reportage

De geest van de dode bouwvakkers zweeft boven het WK in Qatar

Buitenlandse arbeiders leggen de grasmat in het Lusail Stadion. Beeld Reuters
Buitenlandse arbeiders leggen de grasmat in het Lusail Stadion.Beeld Reuters

In Qatar verrijzen prachtige stadions, maar die steken schril af tegen berichten over beroerde arbeidsomstandigheden, lage lonen en vele doden op de werkplaats. Onder druk van de internationale publiciteit zijn er inmiddels verbeteringen doorgevoerd. Volkskrant-sportverslaggever Willem Vissers ging op onderzoek uit.

Willem Vissers

Stelt u zich een stad als Assen voor, met 70 duizend inwoners, maar dan met een muur eromheen. Met louter mannelijke inwoners. Allemaal bouwvakkers. Ze wonen in barakken. Ze zijn immigrant. Ze komen uit India, Nepal, Sri Lanka, Bangladesh, Pakistan of de Filipijnen, soms uit Afrika. Kenia, Soedan. Ze werken in Qatar.

Asian City, zoals dit kamp van arbeidsmigranten heet, ligt op ruim een halfuur rijden van de kustlijn van Doha in Qatar, het land dat in 2022 het WK organiseert. De rit gaat van de oogverblindende skyline naar de laagbouw ver buiten de stadsharten. Van puissant rijk via middenklasse naar sjofele winkels en behuizing. Dan eindeloze bedrijfspanden in de Industrial Area. Ten slotte doemen crèmekleurige muren op, met poorten en hekken, symmetrisch, met cijfers bij de ingangen. Achter de muren en hekken staan barakken. Hier en daar hangt een plantje, een voetbalshirt of de vlag van Qatar aan de vensterbank.

Hier wonen duizenden immigranten bij elkaar, mannen die werken in de eeuwige bouwput Doha. De hoofdstad van Qatar ontwikkelde zich van woestijn tot metropool in pakweg vijftig jaar, sinds de vondst van een gasbel voor de kust door Shell.

Talloze e-mails

Vooraf hebben we mails gestuurd naar het Supreme Committee van de WK-organisatie, niet alleen om de stadions voor het WK te zien, maar ook om te mogen kijken op een werkplaats van arbeiders of in hun behuizing. Zij, de arbeiders, de immigranten, zijn de stille werknemers die het WK mogelijk maken, die soms zelfs hun leven geven voor de WK-infrastructuur. De 300 duizend Qatarezen, een kleine minderheid in eigen land, vormen vooral de overheid. Ongeveer twee miljoen immigranten doen vrijwel al het zichtbare werk.

Nooit volgt antwoord op welke mail dan ook, terwijl toestemming nodig is. Anders riskeer je arrestatie, zo ondervonden Noorse journalisten die onlangs het land zijn uitgezet, vanwege ‘aanwezigheid op verboden terrein’. Bij een ingang van Asian City gaat de bewaker voor naar een wachthokje. Daar staat Gopal uit Nepal, de baas in dit kantoortje.

Hij vertelt honderduit: ‘Asian City bestaat uit 55 blokken, elk met 1.250 arbeiders. Allemaal mannen. Ze slapen met vier op een kamer. Er zijn drie moskeeën in het kamp. De arbeiders krijgen kost en inwoning.’ Buiten de muren is een openbare shoppingmall met goedkope kleding en andere producten. In de krant prijkt een foto van Sébastien Haller, die opnieuw heeft gescoord voor Ajax. Intussen belt Gopal met zijn baas. Wat hij moet met deze Nederlander?

Skyline fotograferen

Qatar is een totalitaire moslimstaat zonder vrijheid van meningsuiting. De speciale vergunning van ambtenaar Ali Al Thani van het Supreme Committee voor de fotograaf van de krant, om te mogen fotograferen in het centrum van de stad, is tientallen kilometers verderop in Asian City waardeloos. De skyline fotograferen is reclame voor het mondaine Qatar. Maar de wereld hoeft niet meer te weten over behuizing van arbeiders.

Aan de overkant van het kamp staan honderden autobussen van Chinese makelij. De arbeiders reizen per bus naar het front van de bouw. Ze veranderen de stad in recordtempo van aangezicht, voor een loon van pakweg 250 euro per maand. Althans, dat is het officiële minimumloon. Er zijn nog steeds verhalen van aannemers die niet of te laat betalen.

De skyline van Doha is verbluffend. Wat moet Qatar met al die torenflats, hotels en metrolijnen, waarbij de stadions voor het WK zelfs in het niet vallen? Ruim een miljoen bouwvakkers zijn voortdurend aan het werk in de hoofdstad en omstreken. Het landje wil concurreren met bijvoorbeeld Dubai en Abu Dhabi. Het doel is omschreven in Visie 2030: Qatar als land van congressen en sportevenementen, voor als het gas op is.

Katalysator voor verbetering

Alleen: de geest van de dode bouwvakkers blijft boven het WK zweven; 6.500 doden in tien jaar, schreef The Guardian vorig jaar. Waarom heeft de roep om een boycot nooit oorverdovend geklonken? Waarom geen keiharde actie? Paola Cammilli, campagnedirecteur van de internationale vakbeweging Building and Wood Workers International: ‘Zelfs de meeste arbeiders willen geen boycot. Vergeet niet dat hun werk hun inkomen is. Anders hebben ze niets. Het WK is de katalysator voor verbetering van de arbeidsomstandigheden. Zonder WK hadden die verbeteringen nooit plaatsgevonden. Het is alleen niet genoeg. We willen meer.’

Wie je ook spreekt, van taxichauffeur tot hotelbediende of bouwvakkers langs de straat, even rustend op hun schep: ze zijn liever in Qatar dan thuis. Zo is ook de ervaring van secretaris-generaal Gijs de Jong van de KNVB, voor wie onlangs een ontmoeting met arbeiders was georganiseerd, al snapt hij dat ze mogelijk geselecteerd waren. Vooral Afrikanen vertellen dat ze hun eigen wereld missen. Of we Qatar nooit willen vergelijken met Kenia. Ze vinden het kil hier, ze missen de sfeer van hun land. Ze gaan een keer per jaar naar huis, of eens in de twee jaar. Verder willen ze werken en sturen ze gemiddeld 80 procent van hun inkomen naar huis, waardoor hun kinderen naar school kunnen.

Terug naar de skyline. Bij de International Labour Organisation (ILO) van de Verenigde Naties in West Bay, op de 6de verdieping van Qatar Tower, in een wijk met louter wolkenkrabbers en bedienden voor de liftdeur, hangen aanwijzingen aan de deur over hoe je van werkgever kunt veranderen. Er zijn formulieren om het land te kunnen verlaten, iets wat vroeger veel lastiger was. Er is tegenwoordig zelfs een platform voor klachten en voor klokkenluiders.

Kafala afgeschaft

Max Tunon, directeur Qatar van de ILO, praat over verbeteringen, over nieuwe wetten, waarbij hij toegeeft dat de implementatie een zaak van lange adem is. Soms is er een terugval, stellen ook Amnesty International en andere mensenrechtenorganisaties. Maar kafala, dwangarbeid, is officieel afgeschaft. Over het minimumsalaris zijn afspraken gemaakt. Er zijn gekozen vertegenwoordigers. Er is meer openheid. Er is een hitteprotocol. Werknemers mogen van baas wisselen. Tunon: ‘Dat is allemaal sneller gegaan door de komst van het WK. Door de veranderingen hier, moeten buurlanden als Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten mee. Anders willen arbeiders niet meer naar die landen toe. En het WK is niet de eindstreep.’

Hij geeft geen antwoord op alle vragen, bijvoorbeeld over aannemers uit landen als Duitsland, Engeland en Australië die arbeiders rekruteren en fors verdienen aan de handel in werkkrachten. Arbeiders die in hun thuisland lang niet altijd zijn opgeleid voor wat ze in Qatar te wachten staat, en wier gezondheid vooraf niet precies in kaart is gebracht.

Een wooncomplex voor de arbeiders in Doha, Qatar. Deze foto is uit 2016, want de krant kreeg geen toestemming naar binnen te gaan. Beeld Getty Images
Een wooncomplex voor de arbeiders in Doha, Qatar. Deze foto is uit 2016, want de krant kreeg geen toestemming naar binnen te gaan.Beeld Getty Images

De Nederlander Paul Wernert, die als ‘architect materialen’ voor het Nederlandse ingenieursbureau Arcadis onder meer aan de Gold Line van de metro werkte, schrijft mij in een brief over ‘boter op het hoofd van westerse bedrijven’. De Qatarezen, door hem beschreven als verwend, hooghartig en weinig empathisch, zijn officieel eindverantwoordelijk, maar ze besteden vrijwel alle werk uit. ‘Buitenlandse aannemingsbedrijven gaan in zee met koppelbazen, die arbeiders halen uit bijvoorbeeld Nepal. Die koppelbazen komen met de tarieven en regelen de onderkomens voor de arbeiders.’

Tunon snapt vragen over het schamele loon van 250 euro. Waarom niet 500 euro, of 750? Ook dat heeft onder meer te maken met tussenpersonen, zegt hij, met de markt uiteindelijk. Eén miljoen arbeiders een verdubbeling van hun loon geven, dat gaat zomaar niet. Wernert herinnert zich gesprekjes met een werknemer uit Nepal die thee bracht bij de bouw van de metro. Hij was thuis leraar wiskunde. ‘Op mijn vraag waarom hij geen les meer gaf, want dit baantje als theeschenker was toch ver onder zijn niveau, antwoordde hij dat hij in Qatar ruim meer verdiende dan in Nepal en zo beter zijn gezin kon onderhouden.’

Overleden arbeiders

Het beeld van Qatar als slechte werkgever is onuitwisbaar. Ondanks al die officieel afgedwongen verbeteringen in arbeidsomstandigheden, beseft Tunon dat het cijfer over dode arbeiders de beeldvorming bepaalt. ‘Ik weet niet of die schaduw boven het WK verdwijnt. Het enige wat wij kunnen doen, is licht laten schijnen op wat wij weten. Wij weten dat die 6.500, genoemd door The Guardian, betrekking heeft op doden onder immigranten uit vijf onderzochte landen (India, Pakistan, Bangladesh, Nepal, Sri Lanka), over een periode van tien jaar en niet alleen werkgerelateerd. We kunnen de aanname weerleggen dat al die 6.500 in de bouw werkten of aan WK-infrastructuur. Ze werkten in alle sectoren van de economie, in alle inkomensgroepen. Het is een erg diverse groep.’ Hij noemt als voorbeeld een meisje van 8 uit Nepal dat onderweg naar school is aangereden en een moeder uit Sri Lanka die op bezoek was bij haar zoon. Maar hij weet ook dat elke relativering een macaber karakter heeft.

Qatar heeft dat beeld van onduidelijkheid over de cijfers aan zichzelf te wijten, door onzekerheid te laten bestaan over bijvoorbeeld de doodsoorzaak. Hittestress? Hartfalen? Vaak is geen autopsie gedaan. Dat ligt niet alleen aan Qatar, vertelt Tunon. In het lichaam snijden is vaak verboden volgens het geloof, en ook moet het lichaam snel terug naar het land van herkomst.

Daarbij, het volume van de bouw is zo groot, dat het bijna niet te bevatten is. Wie een paar dagen rondloopt in Doha, valt van de ene verbazing in de andere. Het is bovendien lastig te bepalen welke nieuwbouw speciaal voor het WK is gebouwd. Of, zoals het Duitse adviesbureau Dorsch, al tien jaar actief in Qatar, op zijn website schrijft: ‘Het doel is Qatar om te vormen van een rustig tot een modern land, geschikt voor veel grote evenementen, waarvan het WK van 2022 er eentje is’. Vandaar die bouw: letterlijk op elke straathoek.

Tunon: ‘We zijn mede daarom erg voorzichtig om cijfers van diverse landen te vergelijken. Wereldwijd gezien lopen migrantenarbeiders meer risico op een ongeval op het werk dan andere werkers, door taalbarrières of een andere cultuur in veiligheidsvoorschriften, of uit angst om vrijuit te spreken over situaties op het werk. Ook weten we dat wereldwijd de bouw een gevaarlijke sector is. Hier bestaat 95 procent van de private sector uit migrantenarbeiders, en bijna 40 procent van het totale werk speelt zich af in de bouw. Daarom kun je deze arbeidsmarkt, die uniek is, totaal niet vergelijken met andere landen.’

Onderzoek naar doden in de bouw

Het laatste onderzoek van de ILO is het meest nauwkeurige. Over het jaar 2020 spreekt het van vijftig doden in de bouwsector (in Nederland waren er in 2020 19 dodelijke ongevallen, op veel minder bouwvakkers), van wie de meeste doden zijn gevallen bij ongelukken op de weg. Max Tunon: ‘Dit rapport van de ILO is het meest uitgebreid als het gaat om doden en gewonden op de werkplaats. We zijn nu in staat om de doodsoorzaak aan te geven, de sector waarin de arbeiders actief zijn, hun nationaliteit, leeftijd, et cetera. Daarom kunnen we ook betere preventie organiseren, wetten maken en bewustwording creëren.’

Doha City, de hele stad lijkt wel een bouwplaats. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Doha City, de hele stad lijkt wel een bouwplaats.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Maar, er zijn nog steeds beperkingen bij het verzamelen van data, zegt Tunon. ‘Er is een aanname dat velen stierven door de hitte. We hebben de grootste studie ooit gedaan naar de invloed van hitte op werk. Daaruit is nieuwe wetgeving voortgekomen, voor werk tijdens de zomermaanden. Voorheen golden beperkingen van 15 juni tot 31 augustus. Dan mocht je niet buiten werken van 11.30 uur tot 15.00 uur. Nu is dat raamwerk groter, met ruimere uren. Als de temperatuur een bepaald niveau bereikt, moet alle werk worden stilgelegd. En er moeten gezondheidschecks komen voor arbeiders, om zeker te weten dat ze niet kwetsbaar zijn op bepaalde momenten.’

Of het werk moderne slavernij is, zoals tegenstanders van het WK beweren? Tunon: ‘In bepaalde opzichten is het dat zeker, als we naar onze westerse maatstaven kijken tenminste. Als ze tegen hun wil werken bijvoorbeeld, of als ze een straf krijgen als ze vertrekken bij een werkgever. Maar volgens de huidige wetten mag dat dus niet meer.’

Terug naar Asian City. Zodra het WK nadert, zullen veel arbeiders naar huis terugkeren. Tot dan wonen ze in barakken als in Asian City. Hoe zit het daar met eenzaamheid, met al die mannen, ver weg van familie? Met seksuele behoeften. Tunon: ‘Dat onderzoeken we niet. Het is een opoffering om hier te komen en te sparen voor familie.’

Gopal, bewaker in het wachthokje bij Asian City, schaterlacht om de vraag, over hoe dat dan gaat, met 70 duizend mannen bij elkaar, in een land waar homoseksualiteit officieel verboden is. En hij heeft inmiddels antwoord van zijn baas: bij Asian City naar binnen, dat mogen wij niet.