De gele man blijft het peloton frustreren

Toen zij het heuglijke nieuws vernamen dat Marisa Indurain in blijde verwachting is, voelden Riis, Rominger en al die andere geklopte ronderenners een sprankje hoop....

Van onze verslaggever

PARIJS

Maar niets daarvan. Miguel Indurain keert volgend jaar terug in de Tour om Jacques Anquetil, Eddy Merckx en Bernard Hinault op achterstand te zetten in de annalen van de Franse ronde. De heer Indurain wenst een zesde Tourzege en misschien zelfs wel een zevende. Het peloton zal zich voorlopig nog moeten schikken naar de grillen van el hombre amarillo, de gele man, die deze Tour ongenaakbaarder was dan ooit.

Niemand kon Indurain wat maken op zijn tiende ronde door Frankrijk. Bjarne Riis beweerde dat hij de voorbije drie weken net zo sterk was als de Spaanse nummer één, maar hij eindigde wel als derde, op bijna zeven minuten van Indurain. Riis, ooit een nederige dienaar van Fignon, was overigens de enige renner die de titelverdediger durfde te tarten, maar het gemak waarmee Indurain zijn aanvallen in de rit naar l'Alpe d'Huez en op de flanken van de Pyreneeën pareerde, gaf nu niet bepaald aanleiding tot grootspraak.

Riis is even oud als Indurain en hoeft op zijn 31ste niet de illusie te koesteren dat hij zich nog spectaculair zal ontwikkelen. Of er moet een druïde zijn die hem een toverdrank kan voorschrijven waarmee hij wonderen op de fiets kan verrichten.

Met zijn fysieke kracht en aanvalsdrift wist de taaie Deen zich wel langs publiekslieveling Jalabert te wurmen. De winnaar van het puntenklassement verspeelde de derde plaats aan Riis die daar recht op had gezien zijn sterke tijdritten en noeste arbeid in de bergen.

Laurant Jalabert presenteerde zich in de 82ste Ronde van Frankrijk desondanks als de veelzijdige renner die ooit met de erfenis van Indurain aan de haal kan gaan. De voormalige sprinter behoort met zijn 26 jaar tot de nieuwe generatie die in Berzin en Zülle zijn aanvoerders heeft.

Evgeni Berzin (25) ging deze Tour vreselijk voor schut, maar daar zullen zijn inspanningen in de Giro d'Italia debet aan zijn geweest. Voluit gaan in twee ronden die dicht op elkaar liggen, lijkt niet meer van deze tijd. Dat ondervond zelfs Indurain vorig jaar aan zijn machtige lijf toen hij tegen het einde van de Tour met een lelijke inzinking te kampen kreeg.

Daarom liet Indurain de Italiaanse ronde dit jaar links liggen, in tegenstelling tot Berzin en Tony Rominger die in Frankrijk een zware tol moesten betalen. Berzin was al afgestapt toen Indurain nog maar nauwelijks op gang was gekomen en Rominger verloor op zijn favoriete onderdelen, bergop en tegen het uurwerk rijden.

De oude Rominger (34) wil nog één keer meedraaien in la Grande Boucle, maar de wetenschap dat ook Indurain volgend jaar weer van de partij zal zijn, frustreert hem al bij voorbaat. De Zwitser krijgt het Spaans benauwd van zijn kwelduivel die de kunst van het pieken in drie weken van een heel seizoen als geen ander verstaat.

Romingers leeftijdgenoot Pjotr Oegroemov was de grote afwezige deze maand in Frankrijk. De Rus meldde zich af met een ribblessure, maar bij zijn Italiaanse ploeg Gewiss verzekerde men dat de nummer twee van de vorige Tour iets heel anders mankeerde.

Oegroemov schijnt allergisch te zijn voor zijn landgenoot Berzin die zich in zijn ogen als een verwend nest gedraagt. Vandaar dat hij opstapt bij Gewiss en zijn heil gaat zoeken bij Moreno Argentin, de klassiekerkoning uit het recente verleden die een eigen ploeg gaat runnen.

Maar ook zonder Oegroemov heeft Berzin het rijk nog niet alleen bij Gewiss, want wat ploegleider Bombini betreft zijn Riis en Gotti, de Italiaanse revelatie van deze Tour, niet te koop. Berzin zal dan ook in een harde concurrentiestrijd het kopmanschap moeten veroveren. Bombini prijst zich gelukkig met de aanwezigheid van Riis en Gotti die zijn grote Russische talent ongetwijfeld scherp zullen houden.

Het belangrijkste wat Berzin te doen staat is de wisselvalligheid afwerpen die ook Alex Zülle enkele jaren lang heeft gekenmerkt. De 27-jarige Zwitser, zoon van een Brabantse moeder, beleefde zijn eerste Tour zonder ernstige dieptepunten, en belandde prompt op het podium. Zülle profiteerde optimaal van die ene dag waarop hij een geweldige kracht in zijn benen voelde. Hij excelleerde in de Alpenrit naar La Plagne en klampte vervolgens aan bij Indurain die hem naar Parijs leidde.

Zijn ploeggenoot Erik Breukink legde beslag op de twintigste plaats en sloot de negende Tour de France die hij aanving voor de vijfde keer af als beste Nederlander. De nummer drie van de Tour van 1990 is nog altijd met afstand Nederlands beste ronderenner en dat wil zeggen dat zijn opvolger maar niet wil opstaan.

Eddy Bouwmans had de pretentie in Breukinks voetsporen te treden, maar een 45ste plaats, met één uur en drie kwartier achterstand op Indurain, is het pijnlijke bewijs dat hij ook in de ploeg van Jan Raas geen enkele progressie boekt.

De Tour van de Zeeuwse ploegleider werd in Parijs op het nippertje gered door de sprintzege van de Oezbeekse veteraan Abdoesjaparov. Van de vier Nederlanders die Raas in koers bracht, fietsten alleen Maassen en Dekker een enkele keer kortstondig door het beeld.

Cees Priems TVM telde vijf Nederlanders van wie de jonge debutant Jeroen Blijlevens de show stal door in Duinkerken een massasprint te winnen. Het is beroerd gesteld met het broodfietsen in Nederland, maar een onbevangen waaghals zorgde in de eerste week van een Tour die zo'n tragisch dieptepunt kende met het dodelijke ongeval van de Italiaan Casartelli, voor een lichtpunt dat even fel straalde.

Een nieuwe Breukink laat op zich wachten, maar de nieuwe Van Poppel, wiens Franse ploeg zich vlak voor de Tour terugtrok, fietste in de belangrijkste koers van het jaar zomaar alle vedetten van de sprint voorbij. Waarop een Britse televisie-verslagger enthousiast uitriep: 'Wat een aanwinst voor de wielersport deze Blijlevens en kijk naar de vreugde op die jongen z'n gezicht. Hij lijkt wel een schilderij.'

Jaap Visser

Meer over