De geest van Billie Holiday ziet het lachend aan

Ella Fitzgerald werd er ontdekt in 1934. James Brown maakte er furore en lag er opgebaard. Michael Jackson werd er geëerd. Nu is het Apollo het hart van een opbloeiend Harlem.

VAN ONZE CORRESPONDENT ARIE ELSHOUT

NEW YORK - Het lijkt een ongelijke strijd: het meisje zo jong en zo klein, de zaal zo groot en zo vol. De zenuwen knijpen haar stembanden samen als ze begint te zingen. Achter het gordijn wacht de Executioner, de beul die er een eind aan maakt als het niet goed genoeg is op Amateur Night in het Apollo Theater in Harlem.

Maar de stem wordt krachtiger en krachtiger. Het publiek gelooft het niet: zoveel geluid uit zo'n lijfje. De 8-jarige Jedah doet het kristal van de kroonluchters in de lobby bijna rinkelen. Vrouwen op de eerste rij springen juichend op uit hun stoelen. De geesten van Ella Fitzgerald en Billie Holiday zien het glimlachend aan vanuit het donkere gewelf van het Apollo Theater. Harlem leeft.

Buiten, op de 125ste Straat, is het druk en bedrijvig ondanks de bittere kou en diep bevroren sneeuwwallen. Winkelketens hebben hier hun deuren geopend. Aan Lenox Avenue baadt het trottoir in het licht van Red Rooster, een van de dure restaurants die zich in de zwarte buurt hebben gevestigd. Op de cocktailkaart de Bourbon Negroni. De creditcard rukt op, zelfs in stomerijen. Voor iemand die elke keer voor honderden dollars aan was heeft, is dat geweldig, zei onlangs Bevy Smith, een televisiepresentatrice, geboren en getogen in Harlem.

Variétéclub

Maar hoezeer en hoe vaak de wijk ook is veranderd, altijd is daar het Apollo, zijn naam in neonletters een lichtbaken in de golfslag van de tijd. Ooit begonnen als een variétéclub die alleen toegankelijk was voor blanke artiesten en bezoekers, kreeg het in 1934 andere eigenaren. Het vernoemde zich naar de Griekse god, opende als eerste Harlems theater zijn deuren voor alle rassen en richtte zich voortaan op zwart amusement. Een gevolg van de toestroom van zwarte bewoners en van de beroemde Harlem Renaissance, een explosie van Afrikaans-Amerikaanse kunst. De wijk werd het centrum van de zwarte cultuur in Amerika, met het Apollo als een van zijn trekpleisters.

In het jaar van zijn 80ste verjaardag is het theater nog altijd een magneet. Op Amateur Night - de talentenjacht op woensdagavond - zit het zo goed als vol. Iedereen, op de bühne, in de zaal, weet waar dit het begin van kan zijn. In 1934 was daar een onbekend meisje van 17. Ze wilde een dansact doen, maar was zo onder de indruk van een dansgroep voor haar, dat ze op het laatst besloot te zingen. Dat besluit van de jonge Ella Fitzgerald veranderde de muziek voorgoed, wordt hier gezegd.

Dertig jaar later was daar Jimi Hendrix. En drie jaar daarna kwam er een gezin in een Volkswagenbusje vanuit Indiana naar de 125ste straat gereden. Het debuut van de Jackson Five. Michael Jackson speelde tikkertje op de trappen, een jochie van 9. Slechts een jaartje ouder dan de kleine Jedah, die deze woensdagavond het publiek uit de stoelen doet opveren.

In de lobby hangen de foto's van de sterren die in het theater hebben opgetreden. Billy Mitchell loopt ze vlak voor Amateur Night even na. Zingend. Hier Stevie Wonder: 'My cherie amour, lovely as a summer day. My cherie amour, distant as the Milky Way'. En dit Sam Cooke, en weer zingt de 63-huishistoricus: 'I was born by the river in a little tent. And just like the river I've been running ever since.'

Uit de zaal komt het geluid van de repeterende kandidaten en de band. Alles is hier muziek en show.

Maar Apollo staat voor meer, zegt Jonelle Procope, de grote baas. Het wil ook een bindend element zijn in een buurt die veel ballast met zich mee torst. Zij bestaat deels uit nazaten van zwarten die na afschaffing van de slavernij vanuit het zuiden naar het noorden trokken. Het leven hier was zwaar: zij waren veelal armer en leefden korter dan andere Amerikanen. Er was misdaad en geweld. En nog steeds is de werkloosheid met 19 procent veel hoger dan het landelijk gemiddelde van 6,6 procent.

Healthy Soul Festival

Het stimuleert het Apollo tot sociaal werk. Vorig jaar zomer was er het Harlem Healthy Soul Festival. Bezoekers konden zich er laten testen op hiv, hepatitis-C en diabetes. Ook leerden zij dat corn meal dusted fried catfish en al die andere, onder dikke lagen frituur schuilgaande vlees- en visgerechten uit het zuiden niet goed zijn voor het hart. Niet dat zulke adviezen meteen effect hebben - tradities en cultuur zijn taai - maar langzaam verandert er iets. Ook door de komst van nieuwe inwoners die welvarender, beter opgeleid en gezonder zijn.

Het is de zogeheten gentrificatie, de intocht van beter gesitueerden in arme wijken. Rond 1950 waren bijna alle blanken weggetrokken uit Harlem, gevolgd rond 1960 door velen uit de zwarte middenklasse. In de grimmige jaren zeventig nam de bevolking met 30 procent af. Maar sinds New York eind vorige eeuw veiliger werd, is de buurt weer in trek, ook bij blanken.

Procope ziet het als een tweesnijdend zwaard. Oudere inwoners moeten vanwege stijgende huren verhuizen en buurtwinkels maken plaats voor de grote ketens. Maar als gevolg van de gentrificatie is in de wijk meer leven, zegt ze. 'Het is een goeie zaak.'

Dat vindt ook Adam Sternbergh van New York magazine. 'Willen we buurten die een soort strafkolonies zijn, ontdaan van inwoners, behoorlijke winkels en hoop; of willen we buurten die na de blanke vlucht van vroeger een herintegratie laten zien, zowel raciaal als economisch?', schreef hij in 2009. 'Gentrificatie (...) kan een verademing zijn, zelfs al komt ze in de vorm van schuldbewuste hipsters en yoga- studio's.'

Harlem is een belangrijke graadmeter voor deze reïntegratie van onderop. Van de wijk gaat vanwege haar historie een sterk symbolische werking uit. Maar de weg is lang. Juichverhalen verhullen dat het minder hard gaat dan in delen van Brooklyn.

Het aantal inwoners dat er op een of andere manier afhankelijk is van overheidssteun ligt nog steeds tussen de 35 en 46 procent. Ook voor Amerika als geheel blijft het een van de grote sociale kwesties. Het gemiddelde blanke gezin heeft zes keer zoveel geld als het gemiddelde zwarte gezin. De kantines van de high school zijn in de praktijk nog even gesegregeerd als vijftig jaar geleden.

Maar het Apollo laat zich niet ontmoedigen. Het gaat om 'Advancing the Dream', het levend houden van de Droom van Martin Luther King. Als Jedah zingt, lichten de mobieltjes op in het donker van de zaal. Iedereen denkt: wie weet leiden die filmpjes, doorgeschoten naar het YouTube-firmament, tot de geboorte van een nieuwe ster.

'Tempel van soul'

Voor Bruce Springsteen is Apollo 'het huis van de goden en de ware tempel van soul'. R&B, hip hop, soul, jazz, pop, funk en rock - het is er allemaal te zien. Maar voor Billy Mitchell is er nog iets anders: 'Ooit mochten we als zwarten niet in theaters komen. Voor ons is Apollo ook een bron van trots.'

Daarom werd in 2006 het lichaam van James Brown naar het theater gebracht en trokken tienduizenden langs de kist. Daarom voerde Barack Obama er in 2007 campagne. Daarom verzamelden zich in 2009 tienduizenden bij het theater na de dood van Michael Jackson.

Op de bühne staat tijdens Amateur Night een boomstronk. De deelnemers lopen er langs en laten hun vingers over het gladde hout glijden. Brengt geluk, wordt gezegd. Het is de Tree of Hope, de boom van de hoop.

undefined

Meer over