan het verkeerde adres, héej? En nu ben je bij mij écht aan het verkeerde adres.’

Als initiatiefnemer van een handtekeningenprotest tegen ontpoldering in Zeeland is Kees de Broekert sinds jaar en dag het goede adres. Hij heeft er inmiddels 27 duizend. Ook staat hij in de regio bekend als iemand die zijn protest graag in dichtregels vervat. In zijn tuin in Baarland (Zuid-Beveland, 621 inwoners) staat een bord met de tekst: ‘Wel Ontkolderen, Nooit Ontpolderen.’

Ook deze, op een spandoek, is van hem: ‘Groene rakkers, blijft van onze akkers!’ In 2006 inspireert minister van Verkeer en Waterstaat, de tegenwoordige Zeeuwse commissaris van de koningin Karla Peijs, hem tot: ‘Peijs! Brengt ons niet van de wijs!’

Als De Broekert nu terugkijkt op dat telefoontje van dat ‘boertje van Walcheren’ wordt hij wederom boos. Respectloos. Niets dan goeds over de doden. Hoewel die Kramer natuurlijk ‘een groene rakker’ was, lid van ‘de milieumaffia’.

Kramer, PvdA-politicus, komt op 1 augustus 2006 tijdens een bezoek aan De Chinese Muur om als een rotsblok op de bus rolt, waarin hij zit. Zijn partner overleeft het ongeval. Het Zeeuwse college van Gedeputeerde Staten roemt hem in een verklaring voor zijn ‘visie en daadkracht’.

Op 21 december 2005, ruim zeven maanden voor zijn dood, kijkt Thijs Kramer in de prachtige Abdij van Middelburg toe hoe de Vlaamse en Nederlandse regering de Scheldeverdragen ondertekenen. ‘Historische bijeenkomst’, herinnert Carel Colijn, directeur ruimte, water en milieu van de provincie Zeeland, zich.

Na december 2005 begint Thijs Kramer aan zijn levenswerk. Hij praat met boeren die weigeren hun vruchtbare polderland af te staan voor natuur. Hij praat met natuurontwikkelaars die alle wettelijke verplichtingen uit hun hoofd kennen. Hij praat met politici die steeds maar naar ‘het volk’ willen luisteren. En vooral: hij praat met Zeeuwen, inwoners van de provincie die in 1953 zwaar werd getroffen. Zeeuwen die nooit zullen begrijpen waarom de mens gewonnen land terug moet geven aan de vijand: het water.

Kramer is daar, als West-Zeeuw, diep van doordrongen. Maar als kersvers politicus is hij van mening dat hij niet alleen luisteren moet, maar ook leiden. Hij legt zich niet neer bij de sentimenten, maar zoekt de weerstand op en probeert die te overwinnen.

Kort voor zijn dood lijkt Kramer het onmogelijke mogelijk te hebben gemaakt. Politiek en maatschappelijk weet hij brede steun te verwerven. Na een half jaar intensief canvassen in rokerige zaaltjes gaan vrijwel alle politieke partijen, de landbouwsector en de milieubeweging akkoord met een elegant, uitgewogen compromis.

Het behelst ongeveer dit. Zoals afgesproken tussen de Vlaamse en Nederlandse regering in de Scheldeverdragen: de Westerschelde wordt verdiept (Belgisch economisch belang) en bij wijze van compensatie voor de natuurschade zal polderland terug worden gegeven aan het water.

Expliciet wordt genoemd welke natuur: onder meer de ruim driehonderd hectare tellende Hedwigepolder, onder de rook van de Antwerpse haven. Wonder boven wonder lijken alle partijen zich aan de afspraken te houden.

Tot zover het succesverhaal. Dan sterft Kramer en wordt alles anders. De verkiezingen van november 2006 komen eraan. Tegelijk groeit de weerstand. In Zeeland staat een CDA’er op tegen het plaatselijke partijestablishment en neemt het voortouw in de protesten: Ad Koppejan. Hij wordt snel populair. De andere politici worden zenuwachtig. Het volk mort. Moesten we daar niet naar luisteren?

Het plan Kramer wordt nog wel getekend. Onder anderen door de CDA’ers Veerman, Peijs, Verhagen en Balkenende. Het wordt zelfs geratificeerd.

Maar het draagvlak brokkelt af. In het kielzog van het CDA beginnen ook andere partijen te draaien. Koppejan wordt gekozen in de Tweede Kamer en volhardt in zijn kruistocht.

De PvdA blijft nog het langst consistent. Maar als in de Tweede Kamerfractie Lia Roefs in 2007 het woordvoerderschap overneemt, gaat ook die partij om. Roefs en Hamer trekken de Hedwigepolder in en besluiten: we hebben het al die tijd verkeerd gezien. Ook de PvdA wil alsnog een alternatief. In Zeeland slaan ze zich voor het hoofd. Het CDA trok altijd alle vuur in deze! Heeft Hamer zelfmoordneigingen?

Ook SGP, VVD en de SP laten zich leiden door ‘de gevoelens van het Zeeuwse volk’. Daarom wordt er toch nog een commissie ingesteld onder leiding van Ed Nijpels.

In oktober 2008 komt hij terug met een onwelkome boodschap: Het plan-Kramer, oftewel het inmiddels geratificeerde verdrag, is verreweg de beste mogelijkheid. De enige, eigenlijk, stelt de commissie. Dus: recht zo die gaat.

Het proces dat dan volgt is interessant genoeg om in detail te bekijken.

Na de presentatie van het rapport van de commissie-Nijpels in oktober koersen alle betrokken ministeries – LNV, V & W en VROM – erop aan het advies onverkort over te nemen. ‘Verburg was er heel tevreden mee’, zegt Nijpels.

Ook betrokkenen op de ministeries beamen dat. Het interdepartementaal overleg over de kwestie wordt zelfs teruggeschroefd, omdat de richting wel duidelijk is. V & W en VROM weten niet beter dan dat er medio april een brief namens Verburg met die strekking naar de Tweede Kamer zal gaan.

Ook op Landbouw bestaat die indruk. Volgens sommige betrokkenen ligt er de eerste week van april zelfs een conceptbrief waarin de Hedwigepolder onder water is gezet. De vraag is: was Verburg het daarmee eens?

Nee, zeggen ze in CDA-kring, dit was het zoveelste staaltje tegenwerking door eigenzinnige, weigerachtige ambtenaren. Ja, zeggen andere betrokkenen. Een week voor de uiteindelijke beslissing was Verburg nog helemaal voor ontpoldering.

Hoe dan ook: begin april komt er een bericht van Algemene Zaken. De ambtenaren van Landbouw werden eraf gehaald. Het hele dossier verhuist naar het departement van de minister-president. Ambtenaren zouden daar aan het knippen en plakken zijn geslagen met de conceptbrief en schrijven hem naar een heel andere conclusie toe.

Op donderdagavond 16 april worden de Vlaamse minister-president Kris Peeters en zijn topambtenaar Wivina Demeester uitgenodigd voor een onderhoud op het Catshuis. De twee komen aan in de veronderstelling dat het verdrag gaat worden uitgevoerd zoals neergelegd in het verdrag, en aanbevolen door Nijpels en zijn commissie.

Even later staan ze weer buiten. ‘Verbijsterd’, laat een van hen weten. Kort daarna krijgt Tineke Huizinga, staatssecretaris Verkeer en Waterstaat namens de ChristenUnie, een korte boodschap van Balkenende: in het Westerschelde-dossier wordt alles anders. Maar niet getreurd, het zal haar departement geen geld kosten. De rest hoort ze vrijdagmiddag wel.

Die vrijdag is het Balkenende, níet Verburg, die het alternatieve plan in de ministerraad presenteert.

Het kabinet kiest niet de oplossing van Nijpels. Zelfs niet een van de de vijf alternatieven die Nijpels in zijn rapport als ‘kansrijk’ betitelt, maar een ‘oplossing’ die door Nijpels en een commissie voor hem reeds als volmaakt zinloos is gewaardeerd: bodemverlaging van het Verdronken Land van Saeftinghe en aanleg van zogenoemd ‘buitendijks schor’.

Het kabinet noemt het een dubbelbesluit: als het allemaal toch niet blijkt te kunnen, kan de Hedwigepolder alsnog onder water worden gezet.

Het kabinet trekt hiermee het juridische moeras in, voorspelt Nijpels. Hij krijgt gelijk.

Vanaf dat moment volgen de gebeurtenissen elkaar in hoog tempo op. De milieuverenigingen protesteren bij de Raad van State. Die geeft ze gelijk. Het uitbaggeren van de Westerschelde mag niet beginnen. De Belgen zijn boos over het uitstel en de flagrante schendingen van de afspraken.

In Antwerpen breekt een symbolische Zeeuwse mosselboycot uit. Begin juli ploft bij LNV een brief van de Europese Commissie op de mat. Of Nederland wil uitleggen hoe het aan zijn Europese milieuverplichtingen denkt te voldoen met het ‘alternatief’? T

ussen de ministeries van LNV en V & W breekt ruzie uit over alle extra kosten die het kabinetsbesluit met zich meebrengt. België had in het plan-Kramer driehonderd miljoen euro toegezegd. Daar kan Nederland naar fluiten. Ook moet er een nieuwe dijk komen, nu het Belgische deel van de polder nat wordt en het Nederlandse deel droog blijft. België, verdrag in de hand, voelt zich niet verantwoordelijk.

In feite heeft het kabinet zichzelf in een spagaat gebracht. Er moet iets worden verzonnen om de Belg op korte termijn gerust te stellen. Anderzijds: er kan helemaal geen inhoudelijke oplossing worden gepresenteerd zolang de Raad van State nog aan het woord is. Dat college doet eind van dit jaar pas definitief uitspraak.

Dat is allemaal de schuld van de milieubeweging, zegt de zichtbaar geïrriteerde Balkende, vrijdag 21 augustus, na afloop van de ministerraad. Die had niet naar de rechter moeten stappen. De Zeeuw Balkenende drukt zich in nettere bewoordingen uit dan ex-boerenknecht Kees de Broekert (‘Milieumaffia’) maar de boodschap is dezelfde.

Over het waarom van Balkenendes bemoeienis wordt druk gespeculeerd. Het uiteindelijke alternatieve plan kwam uit de koker van Wybe de Graaf, dijkgraaf in Zeeuws-Vlaanderen en de vader van Balkenendes politiek assistent, Jeroen de Graaf. Toeval of opzetje? Zelf zegt Balkenende daarover: ‘Ik heb hierin verantwoordelijkheden, als premier. Ik heb hierover natuurlijk ook gevoelens, als Zeeuw. Maar ik scheid die zaken.’ En, op enigszins verontwaardigde toon: ‘Mag een regering rekening houden met de gevoelens in Zeeland? Dat is volstrekt legitiem!’

Die uitspraak staat haaks op het adagium dat Kramer, bij leven en welzijn, huldigde: ‘Verlangen naar draagvlak is de natuurlijke vijand van ambitie.’ Een politicus moest leiding geven.

Maar Kramer is dood en het boertje uit Walcheren heeft gelijk gekregen. Dat was, achteraf gezien, heel goed nieuws voor de tegenstanders van ontpoldering.

Meer over