De geldstromen achter het islamitisch terrorisme

Rachel Ehrenfeld doet in New York onderzoek naar de geldstromen achter het islamitisch terrorisme. De inspanning van het Westen om hiertegen iets te doen beziet ze, zes jaar na de aanslagen van 11 september 2001, met scepsis. 'Tenzij we snel wakker worden, zijn we verloren'...

In New York zat Rachel Ehrenfeld op 11 september 2001 om kwart voor negen ’s ochtends aan de telefoon met een redacteur in Frankrijk. Ze bespraken haar artikel over de financiering van islamitische terreur. Het stuk was klaar en zou 12 september verschijnen in de Europese editie van The Wall Street Journal. Op dat moment boorde de eerste Boeing zich in het World Trade Center. Ehrenfeld zag de aanslagen gebeuren vanuit haar appartment in het midden van Manhattan. ‘Het was dichtbij’, zegt de terreurexpert. Bijna zes jaar later staat ze voor het raam en geniet van het uitzicht vanaf de 24ste verdieping. New York ligt aan haar voeten, levend en bruisend. Zo anders dan ‘die morgen’, zoals ‘9/11’ nog steeds wordt genoemd.

Haar artikel verscheen inderdaad op 12 september, met een nieuw, actueel begin. De eerste schok en woede schemeren erin door; elke New Yorker was daas van de klap die zijn stad had gekregen. Maar Ehrenfeld, een in Israël geboren Amerikaanse die al jaren nadacht over de de ideologische en financiële bronnen van islamitische terreur, was een van de eersten die perspectief schetste. ‘Terrorisme gebeurt niet in een politiek vacuüm’, schreef ze. ‘Het beleid van Westerse naties heeft directe invloed op zowel de middelen van terroristen als de motieven die hun kwaadaardige agenda’s voortdrijven.’

Saoedi's
In haar boek Funding Evil (2003) spitst ze dit betoog toe. De ondertitel luidt: Hoe terrorisme wordt gefinancierd – en hoe het te stoppen. De verkoopslogan: ‘Het boek waarvan de Saoedi’s niet willen dat u het leest.’ Het Westen, en in het bijzonder de VS, beschermt en doet zaken met de landen die terreur mogelijk maken. Ehrenfeld legt bloot hoe oliegeld van regimes in het Midden-Oosten terreurgroepen financiert. Maar ook criminele activiteiten als prostitutie, wapenhandel, witwaspraktijken, zogenaamde liefdadigheid en bovenal de drugshandel spelen een rol. Ze citeert de Amerikaanse president Bush, die volgens haar vaak het juiste zegt maar ‘helaas niet vaak doet wat gedaan moet worden’. ‘De drugshandel financiert het werk van terreur en ondersteunt terroristen’, zei Bush in 2002.

Ehrenfeld beschijft hoe harddrugs voor fundamentalisten een tactisch middel zijn in de strijd tegen het Westen. Enerzijds is het een goudmijn om miljarden illegale dollars te verdienen, en anderzijds een effectief middel om de drugs-consumerende samenlevingen van binnenuit te ondermijnen. ‘Narco-terreur’ is de term die ze gebruikt.

De informatie over de verhouding tussen drugs en anti-westers geweld, zegt Ehrenfeld, ligt voor het oprapen in rapporten van overheden, veiligheidsdiensten en onderzoekers zoals zijzelf. Zeker voor Nederland, een centrum van drugshandel en -gebruik, zou dit interessant moeten zijn. Maar niemand lijkt ervan wakker te liggen, merkt Ehrenfeld al jaren.

Door hiervoor de ogen te sluiten, negeren westerse landen volgens haar de consequenties van hun banden met de ‘sponsors’ van de terreur waar ze vervolgens het slachtoffer van worden. ‘Terrorisme’, parafraseert ze de oorlogshistoriscus Carl von Clausewitz, ‘is voor islamisten het verlengstuk van zowel oorlog als diplomatie met andere middelen.’

‘Volg het geld’, zegt Ehrenfeld een paar keer tijdens het gesprek. De onafhankelijke onderzoekster, die doceerde aan Columbia University en New York University, is niet bang om landen en namen te noemen. Saoedi-Arabië is de ‘hoofdsponsor’ van terreur, en de Saoedische Kalid bin Mahfouz is een individuele hoofdrolspeler in het grijze gebied waar oliedollars en terrorisme samenkomen.

Daar is Ehrenfeld meteen al een mijnenveld in gewandeld. Het Saoedische koninkrijk is een strategische bondgenoot en economische partner van de VS en de Europese landen. ‘Eén woord: olie’, zegt Ehrenfeld. En Bin Mahfouz is een machtige zakenman die al zijn critici tot zwijgen tracht te brengen met juridische middelen en dreigementen.

Stand van zaken
Gevraagd naar de stand van zaken na zes jaar internationale strijd tegen islamitische terreur – ze gebruikt de term consequent – wil Ehrenfeld eerst iets positiefs zeggen. ‘We hebben veel geleerd. Hopelijk hebben de overheden geleerd over terrorisme, tactieken, strategieën. We hebben een reeks mensen geëlimineerd en dat is belangrijk.’ Elke keer dat een ‘cel’ wordt opgerold, zoals vorige week nog in Duitsland, is een overwinning.

Maar de Amerikaanse ziet dat het aantal terreuraanslagen wereldwijd toeneemt. Dat de VS zes jaar lang niet zijn getroffen, betekent niet dat de wereld veiliger is geworden. ‘We falen in het uitdragen van onze boodschap: dat we voor de vrijheid vechten. En daar falen we omdat we falen in de strijd tegen de financiering van terreur.

‘De bronnen die terroristen steunen, idenficeren we niet. Ja, we zijn afhankelijk van olie. Ze zijn erin geslaagd het Westen te coöpteren en op te kopen. Tenzij we snel wakker worden, zijn we verloren. Ik weet dat we olie nodig hebben, maar olie is niet zo belangrijk als we dood zijn.’

‘De VS moeten het voortouw nemen’, zegt Ehrenfeld. ‘Als de Amerikanen niets doen, doet niemand iets. Moet de Nederlandse regering zeggen: o nee hoor, wij willen geen banden meer met Saoedi-Arabië?’

De heersers in Riyad zijn verre van de enigen die Ehrenfeld noemt. Ook Iran, Syrië, Pakistan, Egypte, Noord-Korea en Soedan worden geoemd als steunpilaren voor radicale groepen zoals Al Qaida, Hezbollah en Hamas. Dat sommige van deze landen gelden als bondgenoten van het Westen, terwijl Hamas inmiddels de gekozen regering van de Palestijnse gebieden vormt, is voor Ehrenfeld onbegijpelijk. Ze omschrijft een geoliede machine van drugshandel en miljarden, door islamitische banken beschermde dollars en euro’s, die via ogenschijnlijk legitieme handel en witwasserij bij terreurleiders terechtkomen.

Voorts is de inherente corruptie in dictaturen cruciaal voor effectieve terreur: ‘Net als georganiseerde misdaad en de drugshandel kan terrorisme alleen bloeien als het wordt ondersteund door overheidscorruptie.’ Ze citeert Vaclav Havel, de voormalige president van Tsjechië: ‘Corruptie bestrijden is terrorisme bestrijden.’

Wat zij hier tegen wil doen, is ‘moeilijk uitvoerbaar’, geeft ze toe. Ehrenfeld bepleit een einde aan het decennia oude ‘beleid van nonconfrontatie’ dat ook gold voor Yasser Arafat, die Ehrenfeld aanwijst als de godfather of modern terrorism.

Simpele methode
‘Laten we álle terreur-entiteiten gelijk behandelen’, zegt Ehrenfeld. Daartoe heeft ze een ‘Internationale Integriteitsstandaard’ (IIS) voorgesteld: een simpele, objectieve methode om ‘de robuustheid van het economische, juridische en politieke systeem’ van een land te meten. De mate van Amerikaanse hulp en handel zou afhankelijk worden gemaakt van hoe een land scoort op de IIS. Ze ziet voor zich hoe de Verenigde Naties en het Internationaal Monetair Fonds ook hun hulpprogramma’s aan de ISS kunnen koppelen. ‘Een maatstaf om de anticorruptieprogramma’s van álle landen te meten.’

Het lijkt haar een betere methode dan ‘de politiek gemotiveerde terreurlijsten’ waar de Amerikaanse overheid nu mee werkt. Saoedi-Arabië kan immers nooit op zo‘n lijst belanden: de economische belangen zijn te groot.

Het terrorisme in naam van Allah is voor Ehrenfeld onlosmakelijk verbonden aan de opkomst van de islam zelf. Ze hekelt de westerse tolerantie voor een religie en cultuur ‘die niet tolerant zijn’. Ze maakt zich kwaad over de acceptatie van de sharia in liberale democratiën; in Canada mogen vrouwen in boerka gaan stemmen. ‘Hoe kan je iemand identificeren met een bedekt hoofd? Dit is waanzin.’ Zo wordt multiculturele tolerantie een zelfvernietigend mechanisme, betoogt Ehrenfeld. Uitholling van binnen; kwetsbaarheid naar buiten toe. Door ‘islamisering’ toe te laten, binden democratieën ‘hun eigen handen achter hun rug’.

Ze ziet drie redenen waarom westerlingen hier niet voldoende tegen willen doen. ‘Hebzucht’ – een referentie aan de ‘verslaving aan olie’, in de woorden van Bush. ‘Onwetendheid. En welbewuste blindheid. Er lijkt geen impuls te zijn om de eigen cultuur te beschermen.’

Ter illustratie vertelt ze over een conferentie die ze vlak na de aanslagen van 2001 bijwoonde in Frankrijk. Een Franse politicus was opgestaan om te vertellen dat hij Osama bin Laden begreep en zich ‘verbonden voelde’ met de agenda van de leider van Al Qaida. ‘Het gaat om de Palestijnen, zei hij. Nou ja! Bin Laden zei niks over de Palestijnen tot zes weken ná 11/9, en toen alleen omdat Arafat hem eraan hielp herinneren.’

Ze kregen ruzie, en de Fransman werd toegejuicht. Moest ze in reactie en stuk schrijven om te zeggen dat de Amerikaanse boodschap van een strijd voor vrijheid niet doorkomt? ‘Is geen nieuws.’ Dat de Fransen ‘hoeren’ zijn? ‘Ook geen nieuws.’ Toen ging ze kijken naar de achtergrond van de spreker op die conferentie, wiens identiteit ze niet wil blootgeven. Hij bleek een belang te hebben in een Frans-Saoedische bank. ‘Er moest een persoonlijke reden waarom hij zoiets doms zei. Dat bleek te kloppen.’

Ze concludeerde wat ook op het nationale en internationale niveau een ‘absolute waarheid’ blijft: ‘Het draait om het geld. Zelfs als het onze ondergang betekent. Ironisch.’

Meer over