De fijne kneepjes van een vlotte start

De snelste zwemmer ter wereld vertrekt vaak als laatste van het startblok. Pieter van den Hoogenbands techniek deugt niet. Een specialist uit Amerika helpt de olympische kampioen om nog sneller te worden....

door Marcel van Lieshout

DE SNELSTE zwemmer ter wereld heeft een zeer trage start en zijn keerpunten zijn ook niet al te best. Kostbare tijd verliest Pieter van den Hoogenband op die onderdelen. Het lange lichaam is wat de stroomlijning betreft 'gebouwd' voor zwemmen, zo stelde een Duitse universiteit ooit vast, maar kent ook zijn gebreken.

Werkelijk atletisch of soepel is Van den Hoogenband allerminst, eerder houterig. Nee, geeft de tweevoudig olympisch kampioen zonder dralen toe, vroeger op school behoorde gymnastiek niet tot zijn favoriete bezigheden. Zijn immer sjokkende manier van lopen verraadt het al een beetje.

Juist bij de start en bij het keerpunt komt het gebrek aan natuurlijke souplesse tot uiting. Het is eerder regel dan uitzondering dat Van den Hoogenband als traagste van het startblok vertrekt. De eerste meters van een wedstrijd is hij degene die moet inhalen, daarna mag de concurrentie dat proberen. Meestal tevergeefs.

Toen oud-zwemmer en nu starttrainer Dean Hutchinson een half jaar geleden thuis voor de buis, in Delran nabij Philadelphia naar het olympisch zwemtoernooi keek en Van den Hoogenband van het startblok zag vertrekken schudde hij het hoofd. 'Zelfs mijn vrouw, die helemaal niets van zwemmen weet, zei meteen: ''Die jongen kan niet starten!''

Dean Hutchinson (26) moest het juist van zijn start hebben. Ooit zwom hij 22.60 op de 50 vrij, een zeer verdienstelijke tijd die hij vooral aan zijn razendsnelle vertrek toeschreef. Op de kortste afstand is een vlot vertrek van vitaal belang. Zo ondervond ook Van den Hoogenband toen hij in Sydney op de 50 vrij de Amerikanen Gary Hall junior en Anthony Ervin voorrang moest verlenen.

Hutchinson trainde met Hall en Ervin, gaf hen aanwijzingen hoe ze nog sneller konden vertrekken. De houding van de voeten, de 'boog' van het lichaam, hoe het hoofd te houden, het onmiddellijk uitstrekken na het eerste contact met het water, bij ieder detail valt winst te boeken. 'Voor iedere zwemmer', weet Hutchinson. 'Ik heb heel wat minder atletische jongens dan Pieter een betere start geleerd.'

Vrijdag staat Hutchinson in het Eindhovense zwembad De Tongelreep. Het is zijn derde en voorlopig laatste dag bij de Philips-zwemploeg. Een half jaar geleden becommentarieerde hij nog hoofdschuddend de start van Van den Hoogenband, enkele weken geleden werd hij door Marcel Wouda (manager van de commerciële zwemploeg) benaderd om in Eindhoven training te geven.

'Een hele eer', vindt Hutchinson, die deze dag niet alleen Pieter van den Hoogenband maar ook zijn ploeggenoten Inge de Bruijn en Joris Keizer bijstaat in het vlotter starten. Meer specifiek: in de fijne kneepjes van de track-start. Een van de atletiek geleende manier van starten waarbij de ene voet een eindje schuin achter de andere wordt geplaatst.

De Bruijn, veelal trainend in de Verenigde Staten, had zich die starthouding al eigen gemaakt maar hoe er vervolgens, door het perfectioneren van details, nog meer winst te boeken valt wist zij ook niet. 'Hier heb je echt iets aan', concludeert zij nu.

Tot eenzelfde slotsom komt Jacco Verhaeren, trainer van de Philips-zwemploeg. 'We hebben altijd al het gevoel gehad dat er bij de start veel te verbeteren viel maar er bestaat geen literatuur over en ik heb er te weinig verstand van. Dus huur je daardoor maar iemand in.'

Dat strekt Verhaeren tot eer, vindt Hutchinson. '99 Procent van de zwemcoaches denkt alleen aan baantjes trekken.' Hij weet wel beter. Een goede start scheelt zo drietiende tot een halve seconde. 'Ook je pure reactiesnelheid is trainbaar. On your marks, go! Wij trainden er altijd op om op die g van go weg te gaan.'

Hutchinson heeft niet de bouw van een sprinter, noch oogt hij atletisch. De Amerikaan is klein van stuk en hij neigt naar corpulentie. Om zijn bedoelingen duidelijk te maken liet hij deze week talloze starts op video vastleggen. Ook hoe hijzelf van het startblok in De Tongelreep vertrok.

Pieter van den Hoogenband moest aanvankelijk een beetje lachen om dat dikkige mannetje naast hem op het startblok. Totdat ze getweeën een proefstart maakten. De olympisch kampioen lag onmiddellijk meer dan een meter achter. Zeker weten dat er veel te winnen valt, luidt na deze ervaringen zijn conclusie. Als hij deze starttechniek onder de knie krijgt zit er zo'n 'Bob Beamon-achtig', langdurig onaantastbaar wereldrecord in, vermoedt Van den Hoogenband.

Die, vanaf nu, iedere training met een aantal starts gaat besluiten. Verhaeren: 'Details, daar gaat het toch om? Net zoals een voetballer iedere training even een paar strafschoppen zou moeten nemen.'

Meer over