De gero-provo loopt op krukken

KRAS, kijvend, consumerend: voor van alles laat de boven-middelbare Nederlander zich uitmaken, behalve voor oude knar. Om vijftigplussers verenigd te krijgen onder een noemer die verwijst naar grijs haar (Grey Panthers), is meer nodig dan het opschuiven van de leeftijd waarop men vervroegd met pensioen mag....

INEKE JUNGSCHLEGER

'Kan dat wel, bijna je hele salaris krijgen terwijl je er niets meer voor doet?' zeiden de ouderen - de term jonge senioren was nog niet uitgevonden - eind jaren zeventig. Toen werkgevers en vakbonden om het hardst bleven roepen dat ze met vut moesten gaan, 'want daar hebt u recht op', raakten ze overtuigd dat het kon. En zij niet alleen. Tegen de tijd dat de regeling tien jaar bestond, antwoordde negentig procent van de werknemers boven de veertig bij onderzoeken dat zij het vaste voornemen hadden te stoppen met werken zodra ze daar de kans toe kregen.

Behalve de enkeling die naar de rechter stapte omdat hij weigerde op zijn zestigste op non-actief gesteld te worden, ging iedereen met vut, om plaats te maken voor de jongeren en zelf 'leuke dingen' te gaan doen. Nu het vooruitzicht daarop afkalft, klinkt er gemor onder de vijftigers. Wel voor betaald, maar niet meer vangen, wat krijgen we nu? Een omslagregeling, wat is dat ook al weer? 'Dank je wel', zeggen degenen die nu 'in de vut' gaan treiterig tegen de tien jaar jongere collega's die er waarschijnlijk nooit meer 'in' zullen komen. 'Afkicken van het vut-vooruitzicht', grinnikt de econoom die het al zag aankomen toen zijn vrienden nog volop plannen maakten om op hun vijfenvijftigste een kwekerij in de Algarve te beginnen.

Solidere reacties dan het individuele gemor zijn er nauwelijks. De tevredenheidsgraad is nog te groot, men verzekert elkaar dat het wel zal meevallen. Maar als het uitstoten van personeel en het afkalven van de sociale voorzieningen in het huidige tempo doorgaan, zal dat snel veranderen. De druk op de vut-fondsen wordt groter omdat de WAO geen opvang meer biedt voor mensen die bij de zoveelste reorganisatie uit de boot vallen.

Door het pure gewicht van hun aantal zouden de 50-plussers een politieke macht kunnen vormen die maatregelen afdwingt. Het Algemeen Ouderen Verbond (AOV), de politieke partij die ontstond op basis van de dreigende inkrimping van de AOW en tot haar verrassing met vijf zetels in de Kamer kwam, bemoeit zich met zorgvoorzieningen maar niet met het verschuiven van de vutleeftijd of het beleid van bedrijven waar iedereen boven de veertig afbrandt. Bovendien rolt de partij te vaak vechtend over het Binnenhof om aantrekkelijk te zijn. 'De kijvende knarren van Jet Nijpels' typeerde weekblad HP/De Tijd een paar weken geleden het AOV. Wie wil daar nou bij horen?

En dan zijn er natuurlijk de ouderenbonden. Oud-staatssecretaris C. Egas, met zijn grijze baard, was de eerste die in de jaren tachtig een professioneel gezicht gaf aan dit - voor Nederland nieuwe - verschijnsel. Sindsdien is daar heel wat deskundigheid binnengekomen, maar aantrekkelijk voor 'de jonge senioren' is de Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen niet. Zij laten zich eerder overhalen om motorrijles te nemen dan om lid te worden van de ANBO.

'Het wachten is op de lawaaimakers die in de jaren zestig alles op stelten zetten om de jeugd meer zeggenschap te geven', zegt dr W. Knulst, deskundige op het gebied van levensstijlen bij het Sociaal Cultureel Planbureau. 'Die zouden moeten zorgen dat het weer teruggedraaid wordt: gehoor vinden voor de behoeften van ouderen.' Van Kooten en De Bie, met hun programma 'Krasse knarren', zijn tot nu toe de enigen die iets deden met het image van hun eigen leeftijdsgroep, maar dat tikte niet aan, vindt Knulst. 'De nadruk lag op kras. Om als oudere gehoord te worden, moet je kras zijn.'

De reclame speelt uiteraard in op de behoefte van de groeiende groep die gepensioneerd wil zijn en tegelijkertijd jong. Een goedverzorgde middelbare vrouwenkop boven een duikerspak: het Zwitserlevengevoel, nu ook voor dames, mits ze geld genoeg wegleggen om na hun carrière nog meer dingen te gaan beleven die tot voor kort tot de mannenwereld hoorden.

Nooit komt er eens een zestigjarige in beeld om een groene stereotoren met grote knoppen aan te prijzen, terwijl toch vasstaat dat zwarte apparatuur met mini-toetsen zonder leesbril niet te bedienen is.

De jonge consument valt op elektronisch huisraad dat er uitziet als het interieur van een cockpit en zolang de ouderen niet protesteren, blijft de industrie zich oriënteren op de jongeren. Die kicken immers op elk jaar een nieuwe trend en zo blijft de omloopsnelheid hoog.

Hoe staat het met de nieuwe held die onderzoeker Knulst vijf jaar geleden voorspelde? De connaisseur, de fijnproever wiens grijzende slapen en beheerste gebaren in een oogopslag duidelijk maken dat hij weet wat er in de wereld te koop is?

'De staccato-cultuur dendert nog voort', zegt Knulst. De reactie die hij verwacht op grond van de toenemende hoeveelheid geld onder de oudere consumenten, blijft langer uit dan hij gedacht had. Forever young is nog altijd het devies.

Zal de gero-provo oppakken wat de krasse knar niet aandurft?

Zelf duidelijk gaan maken hoe hij, als oudere, behandeld wil worden door zijn werkgever, zijn vakbond en degenen die hem spullen en diensten verkopen?

In de VS bracht een omslag in de economie rond 1985 de ouderen ertoe zich te organiseren in de Association of Retired Persons. De grijze panters hebben naam gemaakt, maar zijn niet meer dan een aardig randverschijnsel, zegt bedrijfspsycholoog dr W. Kerkhoff, die de ontwikkeling in Amerika heeftbestudeerd. 'De vereniging van gepensioneerden is een machtige organisatie met heel veel leden. Een van de grootste belangenverenigingen in de Verenigde Staten.' Ruim tien jaar geleden ontstond in de VS een brede beweging om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen. Amerika's exportpositie zag er niet goed uit, alle ogen waren gericht op de binnenlandse markt.

Kerkhoff: 'De thuismarkt wordt opgevreten als we onze eigen oudere werkers er uitgooien, redeneerden de werkgevers. Aan ouderen rond de armoedegrens valt niets te verdienen.' Reagans job-boom bracht ook werk voor ouderen. Werkgevers financierden een uitzendbureau voor 55-plussers: Operation able. De pensioenleeftijd werd in de meeste staten verhoogd tot zeventig jaar. 'Okay', zeiden de ouderen, 'maar dan gaan we ons wel bemoeien met de voorwaarden waaronder we doorwerken.' De Association of Retired Persons doet veel aan belangenbehartiging van de oudere werknemers.

In Nederland is nog niemand op de gedachte gekomen een stevig tegenwicht te vormen tegen wat Kerkhoff noemt 'het prairie-model': de agressieve manier van ondernemen die werknemers alleen gebruikt zolang ze op de top van hun kracht zijn. Zolang het Nederlandse vangnet van sociale voorzieningen niet stuk kon, maakte vrijwel niemand er bezwaar tegen dat de hoge arbeidsproduktiviteit - de hoogste van Europa - alleen haalbaar is doordat mensen die niet kunnen voldoen aan de toenemende werkdruk, het bedrijf uit gezet werden.

In zijn boek De oudere werknemer, Strategisch veertig-plus-beleid beschrijft Kerkhoff de 'wederzijds bekrachtigde empirie' waarin werkgevers, werknemers en onderzoekers elkaar sinds een jaar of vijftien verzekeren dat oudere werknemers problemen hebben en verlangen naar vervroegde uittreding. 'Verwachtingen over carrière-stappen of zelfs voortzetting van de loopbaan nemen snel af met het vorderen van de leeftijd boven de 35.' Nu zowel de hoeveelheid geld voor sociale voorzieningen als de nieuwe lichtingen jonge goden voor de arbeidsmarkt kleiner worden, is het hoog tijd dat werkgevers een 'leeftijdsbewust' beleid gaan voeren, waardoor de oudere werknemers minder vut-rijp en WAO-gevoelig worden.

'Het afbouwen van de vut is het echte probleem niet', zegt Kerkhoff. Flexibele pensionering, in toenemende mate met zelfgespaard geld: dat lost zich wel op. 'Hoe krijg je de mensen boven de vijfenveertig zover dat ze zich niet meer mentaal voorbereiden op vut en WAO, dat is de opgave.'

Zal het lukken de na-oorlogse babyboom op een behoorlijke manier bij de arbeidsmarkt betrokken te houden?

Een flink stuk in de veertig zijn ze nu, de vreugdekindjes van na de Tweede Wereldoorlog. En nog geen spoor te bekennen van de vuist die ze moeten gaan maken. Of het moest zijn in het Platform WAO. Dat is de enige belangengroep die zich, met de bijstand als enig vooruitzicht, de laatste tijd krachtig begint te weren. De gero-provo loopt op krukken.

Meer over