interviews

De generatie van de volksopstand in Egypte wil nu stabiliteit. ‘Dit gaat zich herhalen, alleen weet niemand wanneer’

Vijf activisten die tien jaar geleden deelnamen aan de volksopstand tegen president Moebarak maken de balans op. ‘Ik ga geen gevecht meer aan dat ik niet kan winnen.’

25 januari 2011: een demonstrant in de Egyptische stad Alexandrië verwijdert een poster van de toenmalige president Moebarak. De volksopstand tien jaar geleden leidde tot diens val. Beeld EPA
25 januari 2011: een demonstrant in de Egyptische stad Alexandrië verwijdert een poster van de toenmalige president Moebarak. De volksopstand tien jaar geleden leidde tot diens val.Beeld EPA

‘Als ik na de revolutie langs het Tahrirplein liep, dan sloeg mijn hart over’, zegt Dina, een cultuurstudente van 28 jaar. ‘Maar dat is weg. Ik heb geprobeerd het te vergeten. Laatst moest ik zelfs opzoeken wat er op 11 februari is gebeurd. O, dat was de dag dat president Moebarak aftrad. Het is geschiedenis. Ik zie er niets van terug in het Egypte van nu.’

Donderdag is het precies tien jaar geleden dat de Egyptische president Hosni Moebarak aftrad na een massale volksopstand. Wat heeft de revolutie opgeleverd? Vijf twintigers en dertigers die destijds op het Tahrirplein in de hoofdstad Caïro stonden, soms in gezelschap van hun ouders, blikken terug – vanwege de covid-19 situatie in gesprekken via Zoom.

Ze willen alleen met hun voornaam in de krant. Of eigenlijk zouden ze dolgraag met hun volledige naam in de krant willen, maar dat durven ze niet. In het Egypte van tien jaar na de revolutie praat je niet in het openbaar over politiek. Dat doe je hooguit met goede vrienden of met je man. ‘In de slaapkamer’, zegt de 35-jarige Duaa, administratief medewerker in een voorstad van Caïro, ‘en hopen dat de telefoon je niet bespioneert.’

Politiek stopt bij Nasser

De tiende verjaardag van de opstand is ook geen gespreksstof op universiteiten. ‘We studeren politicologie, maar we praten niet over politiek’ zegt een 26-jarige student politicologie in Caïro – ze wil zelfs niet met haar voornaam in de krant, want die valt op in Egypte en een oom van haar is een politieke gevangene. ‘Politiek stopt voor ons bij Nasser (president van 1956-1970, red.). En Nasser was geweldig. Het is een rode lijn waar je niet overheen moet gaan.’

Duaa stond laatst op het punt om op Facebook kritisch te schrijven over de regering van de huidige Egyptische president, Abdel Fattah al Sisi, die door westerse regeringen en organisaties als Human Rights Watch wordt beschuldigd van grootschalige mensenrechtenschendingen. ‘Maar toen keek ik naar mijn dochter van vijf jaar, en toen heb ik die tekst weer weggehaald. Ik wil niet opgepakt worden. Ik wil mijn dochter die ervaring besparen. Ik wil meer zijn dan alleen een naam tussen de andere gevangenen. Veel mensen die nu opgepakt zijn, zullen denk ik niet meer vrij komen.’

Met haar moeder durft Duaa er wel over te praten. Samen stonden ze indertijd hand in hand op het Tahrirplein. Tot haar moeder gewond raakte en zijzelf werd gearresteerd. ‘Mijn moeder verwijt onze generatie nu dat we de straat op zijn gegaan. Omdat het zoveel slechter is geworden. Omdat de economie slecht gaat. Veel oudere Egyptische vrouwen staan er zo in. We krijgen daar altijd ruzie over.’

‘Onder Mubarak was het ook gevaarlijk, maar toen was er op sommige punten misschien een beetje meer ruimte dan onder de huidige regering,’ zegt de 30-jarige Mohammed, een voormalig journalist. ‘De huidige machthebbers geloven dat die ruimte heeft geleid tot de revolutie.’ Zoals alle vijf droomt hij van een leven in het buitenland. ‘Het mag een ander land in Afrika zijn. Alles beter dan hier.’

Propaganda

Mohammed schreef na de opstand voor een kritische onlinekrant, maar daar durfde hij niet te blijven. ‘Collega’s werden lastig gevallen. Ze werden niet gearresteerd, maar ze kregen waarschuwingen dat ze niet meer zo konden schrijven. Ze gingen verhalen schrijven op de ‘juiste’ manier. Over de goede dingen die de overheid bereikt heeft. Propaganda.’

‘Ik kan de samenleving niet veranderen, ik kan alleen mezelf veranderen,’ besloot Dina twee jaar geleden. ‘Ik ga geen gevecht meer aan dat ik niet kan winnen. Ik bekeek een ruimte voor een kunstgalerie in een gebouw waarvan de eigenaar dichtbij de regering staat. Ik dacht: waarom niet? Het is een mooi, goed gebouw. Onze generatie, de generatie van de revolutie, wil ondernemen. We willen stabiliteit.’

Niet iedereen heeft het verzet opgegeven. In het appartementencomplex waar Duaa woont, staat op een van de binnenmuren een graffitileuze tegen de regering. Onlangs is het complex overgeschilderd. ‘Maar die graffiti bestaat nog. Er is omheen geschilderd. Mijn onderburen hebben dat gedaan. Maar andere buren gingen in september nog een keer protesteren en zijn sindsdien spoorloos verdwenen.’

De 29-jarige socioloog Karim herinnert zich hoe hij daags na het aftreden van Mubarak met vrienden het Tahrirplein wilde opruimen. Want, zo dachten ze, de revolutie is geslaagd en daarmee klaar. ‘Ik weet nog dat mijn vader me daarmee plaagde. Hij zei: “Haha, als je het plein opruimt en weggaat, dan heb je verloren. Je kunt alleen iets veranderen als je nu op dat plein blijft zitten”.’

‘Maar wij dachten: we moeten het plein opruimen, zodat alles weer normaal wordt. Als het nodig is, kunnen we altijd weer opnieuw naar het plein gaan. Dat was achteraf zo naïef.’

‘Wij hebben nu minder publieke ruimte dan onze ouders. Maar we hebben geluk gehad. We hebben zoiets groots gezien, zo jong in ons leven. De revolutie heeft Egypte niet veranderd, maar ons wel. Ik wil niet romantisch doen, maar je zou decennia alles over een revolutie moeten lezen en dan nog begrijp je het niet zo goed als wanneer je het doorleefd hebt. Dit gaat zich herhalen, dat is onvermijdelijk. Alleen weet niemand hoe en wanneer.’

LEES MEER: Tien jaar na de Arabische lente

De opstand van het Tahrirplein hield Egypte van de regen in de drup
Miljoenen Egyptenaren gingen in 2011 de straat op om dictator Mubarak af te zetten. Dat lukte, maar ze kregen er een nieuwe dictator voor terug, en een land dat minder vrij is dan voorheen.

Jongeren in Tunesië zien de toekomst niet meer schitteren en vertrekken massaal
Tien jaar geleden maakte een volksopstand een einde aan de dictatuur van president Ben Ali in Tunesië. Door coronamaatregelen zijn er geen festiviteiten. Een feeststemming is er sowieso niet onder de bevolking door de economische malaise en hoge werkloosheid.

Tien jaar na de Arabische lente gaan de opstanden nog steeds door
De omwentelingen en de vrijheid die 10 jaar geleden in de Arabische wereld in de lucht hingen zijn op een uitzondering na uitgebleven. Maar de Arabische wereld is niet meer dezelfde als voorheen: de heersers zijn kwetsbaar geworden.

Meer over