De geheimen van de RVD

De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) verzorgt de voorlichting van het Koninklijk Huis en de minister-president. De RVD heeft te maken met de grillen van de Oranjes en van de opeenvolgende premiers....

RUUD LUBBERS kon je als voorlichter op ieder medium onbezorgd loslaten, behalve op het maandblad Opzij. Bijna alle mannelijke bewindslieden worden in het blad in interviews 'langs de feministische meetlat gelegd' en krijgen daarvoor een rapportcijfer.

Ex-hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) H. van der Voet vertelt in de geschiedschrijving van vijftig jaar RVD waarom hij Lubbers uit het blad hield. 'Ik weet zeker dat hij binnen twee minuten door alle manden was gevallen. Hij had geen -2 gekregen, maar een -20. Lubbers begreep niet veel van emancipatie.'

De rol van de RVD, de dienst die alle ins en outs van het spel om de macht behoort te weten, en op de hoogte behoort te zijn van het reilen en zeilen van de Oranjes, is vaak een onzichtbare. 'Geheimhouden, toedekken en openbaren', luidt dan ook de ondertitel van het boek van M. Wagenaar (37), promovenda op de geschiedenis van de dienst.

De RVD verzorgt de voorlichting van het koninklijk huis en de minister-president en heeft uit dien hoofde in de coulissen van de vaderlandse naoorlogse geschiedenis van de 22 kabinetten en het Hof gestaan. Vijftig jaar RVD wordt door Wagenaar op papier gezet en tal van smakelijke faits divers uit de naoorlogse geschiedenis passeren de pen.

Tegen wil en dank is de RVD de voorlichter die het nooit goed doet, en niet zelden het slechtst is geïnformeerd van alle spelers in zijn omgeving. Van journalisten tot ministers, tot vertegenwoordigers van het Hof.

In de wereld van 'geheimhouden, toedekken en openbaren' dien je een olifantenhuid te hebben, concludeert Wagenaar. Als er wordt gepraat is het meestal achteraf. En dan pas blijkt hoe moeizaam de RVD zijn werk doet.

In precaire omstandigheden heeft de dienst te maken met de grillen van de Oranjes en opeenvolgende premiers. Jaren na dato lezen we over de angsten van Dries van Agt en zijn hang naar tosties; de ziekte van Beatrix; het gekakel van Rudolf de Korte en de paniek rond een aanstaand huwelijk.

In januari 1964 verschijnen er geruchten in de kranten over een ophanden zijnde verloving tussen prinses Irene en een Spaanse edelman. Irene is op dat moment tweede in de lijn voor de troonsopvolging.

De RVD weet van niets. Maar die niet alleen. 'Het hele kabinet bleek niet op de hoogte', vertelt G. van der Wiel, hoofd-directeur van de RVD tot 1983 aan Wagenaar.

Pas op 3 februari deelt premier Marijnen in de ministerraad mede dat Irene zich heeft verloofd met 'ene Hugo de Bourbon Parma'. Afgesproken wordt om dit in de publiciteit voorlopig stil te houden.

Een dag later doet koningin Juliana op de radio onverwacht de mededeling dat haar dochter Irene haar die middag heeft meegedeeld dat de verloving niet doorgaat.

Op 7 februari volgen nieuwe verwikkelingen. Prins Bernhard heeft de dag ervoor in Parijs een ontmoeting gehad met de familie De Bourbon Parma. Marijnen wordt 's avonds door de koningin ingelicht dat de verloving toch doorgaat.

Hij meldt zijn collega's in het kabinet: 'De koningin was zeer verheugd en zei dolgelukkig te zijn dat prinses Irene en de betrokken man het toch weer met elkaar zijn eens geworden. De koningin had het gevoel, dat door de bekendmaking dat de verloving geen doorgang vond, de jongelui verschrikkelijk kwaad waren en dat deze publicatie dus als een shock-therapie had gewerkt, zodat mede daardoor de twee geliefden elkaar weer hadden gevonden.'

Marijnen heeft de koningin erop gewezen dat deze feiten een ridicuul beeld zouden schetsen naar buiten. Marijnen tot zijn ministers: 'De koningin antwoordde dat zij dat helemaal niet vond en zoiets toch overal wel voorkomt.'

De ochtend van 7 februari voert de premier nog een moeilijk gesprek met paleis Soestdijk. Irene verblijft al maandenlang in Spanje en Marijnen vindt het moment daar dat zij dient terug te keren naar Nederland.

'De prins nam voortdurend de telefoon van de koningin over', vertelt Marijnen in de minsterraad. Zijn collega's vinden dat Irene inderdaad moet terugkomen en vragen de premier opnieuw Soestdijk te bellen. Barend Biesheuvel, minister van Landbouw luistert dat gesprek mee.

Tot ieders verbazing blijkt dat Juliana niet weet waar Irene is. Marijnen rapporteert in het kabinet: 'De koningin kan alleen telefoneren met een zusje van Hugo de Bourbon-Parma. Dat meisje moet dan een ander zusje vragen door te dringen tot het retraite-huis, waar Irene zich bevindt.'

De chaos rond de verloving wordt geweten aan publicitaire manoeuvres in Spanje, met name van de familie De Bourbon-Parma, maar in de parlementaire evaluatie krijgt de RVD er van langs. De voorlichting naar het volk moet beter.

Oud-premier Dries Van Agt stierf duizend doden tijdens confrontaties met de pers. Volgens de oud-premier speet het deze beroepsgroep dat het tweede kabinet-Den Uyl er in 1977 niet is gekomen. Hij vertelt Wagenaar: 'Ze waren emotioneel erg geëngageerd. Toen ons kabinet er kwam, werd dat op mij gewroken. Dat werd me kwalijk genomen, ik werd gedwarsboomd en ik was een rotjongen.

'Ze probeerden mij de benen te breken. Ik vond ze buitengewoon vervelend. In zo'n situatie ga je zelf ook verharden. Ik ging niet onbevangen naar ze toe, maar in de strijdhouding.'

Volgens Gijs van der Wiel, die Van Agt bijstond en oppepte, wilde de premier eerst altijd iets eten voordat hij de parlementaire pers te woord stond. 'Je moest hem echt de bühne optrappen, dan was het al laat en dan moest hij eerst nog die verdomde tostie opvreten. . .'

Van Agt werd het zó spuugzat dat hij de wekelijkse persconferentie wilde afschaffen. 'Ik had er een immense hekel aan, ik vond het iedere week spitsroeden lopen. Dus wat is er menselijker dan dat ik aan die wekelijkse tortuur een einde wilde maken. Ik vond het ook niet nodig, dat je iedere week precies vertelt wat er in de ministerraad is gebeurd. Je kunt ook met communiqués werken.'

Om twee redenen ging zijn plan niet door. De eerste was de overtuigingskracht van Van der Wiel. Van Agt: 'Gewoon luisteren naar Oom Gijs, dat was al voldoende reden.

'Maar gezien de manier waarop het eraan toe ging, zou het bij de pers toch de lichte indruk hebben gewekt van: hij vlucht ervoor. Hij kan het niet meer aan, hij is er psychisch niet meer tegen bestand, hij geeft op. We hebben hem klein. Dat wou ik ook niet.'

Dus vond Van Agt een andere oplossing, als het hem echt te veel werd. Want in de parlementaire geschiedenis is geen kabinet voor handen waar de vice-premier zo vaak de persconferentie mocht doen als Hans Wiegel.

De RVD had het niet makkelijk met de liberale vice-premier Rudolf De Korte. Anders dan Van Agt liet Lubbers, die gretig zelf de wekelijkse zendtijd incasseerde, zijn vice-premier zelden de persconferentie doen. Lörtzer, plaatsvervangend directeur van de RVD: 'Bij De Korte heb ik vaak met kromme tenen gezeten. De enkele keer dat hij in die functie moest optreden, kakelde hij maar door. Hij had niet de handigheid de feiten zo te brengen, dat ze vanzelfsprekend leken. Iedere keer als hij iets zei, was er wel een journalist die hem afbrak. Dan houdt het op.'

0 E ERGERNISSEN bij de RVD over de premiers waarmee moest worden gewerkt, strekt zich regelmatig ook uit naar het Hof. Het Koninklijk Huis licht haar eigen RVD bij majeure zaken stelselmatig tergend laat of zelfs geheel niet in.

Begin januari 1980 licht Juliana Van Agt in over haar voornemen Beatrix de troon te laten bestijgen. De premier wordt hierdoor overvallen, en de RVD weet een maand lang van niks.

Van Agt vermoedt dat de instabiele CDA/VVD-coalitie de koningin lange tijd van aftreden heeft weerhouden. Zijn eerste kabinet had een parlementaire meerderheid van twee zetels, waarbij er ook nog eens tien CDA'ers waren die hun steun aan het kabinet ieder moment konden intrekken.

'Toen wij in december 1979 against all odds het kernwapendebat overleefden, denk ik dat de koningin gedacht heeft: als ze dit kunnen doorstaan, is het kabinet toch veel sterker dan ik gedacht had; dan blijven ze nog wel even', zegt Van Agt. 'In terugblik denk ik dat de koningin al langer zin had om af te treden, maar dat wilde doen in een periode van politieke stabiliteit.'

In het boek vertelt Van Agt dat Juliana hem verzocht over de troonswisseling tot nader orde te zwijgen. Op 31 januari wordt het wereldkundig gemaakt. De RVD blijkt tot een paar uur voor de aankondiging niet op de hoogte.

De paniek bij de rijksvoorlichtingsdienst is zo mogelijk nog groter als koningin Beatrix begin 1987 tijdens haar zomervakantie in Zuid-Frankrijk op het jacht Something Cool van bierbrouwer A. Heineken een hersenvliesontsteking krijgt. De pers belt de RVD met de vaag of het klopt dat koningin Beatrix in een Zuidfrans ziekenhuis ligt.

Plaatsvervangend hoofddirecteur Lörtzer zwaait die zomer de scepter over de rijksvoorlichting. Hij wordt platgebeld en weet van niets. 'Mede omdat de koningin buitengewoon strikt is in het onderscheid wat privé en wat functioneel is. Vakantie is privé en daar heeft volgens haar helemaal niemand iets mee van doen.

'Toen ze in Zuid-Frankrijk in het ziekenhuis terechtkwam, is er niemand in haar omgeving op het idee gekomen de RVD daarvan op de hoogte te stellen. Wij werden gebeld door journalisten, die vroegen of het waar was. Ik wist het echt niet. Wij zijn toen als een gek gaan bellen.

'Uiteindelijk hebben we vrij moeizaam contact gekregen met Zuid-Frankrijk en hebben we met de nodige vertraging het bericht uitgegeven dat de koningin inderdaad ziek was. Het was hier een gekkenhuis. Niet alleen de Nederlandse pers hing aan de telefoon, maar ook de wereldpers.

'Ik herinner me nog de absolute stilte toen ik een Engelse journalist aan de telefoon kreeg, die mij vroeg wie de lijfarts van de koningin was, die haar op vakantie begeleidde. Toen zei ik: de koningin heeft geen lijfarts; ze heeft een gewone huisarts in Den Haag met andere patiënten. Die gaat niet eens mee op staatsbezoek, want die man heeft zijn patiënten die iedere ochtend om half acht op de stoep staan.'

De kwestie is met het Hof geëvalueerd en de RVD meldde bij wijze van understatement dat dit niet echt was goed gegaan. Loëtzer: 'Echte excuses hebben we nooit gehad. Men zal best wel gezegd hebben dat het beter was geweest, als wij tijdig geïnformeerd waren. De vragen, die de journalistiek bedacht, hadden wij dan al zelf kunnen bedenken en daar hadden we dan op kunnen anticiperen. Nu liepen we voortdurend achter de feiten aan.'

Hoofddirecteur Van der Voet over de eigenzinnigheid van koningin Beatrix: 'Met vakantie weet niemand waar ze precies is, behalve de rechercheurs en dat zijn de enigen. Zij is dan vrij en kan privé-dingen doen, die ze zelf wil. En dus moeten zo min mogelijk mensen weten wat ze doet. Ik wil het ook niet weten. Ik weet het als ze naar het huis in Italïe gaat, maar verder weet ik nooit iets. Soms wel eens als ze naar een bepaald land gaat. Maar dan gaat ze ook wel eens van het ene land naar het andere. Wij weten alleen wanneer ze weer terug is.'

M. Wagenaar: Rijksvoorlichtings-dienst. Geheimhouden, toedekken en openbaren.

SDU, ¿ 59,90.

Meer over