De geruststellende kant van de Gouden Eeuw

Deze keer kan het niet anders. Gretig brengen de bezoekers hun neuzen tot slechts enkele centimeters van de vochtig glanzende aardbeien van Adriaen Coorte....

Merlijn Schoonenboom

Ze zijn zo rijk gevuld met subtiele details, en tegelijk van zo klein formaat - sommige slechts veertien bij zestien centimeter - dat de meeste schilderijen uit de privé-collectie van Edward Speelman alleen van zeer dichtbij bekeken kunnen worden. In het Mauritshuis in Den Haag worden ze gepresenteerd als de parels waarmee de succesvolle kunsthandelaar Speelman zich thuis omringde. Deze kunstwerken waren, aldus de tentoonstellingstitel, 'te mooi voor de handel'.

Speelman (1910-1994), zoon van Nederlandse antiquairs die naar Londen waren geëmigreerd, bouwde wereldwijd een stevige reputatie op als handelaar in Nederlandse en Vlaamse schilderkunst van de Gouden Eeuw. Vooral de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog boekte hij flinke handelssuccessen. Hij verwierf topstukken in opdracht van onder meer de National Gallery in Londen en de National Gallery of Art in Washington.

Voor een man die de grootste en duurste doeken in handen heeft gehad, is zijn eigen verzameling opvallend bescheiden, zowel in omvang als in onderwerpen. Te mooi voor de handel bestaat uit negentien schilderijen, een selectie uit de toch al kleine privé-verzameling, die sinds Speelmans dood in diverse musea is ondergebracht.

Hier zijn geen altaarstukken of overdadige hofkunst uit de Zuidelijke Nederlanden te zien, en ook geen trotse portretten of schalkse taferelen uit het Noorden.

Speelman tooide zijn muren met bloemen, vruchten, bospaadjes en stadsgezichten. Ze behoren tot het genre van de 'kabinetstukken', dat in de zeventiende eeuw zeer geliefd was bij de gegoede burgerij.

De burgers, die flink hadden verdiend met de overzeese handel, wilde in navolging van de adel ook een eigen schilderijenverzameling. Ze gaven de schilders opdrachten, maar dan volgens hun eigen smaak en liefst in handzaam formaat - want ze moesten natuurlijk wel in de gevulde kamers passen.

Het zijn de vredige kanten van de Gouden Eeuw die hier getoond worden. Uiterst gedetailleerd geschilderd, en zonder zware symboliek of mythologische thema's. Al is 'realisme' in de zeventiende-eeuwse schilderkunst altijd betrekkelijk. De voluptueuze bloemstillevens van Ambrosius Bosschaert de Oude en Jan van Huysum kwamen bijvoorbeeld deels uit de fantasie voort, zo blijkt uit kunsthistorisch onderzoek: door de verschillen in seizoen en streek kunnen deze bloemen nooit bij elkaar in dezelfde vaas hebben gestaan. Deze boeketten hadden een theologisch doel: door de rijkdom aan kleur en vorm bejubelden ze Gods grootheid in de schepping.

Al te evidente verwijzingen naar dood en seks, die nogal eens voorkomen in de Noord-Nederlandse zeventiende-eeuwse schilderkunst, ontbreken hier totaal. Niets verstoort de rust. Als er al mensen te zien zijn, zijn ze van een afstand geschilderd, ingetogen. Hendrick Avercamp bijvoorbeeld schilderde op Colfspelers op het ijs (omstreeks 1625) niet de bekende vrolijke, boerse ijspret, maar een bijna contemplatief tafereel. Het landschap is in ijle kleuren neergezet, drie hoge heren concentreren zich op hun spel, twee arme vissers staan in rust toe te kijken.

Ook de schilders die in hun andere werk veel dramatiek neerzetten, zoals Bartholomeus Breenbergh, Hans Bol of Pieter Wouwermans, laten zich hier van een geheel andere kant zien. Zeer verrassend is een klein werk van Peter Paul Rubens, de Vlaamse meester van de barokke historieschilderingen en expressieve portretten. Zijn Landschap met wilgen (1630-1635) is een haast impressionistische olieverfschets van het moment dat de zon opkomt. Tussen de wilgenstammen is vagelijk de rug te zien van iemand die naar de vroege zonnestralen kijkt. De verfstreken zijn ruw, de kleuren aards. Het geheel roept een peinzende, melancholieke stemming op.

Te mooi voor de handel levert geen inzichten in de totstandkoming van de privé-collectie van een belangrijk kunsthandelaar. Ook een moeilijke kwestie als de kunsthandel rond de Tweede Wereldoorlog, de tijd dat Speelman actief was, wordt in de catalogus niet aangestipt. Hiervoor is deze tentoonstelling duidelijk niet bedoeld. Het gaat hier geheel om de schilderijen zelf. De bezoekers kunnen dus ongestoord wegzinken in de kalme, geruststellende voorkeuren van Edward Speelman.

Meer over