reportagefietshandhavers

De fietshandhaver kent de nazi-grap intussen wel

Handhavers controleren in het centrum van Amsterdam op verkeerd gestalde fietsen. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Honderden achtergelaten fietsen belanden dagelijks in de grote steden in het fietsdepot. Verkeerd gestalde fietsen en weesfietsen die al weken niet zijn gebruikt. Verzameld door fietshandhavers. Nadeel van hun beroep: ze worden voortdurend uitgekafferd. Waarom zijn Nederlanders zo emotioneel over hun fiets? 

Nazi, NSB’er, mof, Eddy-Peter (28) heeft het hele naoorlogse scheldwoordenboek tijdens zijn werk als fietshandhaver in Amsterdam al voorbij horen komen. ‘Dat iemand terwijl ik een fiets weghaal, zegt: joh, ik dacht dat de Duitsers al weg waren?’

Pijn doen die opmerkingen niet, zegt Eddy-Peter, die als uitzendkracht al vijf maanden verkeerd gestalde of lang niet gebruikte fietsen verwijdert en naar het fietsdepot brengt. De kunst is om het niet persoonlijk op te vatten. Dan gaat het mis. Zoals die keer dat een collega racistisch bejegend werd. ‘Tijdens het weghalen van fietsen werd hij aap en Zwarte Piet genoemd. Toen moest ik hem wel kalmeren.’

Fietshandhavers zijn weinig populair, terwijl er wel steeds meer werk voor hen is. In 18 grote steden, verspreid over Nederland, is het aantal door handhavers verwijderde fietsen sinds 2016 met 29 procent gestegen, blijkt uit een inventarisatie van de Volkskrant. De koploper is Amsterdam, waar handhavers in 2018 een recordaantal van ruim 83 duizend fietsen ophaalden.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

Fotosessie als bewijs

Om de frustraties van inwoners van wie de fiets in beslag wordt genomen te bedaren, werkt de gemeente Amsterdam sinds eind november met een nieuw systeem dat meer transparantie moet bieden. Zo krijgen fietsen nu zowel voor als na het meenemen een uitgebreide fotosessie. Ook de ‘crime scene’ wordt op de foto gezet.

Dat is belangrijk, vertelt Eddy-Peter. ‘Iemand eiste een keer 50 euro voor een kapotgemaakte fietsbel. Een fietsbel? Voor 50 euro?’ Hij lacht. Op de foto’s zag Eddy-Peter dat de fietsbel al voor het meenemen van de fiets kapot was.

Een fietshandhaver verwijdert een Swapfiets bij het Centraal Station in Amsterdam.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Fietshandhaver Michael tilt geroutineerd met zijn ene hand een fiets op en draait met zijn andere hand aan de achterband. Hij zoekt een witte streep, die de handhaver zes weken geleden op de band van de fiets heeft gekrijt. Is de streep weg, dan heeft de band zich over het asfalt bewogen en is ermee gefietst. Na één draai komt de streep tevoorschijn. Michael plakt een rode sticker aan de fiets. De eigenaar heeft nog zeven dagen om de fiets te gebruiken, anders dreigt het depot.

Fiets verkeerd gestald? 

Eddy-Peter en Michael behoren vandaag tot de eerste handhavers die op fietsenjacht zijn. Dagelijks zijn dit er 18, in totaal telt de hoofdstad er 72. De eerste lichting, drie groepen van drie handhavers, werkt van 7 uur tot 12.30 uur. De tweede lichting, ook bestaande uit negen handhavers, werkt van 19 uur tot 23.30 uur.

De werkregels kennen ze stuk voor stuk uit hun hoofd. Staat de fiets binnen een rek, dan wordt de fiets na zeven weken weggehaald. Staat de fiets verkeerd gestald, een uur. Staat de fiets op een gevaarlijke plek, zoals voor het zebrapad, dan gaat de fiets meteen mee.

Het is allemaal voor de eigen bestwil van de Amsterdammers, zegt Eddy-Peter. ‘Anders zou het een bende zijn.’ Hij wijst vanuit de auto naar het Damrak, de toeristische winkelstraat die de binnenstad met het Centraal Station verbindt. Geen fietsen te bekennen, die moeten eigenaren sinds de opening van de nieuwe fietsenstalling aan het Damrak in de zomer van 2018 ondergronds parkeren. ‘Als ik dit zie voel ik me wel trots.’

‘Waarom doen jullie dit?’

Niet iedereen ziet de noodzaak. Zelfs op deze vroege ochtend, waarin de snijdende kou de buitenlucht geen aangename plek maakt, roepen voorbijgangers de handhavers ter verantwoording.

Op de Kleine Houtstraat, ten westen van het centrum, draalt een vrouw met een grote, paarse muts en muziekoortjes in, richting de stickerplakkende handhavers. Ze verheft haar stem: ‘Waarom doen jullie dat nou?’ Een collega van Eddy-Peter haalt meteen zijn handen van de fiets en scharrelt naar haar toe.

‘Omdat de fietsen te lang niet gebruikt zijn’, zegt de fietshandhaver.

De vrouw kijkt argwanend.‘Maar hoe zien jullie dat dan?’

‘Door de banden te controleren.’

De vrouw knikt en druipt af.

‘Dat valt nog mee’, verzucht Eddy-Peter.

Op Centraal Station zijn de handhavers juist een bezienswaardigheid voor de net arriverende toeristen. Met een camera in de aanslag zakt een jonge man door zijn knieën. Hij onderzoekt alle mogelijke hoeken en kiest uiteindelijk voor een frame waar én de fietshandhavers én de meters lange slinger fietsen opstaan.

Eddy-Peter kijkt toe, waarschuwt collega’s voor de slijptol – ‘je bent zo een vinger kwijt’ - en haalt af en toe zijn handen uit zijn zakken om een fiets op een van zijn schouders naar de wagen van gemeente Amsterdam te brengen. Eindbestemming: het fietsdepot.

Het fietsdepot

Daar, op het weinig vrolijk stemmende terrein langs de A5, blijven de fietsen staan. Rijen dik, dicht tegen elkaar aangedrukt, ingedeeld op alfabetische volgorde, wachtend tot hun rechtmatige eigenaren de barre tocht naar het fietsdepot maken om hen thuis te brengen.

‘Banden leeg?’, op het depot is net een nieuwe lading fietsen binnengekomen. ‘Ja, banden leeg.’ In een grote loods lopen twee mannen, die daar via een leerwerktraject voor mensen met een beperking werkzaam zijn, de fietsen aandachtig na. Zij registreren en repareren waar nodig de duizenden fietsen die maandelijks binnenkomen. Voor 35 euro bezorgen zij de ontheemde fiets hoogstpersoonlijk thuis.

Te zwaar voor de bruggen

Terug naar de binnenstad van Amsterdam, waar het voor de McDonald’s aan de Leidsestraat tijd is voor pauze. De wagen van de handhavers is leeg, op een blauwe vuilniszak vol slotjes na. Eens per week trekken de handhavers erop uit om deze liefdesverklaringen van de Amsterdamse bruggen te verwijderen - die de zware, ijzeren hartjes niet aankunnen.

Deze uitingen van affectie zijn voor de handhavers niet zo’n groot probleem. Een andere trend is veel lastiger. De toename van elektrische fietsen en bakfietsen belasten de soms al zwakke ruggen van de handhavers steeds meer. ‘Ze nemen ook veel ruimte in. Vier bakfietsen en onze wagen zit vol.’ Eddy-Peter slaakt voor de zoveelste keer vandaag een zucht.

Het fietsendepot in het westen van Amsterdam.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Maar, benadrukt hij, ‘het werk is vaak echt leuk’. Zoals die ene keer, toen een Duitser 20 euro onder een raampje stopte omdat de handhavers hem zijn fiets, die eigenlijk mee moest naar het depot, teruggaven. Geld dat de handhavers niet mogen aannemen, maar omdat de vakantieganger met de noorderzon vertrokken was zei de leidinggevende: ‘Haal er maar taart van’. Of die keer dat het team een huilende vrouw en haar jonge kindje genade toonden en haar fiets weer uit te wagen sjouwden. Want, als er een huilende vrouw voor je staat, ‘dan sta je toch effe met emoties’.

Ja, ze zijn wel wat gewend, die fietshandhavers. Op het Haarlemmerplein scheurt een man – grijze baard, groene jas – op een bakfiets via de stoep voorbij. Hij kijkt om en schreeuwt: ‘Ohja hoor, moeten de fietsen weer weggehaald worden?’ In de verte dooft zijn geroep uit. De ene handhaver lacht, de andere haalt zijn schouders op. Aan de overkant van de straat zaagt een slijptol weer een ander kettingslot door.

Fiets terug: 20 euro

In de 18 Nederlandse steden wordt eenderde van de fietsen door de eigenaar weer opgehaald bij het fietsdepot. Zij krijgen hun fiets niet zomaar terug. Gemiddeld kost dit 19,50 euro, in Amsterdam 22,50 euro. Fietsen die achterblijven, krijgen bijna altijd een tweede leven. Ze worden geveild, gaan naar de kringloopwinkel of een sociale werkplaats.

Meer over