Column

'De gebalde EU-vuist blijkt een slap handje'

De huidige EU wil een prominente speler op het wereldtoneel zijn, maar wordt door een relatief klein noodgeval als het geweld in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) al in grote verlegenheid gebracht, betoogt Paul Brill.

Moslims in de Centraal-Afrikaanse Republiek op de vlucht voor geweld. Beeld getty
Moslims in de Centraal-Afrikaanse Republiek op de vlucht voor geweld.Beeld getty

Een goed bewaard geheim mag je het niet noemen, maar het scheelt weinig: de Europese Unie heeft de beschikking over twee Battle Groups van elk 1.500 man, die dermate paraat (moeten) zijn dat ze binnen vijf tot tien dagen kunnen worden ingezet om buiten Europa de orde te herstellen in een conflict dat dreigt te escaleren, maar nog niet volledig uit de hand is gelopen. Met voldoende voorraden om het dertig dagen zelfstandig te kunnen uitzingen.

Waarom leiden deze eenheden zo'n obscuur bestaan? In de eerste plaats omdat ze een wel bijzonder slap aftreksel zijn van de geduchte Europese rapid deployment force waarvan ooit sprake was. Deze snelle interventiemacht zou maar liefst 60 duizend manschappen moeten omvatten. Het was een ambitie die meer dan een droombeeld leek te worden toen in 1998 de Britse premier Tony Blair op een gedenkwaardig topberaad met de Franse president Jacques Chirac de geijkte bezwaren van zijn land tegen een Europese defensie-organisatie liet varen, waarna Londen en Parijs de handen ineensloegen om het Europese bouwwerk te voorzien van een serieuze militaire vleugel.

Maar ja, hoe gaan die dingen in Europa, daar stapelen wetten en praktische bezwaren zich op. In zekere zin was het toch nog een stap van betekenis dat in 2004 werd besloten tot de formatie van een aantal nationale en multinationale Battle Groups, waarvan er volgens een roulatieschema in beginsel steeds twee op afroep inzetbaar zouden zijn. Geen machtige militaire arm, maar nog altijd wel een hulpmiddel waarmee het mogelijk zou moeten zijn om kleinere branden redelijk snel te doven.

Het heeft evenwel nog niet zo mogen zijn. In de zeven jaar van hun bestaan zijn de Battle Groups nimmer in actie gekomen. Helaas niet vanwege gebrek aan acute conflicten, maar omdat de politiek op beslissende momenten in de weg zat.

Geweld tussen christenen en moslims
Een actueel voorbeeld daarvan is de gang van zaken in de Centraal Afrikaanse Republiek, waar het centrale gezag onmachtig en/of onwillig is om het geweld tussen christenen en moslims in te tomen. In december stuurde Frankrijk een troepenmacht van 1.600 man om een Afrikaanse interventiemacht-in-oprichting bij te staan. Parijs wilde graag Europese ruggensteun en dacht daarbij aan de EU Battle Group, die dan eindelijk eens zijn waarde zou kunnen bewijzen.

In Brussel had men er wel oren naar. Maar het toeval wilde dat er slechts één Battle Group beschikbaar was en dat in het roulatieschema Groot-Brittannië stond genoteerd als uitvoerende partij. Op zich geen probleem, misschien zelfs wel een voordeel, want Britse militairen weten van wanten in zo'n situatie. Maar met de Europese verkiezingen in aantocht wenste de regering-Cameron zich absoluut niet in te laten met een militaire operatie die onder Europese vlag zou worden gevoerd. Dat zou het verwijt kunnen uitlokken dat Londen een elementair onderdeel van de Britse soevereiniteit uit handen geeft. Exit Battle Group.

In arren moede besloten de Europese ministers van Buitenlandse Zaken dan maar weer een gelegenheidsbataljon van ongeveer 500 man te formeren, dat hopelijk eind deze maand in Bangui zal arriveren. Tenminste als de landen die een bijdrage hebben toegezegd, dat ook werkelijk doen. Op Groot-Brittannië, Duitsland en Italië hoeft Brussel in elk geval niet te rekenen.

Waslijst van nobele intenties
Wat een en ander pijnlijk maakt, is dat deze affaire zich afspeelde voor en na de Europese top van december, waarop voor het eerst in vijf jaar weer eens over defensiezaken werd gesproken. Hetgeen resulteerde in een waslijst van nobele intenties om 'het militaire vermogen van de EU op te voeren'. De lengte van die lijst was overigens omgekeerd evenredig aan de vergadertijd die volgens ingewijden aan het onderwerp werd besteed: nog geen half uur.

Nu kun je van oordeel zijn dat de EU het militaire domein maar beter kan overlaten aan andere instanties. Maar dan moeten de pretenties ook een stuk omlaag. Want de huidige EU wil een prominente speler op het wereldtoneel zijn, ze heeft uitgesproken meningen over internationale conflicten en schendingen van mensenrechten. Die opgeheven vinger verliest sterk aan geloofwaardigheid als er in laatste instantie niet ook een gebalde vuist kan worden getoond, als zelfs een kleiner noodgeval - en bij al zijn gewelddaddeigheid is de crisis in de CAR beperkt van omvang - Brussel in grote verlegenheid brengt.

Paul Brill is buitenland-commentator van de Volkskrant
Reageren? p.brill@volkskrant.nl

De Franse president Hollande inspecteert de troepen ter ere van twee in de CAR omgekomen soldaten. Beeld ap
De Franse president Hollande inspecteert de troepen ter ere van twee in de CAR omgekomen soldaten.Beeld ap
Meer over