De geldingsdrang van een ?scouser?

Liverpool-aanvoerder Steven Gerrard heeft zijn afkomst nooit verloochend. In achterstandswijk Huyton is hij held...

Van onze verslaggever Charles Bromet

LIVERPOOL In Ironside Road is het niet ongebruikelijk dat vrouwen in hun pyjama over straat gaan. De jongeren die zij passeren slaan er overigens nauwelijks acht op. Dit is Huyton, de achterstandswijk in Liverpool die in de volksmond de bijnaam two dogs fighting verwierf.

Dat is niet voor niets. Café The Blue Bell, even verderop, sloot twee jaar geleden de deuren omdat criminelen de tent hadden overgenomen. Maar het is een buurt die toch ook wordt gekoesterd, want een van de favoriete zonen van de stad, Liverpool-aanvoerder Steven Gerrard, groeide hier op.

Een bewoonster van Ironside Road memoreert fijntjes dat het haar vriend was die de carrière van de nu 28-jarige Gerrard op jonge leeftijd redde, toen Steven met zijn voet in een landbouwvork was gaan staan.

Door het ding niet direct uit de voet te trekken, wat een omstander wilde doen, maar daarmee te wachten tot hij in het ziekenhuis kon worden geholpen, hoefde Gerrards voet niet te worden geamputeerd. Het is geen fabeltje van de vrouw. In de biografie van de voetballer, die twee jaar geleden werd uitgebracht, komt het incident ruimschoots aan bod.

Peter Vantre, die twee huizen van de ouderlijke woning van Gerrard woont, is een van de weinige bewoners van Ironside Road die best met zijn naam in de krant wil. ‘Steven is zijn oude buurt nooit vergeten’, zegt hij. ‘Hij komt hier nog vaak terug en dan voetbalt hij met de jongens op straat.’

Voor de speler zelf is dat geen opgave. Hij, de gezinsman die de namen van zijn dochters Lilly-Ella en Lexie op zijn schoenen draagt, mag nu dan zijn verhuisd naar het welgestelde Stockport en rondrijden in een zwarte Bentley Continental – deze scouser (zoals de jongens uit de stad heten) hecht aan normen en waarden. ‘Er is niets erger dan een voetballer die denkt dat hij meer is dan hij is.’

Op de nu verlaten velden van Whiston Juniors Football Club aan Windy Arbor Road, de plek waar hij zich twee decennia geleden voornam door te breken als voetballer, moest vader Paul hem alleen tot de orde roepen als de kleine Steven in zijn jeugdige enthousiasme in het ‘verkeerde’ voetbalshirt naar buiten was gerend. Dan droeg hij plots het shirt van Manchester United-speler Bryan Robson of het keeperstenue van de door hem bewonderde Everton-doelman Neville Southall.

Als Paul Gerrard dát zag, werd zoon Steven naar binnen gesommeerd met de opdracht zich direct om te kleden.

Handig maakte het clubbestuur van Liverpool gebruik van dit diep gewortelde sentiment bij vader Paul. Twee zomers op rij leek Chelsea-eigenaar Abramovitsj Gerrard bijna binnen te hebben en daarmee dus het hart uit de ploeg van coach Benitez te rukken.

Maar na een onderhoud met zijn vader, die hem wees op zijn uitzonderlijke status bij de club, besloot Gerrard Liverpool trouw te blijven. Dreigementen aan het adres van de familie zullen ook hebben meegespeeld in zijn achterhoofd. ‘Als ik was vertrokken, denk ik niet dat ik met mezelf had kunnen leven. Ik zou snel spijt hebben gekregen.’

Die mededeling vervulde de Liverpool-fans weer met hoop. Want de club mag het afgelopen decennium dan wel een keer de UEFA Cup (in 2001) en de Champions League (in 2005) hebben gewonnen – de laatste landstitel dateert alweer van 1990. En zonder Gerrard geen nieuwe landstitel, zo is de gedachte aan Anfield Road.

Op een poster in het bioscoopzaaltje van het clubmuseum, waar onafgebroken de film wordt afgespeeld van de memorabele Champions League-finale tegen AC Milan van 2005 in Istanbul, die na een 3-0-achterstand bij rust na verlenging en strafschoppen alsnog werd gewonnen, is hij uitgedost als The Gladiator. ‘Success is a journey, not a destination’ is de begeleidende tekst.

Bij binnenkomst in de fanshop word je verwelkomd door het traditionele rode shirt van de club. Op de achterkant staat de naam van Gerrard, maar niet met zijn gebruikelijke rugnummer 8. Het getal 100 glimt de bezoeker tegemoet. Als hij vanavond tegen PSV scoort, is het namelijk zijn honderdste doelpunt voor de club.

Scoren doet hij overigens nooit alleen. Want als er iemand moet meedelen in zijn vreugde, is het wel zijn neefje Jon-Paul Gilhooley. Op 15 april 1989 kwam de destijds één jaar oudere Jon-Paul, net als 95 andere supporters van Liverpool, om het leven bij de Hillsboroughramp in Sheffield.

Bij het monument naast het stadion liggen op deze druilerige dinsdagmiddag talloze boeketten naast een clubsjaaltje van FC Groningen en een onophoudelijk brandend vlammetje. Gerrard, in zijn biografie: ‘Ik heb de droom vervuld die Jon-Paul en ik samen hadden.’

Meer over