Commentaar

De Fransen schiepen voor Nederlandse wensdromen

Gedeeld bezit van de twee schilderijen is te verkiezen boven een gevecht met ongewisse uitkomst.

Sander van Walsum
null Beeld anp
Beeld anp

Wat de uitkomst ook mag zijn van het Frans-Nederlands dispuut over de bestemming van de twee door Rembrandt geschilderde huwelijksportretten: ze blijven in Europa en zullen deel gaan uitmaken van het openbaar kunstbezit. Dat is hoe dan ook winst ten opzichte van de huidige situatie (het particulier bezit door Éric de Rothschild) of het toekomstscenario waar veel kunstliefhebbers voor huiverden: de verscheping van de portretten naar een paleis in een olierijk land.

Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum, heeft zich met verve beijverd voor de terugkeer van de Rembrandts naar het land van herkomst. Hij zou geen knip voor de neus waard zijn geweest als hij het niet had geprobeerd. Hij heeft de politiek en het grote publiek rijp gemaakt voor de transactie, waarmee 160 miljoen euro gemoeid zou zijn. In de euforie die hij ontketende, viel de aankoopprijs in het niet bij de kunsthistorische en nationale waarde die de doeken zouden vertegenwoordigen.

null Beeld anp
Beeld anp

In zijn enthousiasme lijkt Pijbes zich te hebben verwijderd van de elegante constructie die minister Bussemaker en haar Franse ambtgenoot Fleur Pellerin in juli aan De Rothschild hebben voorgelegd: de aankoop van één doek door het Louvre en één doek door het Rijksmuseum, zodat ze beurtelings in beide musea te zien zouden zijn. Mogelijk heeft Pijbes dit gedeeld bezit als een gepasseerd station gezien omdat Pellerin aanvankelijk geen warme belangstelling voor de schilderijen aan de dag legde - getuige het feit dat zij er een exportvergunning voor verleende - en omdat De Rothschild liever zaken deed met het Rijksmuseum. Door toedoen van Pellerin ontstond, kortom, ruimte voor misverstanden en Nederlandse wensdromen.

Inmiddels is duidelijk dat het gedeeld bezit van de Rembrandts voor de Fransen van wezenlijk belang is. Voor Nederland is dit, nadat het de Oranjesentimenten de vrije loop heeft gelaten, misschien even slikken. Toch doet het er verstandig aan de Fransen tegemoet te komen. Daarvoor spreekt de logica van een 'co-acquisition' - die strookt met de trend dat musea stukken met elkaar uitwisselen - maar uiteindelijk ook het eigenbelang: als Frankrijk de exportvergunning voor de Rembrandts herroept (de 'nucleaire optie') staat Nederland met lege handen.

Meer over