De geallieerden en de holocaust

DE Amerikaans-Britse historicus William D. Rubinstein . Hij moet niets hebben van de vaak gehoorde beschuldiging dat ook de westerse democratieën de joden in de nazi-periode in de steek zouden hebben gelaten....

Volgens hem werd begint te vertellen hoe de 'mythe' in de jaren tachtig gecreeÚerd werd door Amerikaanse en Britse historici. Zij beweerden dat de barrie'res die tegen de emigratie immigratie van joodse vluchtelingen werden opgeworpen, de dood van velen tot gevolg hadden. Rubinstein rekent echter voor dat 72 procent van de Duitse joden uit nazi-Duitsland ontvluchtte, voordat dat door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog onmogelijk werd. Ook daarna hebben de geallieerden al het mogelijke gedaan om de joden, nu na 1939 Hitlers gevangenen, te redden, betoogt Rubinstein.

Hoe verfrissend deze visie op het eerste gezicht ook mag lijken, bij nadere beschouwing blijkt Rubinstein de kans op een nuancering van het bestaande beeld te laten liggen door zelf veel te ver door te draven.

Zijn poging het bestaande beeld te nuanceren mislukt echter, doordat hij veel te ver doordraaft. Alles wat de westerse democratieën hebben gedaan, wordt door hem bij voorbaat al in positieve zin uitgelegd, elk tegenargument wuift hij weg: Hitler was immers de enige schuldige.

Het is nuttig dat hij eraan nog eens aan herinnert dat de meeste joden tot de radicalisering van de jodenvervolging in 1938, culminerend in de 'Kristallnacht', niet wilden emigreren. Dat wil nog niet zeggen dat de conferentie van Evian van 1938 en meer in het algemeen de immigratiepolitiek van de democratieën kan kunnen worden beschouwd als een overtuigend bewijs van de westerse bereidheid joodse vluchtelingen op te nemen.

Rubinstein wil echter van geen kritiek horen en houdt zich liever bij de officiële standpunten. Als hij zich had geÉÚnteresseerd voor de stem van de slachtoffers, dan had hij de geallieerde versie makkelijk kunnen ontmaskeren. Boekenkasten zijn inmiddels volgeschreven over met de ervaringen van joden die in de periode 1938-1941 alles deden om een veilige haven te bereiken, maar een visum kregen omdat ze geen geld of relaties hadden. Rubinstein heeft zich echter beperkt tot een selectie van Engelstalige bronnen en deze bovendien gemanipuleerd.

Wantrouwen wekt hij bijvoorbeeld als hij op p.40 schrijft dat Engeland alles deed om zijn voormalige koloniën te bewegen om meer joodse vluchtelingen op te nemen. Daarvoor verwijst hij naar een bundel artikelen, uitgegeven door Paul Bartrop. Hij noemt helaas geen pagina en inderdaad blijkt niets van dien aard te vinden in dit werk, dat niet toevallig de titel draagt False Havens The British Empire and the Holocaust. (University Press of America 1995).Wel staat er bijvoorbeeld in dat het schip de Koenigstein in 1939 165 joodse vluctelingen niet mocht afzetten in Brits Guyana.

Met een wat kritischer instelling tegenover officiële cijfers had Rubinstein geen genoegen genomen met de Engelse claim van eind 1944 dat alles was gedaan voor de vluchtelingen die cijfers, zo staat in dezelfde bundel, werden opgeblazen om deze bewering kracht bij te zetten en vormen eerder een indicatie dat de werkelijkheid zich niet overeenkwam met in de retoriek, liet passen.een retoriek waar Rubinstein zijn hele boek door in blijft trappen.

Kenmerkend voor de wijze waarop hij de feiten naar zijn hand probeert te zetten, is zijn commentaar op de omzwervingen van een ander schip, de St. Louis, dat in 1939 met 930 joodse vluchtelingen na een vergeefse tocht met bestemming Cuba naar Europa moest terugkeren. Daar werden de vluchtelingen uiteindelijk opgenomen door Nederland, België, Frankrijk en Engeland. Hij ziet dat als een triomf van de westerse gastvrijheid, maar vermeldt niet dat deze vluchtelingen door de kustwacht van Florida werden tegengehouden en in Europa pas werden opgenomen toen de kapitein het schip op een klip voor de Engelse kust had gezet.

Hitler was ongetwijfeld de voornaamste architect van de EndloÚsung en schien ook wel een 'monomane psychopaat', zoals Rubinstein niet moe wordt op te merken. Maar belangrijker is dat hij niet zo gestoord was om geen rekening te houden met de omstandigheden. En die werden mede door de geallieerden bepaald. De geallieerden hadden allerlei redenen om niet zoveel mogelijk joden te redden het vreemde is dat Rubinstein ze zelf noemt. Op geen van de geallieerde conferenties stond het lot van de joden op de agenda. Berlijn raakte er getuige de dagboeken van Goebbels dan ook van overtuigd dat de geallieerden in het geheim instemden met Hitlers plan. de wereld van het juk der joden te bevrijden. Om het cru te zeggen: de Endlösung was voor de geallieerden ook een oplossing, namelijk de oplossing van het vluchtelingenprobleem.

Nu waren de mogelijkheden om na 1941 nog joden te redden natuurlijk zeer beperkt en ook de joodse organisaties in de Verenigde Staten konden weinig concrete suggesties doen. Maar dat is nog geen bewijs dat er niets kon worden gedaan. Dat schijnt Rubinstein in zijn ijver om mythen op te blazen niet te willen begrijpen. Doordat de gaskamers van Auschwitz niet door de geallieerden zijn gebombardeerd, konden ze niet worden gebombardeerd, luidt ongeveer de strekking van zijn rommelige hoofdstuk over dit onderwerp. Deskundigen verschillen hierover van mening, zijn het daar geenszins over eens, evenmin evenals over de vraag of het veel zou hebben uitgehaald. Maar dat zo'n bombardement voor daders als voor slachtoffers een psychologische en politieke betekenis had kunnen hebben, komt niet in Rubinstein op, terwijl Durlachers Strepen aan de hemel toch in het Engels is vertaald.

Rubinstein negeert de onverschilligheid van de geallieerden. Soms kwam die voort uit het toen wijdverbreide antisemitisme, dat door Rubinstein wordt gebagatelliseerd ondanks de overvloed aan bewijzen van het tegendeel. Zo noemden hoge ambtenaren in Londen en Washington de berichten over de massavernietiging in Oost-Europa 'joodse gruwelpropaganda'.

Het begon er al mee dat die berichten niet werden geloofd, noch de geallieerden noch door de joden zelf. De namen van Polen als Jan Karksi of van Duitsers als Kurt Gerstein, die de aandacht van de wereld vroegen voor de vergassingen in Polen, komen in Rubinsteins boek niet voor.

Wie er ook nauwelijks in voor komen, zijn de hoge ambtenaren van het State Department, die een 'muur van papier' optrokken om zo min mogelijk joodse vluchtelingen op te nemen. Een van hen, Breckenridge Long, schreef midden 1940 hoe de immigratie van joodse vluchtelingen vertraagd en zelfs gestopt kon worden, door bijvoorbeeld de Amerikaanse consuls te adviseren elk mogelijk obstakel tegen immigratie van joden op te werpen. En dat is precies wat er gebeurde.

De Nederlandse consul Jan Zwartendijk en zijn Japanse collega konden in Kaunas (Litouwen) duizenden joden met visums op het nippertje uit de handen van de Duitsers redden. Dat deden zij op eigen initiatief; de meeste van hun collega's bleven handelen volgens de bureaucratische richtlijnen. En hoe fataal de tijdsfactor kon zijn, blijkt uit het voorbeeld van Edith Stein, die in 1941 een visum voor Zwitserland had aangevraagd. Zij kreeg dit pas en waarschijnlijk alleen vanwege haar bekendheid eind augustus 1942, drie weken nadat zij in Auschwitz was vergast.

Ook later in de oorlog hadden joden via Bulgarije en RoemenieÚ naar Palestina kunnen ontsnappen, maar de Britse regering liet zelfs de kleine quota aan immigranten voor Palestina niet toe.

Vaststellen dat de westerse democratieën meer voor de joden hadden kunnen doen, wil geenszins zeggen dat zij verantwoordelijk zijn voor de holocaust. Maar zulke nuances zijn aan mytheverdelgers als Rubinstein niet besteed.

Dick van Galen Last

William D. Rubinstein: The Myth of Rescue Why the democracies could not have saved more Jews from the

Nazis.

Routledge; 267 pagina's; ¿69,30.

ISBN 0.415.12455.7.

Meer over