De generatie die Amerika's politiek bepaalde

VADER EN ZOON, moeder en dochter, zij vormen als generaties de herkenbare schakels in de keten van het menselijk bestaan....

Hoewel er alle reden is voor scepsis over die aanpak, valt er waarschijnlijk nooit helemaal aan te ontkomen. Overnuancering slaat net zo dood als oppervlakkigheid. Wil de historicus tot een zekere mate van synthese in de geschiedschrijving komen, dan zal hij naast het fijne penseel ook zijn toevlucht moeten nemen tot de grootste maat verfkwast.

Ook David Fromkin hanteert in In the Time of the Americans, een aardig overzichtswerk over de Amerikaanse buitenlandse politiek in de twintigste eeuw, de kunstgreep van de generatie. In een kennelijke poging zijn lezers te helpen naast de bomen ook het bos te zien, construeert hij een groep mensen die allemaal ongeveer hetzelfde doormaken. Geleid door hun gedeelde ervaring bereiken vervolgens diegenen van hen die het brengen tot topfuncties in het regeringsapparaat, consensus over het te voeren beleid. Zo wordt de manier waarop Amerika de Koude Oorlog voert, de expressie van hun gemeenschappelijke impressies.

Origineel is Fromkins werkwijze dus niet. Ook op het deelterrein van de diplomatieke geschiedenis is dit eerder vertoond. Zo heeft David Halberstam met The Best and the Brightest, een even prachtig als discutabel boek, de oorlog in Vietnam willen verklaren uit de gemeenschappelijke Koude-Oorlogservaring van John Kennedy's ministers en adviseurs.

Het is een weinig inventief, maar begrijpelijk en bruikbaar, zo men wil logisch concept, dat haasje-over springen van generaties. Of het ook overtuigt, is een andere kwestie. Halberstam stak alle brille van zijn auteurschap in de uitwerking van de these, waardoor de kritiek werd gesmoord in respect voor het meesterwerk. Fromkins overtuigingskracht ligt ook al meer in zijn manier van schrijven dan in de plausibiliteit van zijn idee. Hij verstaat de kunst van het portretteren en vertellen. Daardoor tilt hij zijn literatuurstudie - primaire bronnen hield hij voor gezien - boven de massa uit, en niet zozeer door nieuwe verbanden te leggen.

Hoewel het gekozen kader van de generatie die meemaakt, concludeert en handelt overeenkomstig haar ervaring, zelf bij uitstek 'finalistisch' is (het maakt van het verleden louter de noodzakelijke aanloop tot het heden, met uitschakeling van toeval en willekeur), waarschuwt Fromkin op verscheidene plaatsen in zijn boek voor deze zienswijze.

Om een paar voorbeelden te noemen: in veel beschouwingen over Amerika in de periode van augustus 1914 tot april 1917 krijgen politici vegen uit de pan, omdat zij niet wilden zien hoe het af zou gaan lopen. Maar vóór april 1917, zegt Fromkin terecht, wist niemand zeker dat de Verenigde Staten aan de oorlog tegen Duitsland zouden gaan deelnemen.

Ook vóór Pearl Harbor (1941) was onduidelijk hoe de kaarten zouden komen te liggen. Er was hoop, er was vrees, er waren agenda's, er werd gemachineerd. Maar dat Japan de Verenigde Staten op deze manier zou durven aanvallen, daarop hadden weinigen gerekend. Van de ene op de andere dag werd Amerika in de oorlog gesleurd.

De gevolgen waren gigantisch. Aan het isolationisme, of wat daarvoor doorging, kwam in één klap een einde. De relatie met zowel West-Europa als de Sovjet-Unie veranderde fundamenteel. De Verenigde Staten dwongen zichzelf tot een inspanning die (mede) de basis zou leggen voor de Duitse nederlaag, de Koude Oorlog met zijn vele gevolgen, de uiteindelijke ondergang van het communisme en wat dies meer zij.

En dat alles doordat ergens in Japan het besluit viel tot uitvoering van een logischerwijs ondenkbare operatie. En daarna door de wisselwerking, met een onvoorspelbare uitkomst, tussen concrete gebeurtenissen en de denktrant van de Achesons, Trumans, Lippmanns, Vandenbergs, Roosevelts, Bullitts, Marshalls en Harrimans in Amerika's opinie- en besluitvormende elite. De geschiedenis van Amerika's buitenlandse politiek levert de zoveelste bevestiging op van een soort chaostheorie. Alle wijsheid achteraf is valse wijsheid.

Fromkin maakt van Franklin Roosevelt de centrale figuur in zijn boek: een man in wie zich een traditie samenbalde die voor zijn aantreden begon en lang na zijn dood pas eindigde. FDR had zijn wijsheid van anderen (Theodore Roosevelt, Henry Lodge, Alfred Mahan), maar ook van zichzelf. De veiligheid van Amerika vatte hij op als veiligheid te midden van twee oceanen. Eerst maakte hij de Atlantische en de Stille Oceaan tot een domein waar zijn marine heerste. Daarna zette hij - wijzer geworden door Pearl Harbor - niet meer alles op één kaart en ontwikkelde hij een strategische luchtmacht.

Hun voorsprong in de lucht en in de ruimte hebben de Amerikanen sindsdien slechts even uit handen gegeven. Vanaf 1957, toen de eerste Sovjet-satelliet werd gelanceerd, tot pak-weg 1961, toen de Democratische regering een grootscheeps offensief ontketende om de schade in te halen, leek het althans alsof de Russen voorlagen. Als dat al zo was, heeft Amerika nooit serieus gevaar gelopen. Het beleid jegens de Sovjet-Unie - door Roosevelt vrijwel meteen na het begin van zijn presidentschap in 1933 diplomatiek erkend - heeft zich in feite van toen tot nu onder een stevige mantel van militaire superioriteit kunnen ontwikkelen.

De eerste Amerikaanse ambassadeur in Moskou was de onderhandelaar die de twee landen tot elkaar had gebracht, William (Bill) Bullitt. Over hem schrijft Fromkin verspreid door zijn boek een schitterende biografie: Groton, Yale, namens Wilson onderhandelen in Versailles, teleurgesteld raken in 'goed doen' en zich overgeven aan het leuke leven in een sfeer à la F. Scott Fitzgeralds Great Gatsby; dan via het netwerk van de oude jongens omhoogklimmen in het wereldje van de diplomatie. Zo overtuigd als Bullitt was geweest van de noodzaak Stalin niet links te laten liggen, zo snel was hij erbij om Roosevelt voor diens streken te waarschuwen. Ruim voordat George Kennan naam zou maken als goeroe van de 'containment', had Bullitt opgeroepen tot een politiek van de ijzeren vuist.

In Fromkins beschrijving van de Washingtonse Beau Monde vloeien de elites van de Ivy League en het oude en het nieuwe geld ineen tot een al te homogene groep, met een al te gemeenschappelijke levensweg en een al te monolithisch wereldbeeld. De individualist verdwijnt in dit soort geschiedschrijving achter het stereotype, de uitzondering achter de regel. Hoeveel geweld moet de werkelijkheid worden aangedaan om Harry Truman met Robert Lovett in een hok te krijgen? Te veel. Maar voor wie het theoretisch omhulsel met een korrel zout wil nemen, valt er in dit boek veel te genieten.

Doeko Bosscher

David Fromkin: In the Time of the Americans - The Generation that Changed America's Role in the World.

Macmillan, import Nilsson & Lamm; ¿ 73,50.

ISBN 0 333 63899 9.

Meer over