De fietsende zonnekoning

Donderdag gaan de Londenaren naar de stembus om een burgemeester te kiezen. En al zouden ze niets voelen voor Boris revisited, door de 'Boris Bike' worden ze dagelijks aan Engelands interessantste politicus herinnerd.

Wat is er in Londen onder vier jaar Boris veranderd? Wie deze vraag aan Londenaren voorlegt, zal na een korte denkpauze in de meeste gevallen het antwoord 'de Boris Bike' krijgen. De blauwe leenfiets verrijkt sinds twee jaar het Londense straatbeeld. Met name bankiers, studenten, toeristen en fashionista's peddelen naast de rode bussen en zwarte taxi's. Voor een florerende fietscultuur hebben de achtduizend leenfietsen niet gezorgd. Sterker: ervaren Londense fietsers, die zichzelf lijken te beschouwen als olympische tijdrijders, klagen over de Boris Bikers. Liever hadden ze het geld zien gaan naar fietspaden.

Een functionalistische analyse, maar die gaat voorbij aan het idee achter de Boris Bike. Na ruim een jaar in het stadhuis, alwaar hij een soort demissionair beleid voert, besefte Johnson iets leuks nodig te hebben dat zijn liefde voor vrijheid en individualisme symboliseerde. De leenfiets voldeed aan deze voorwaarden en allitereerde ook nog eens prachtig. Dat de Boris Bike nog steeds kampt met logistieke problemen, is een detail waarvan de bedenker niet wakker ligt. Waar het om gaat, bracht journaliste Sarah Sands onder woorden: 'Ze zijn grappig. Iedere keer als je er eentje voorbij ziet komen, zie je een stukje Boris.'

Niet iedereen is er blij mee dagelijks te worden geconfronteerd met de blonde politicus, journalist en televisiepersoonlijkheid. Be afraid, be very afraid, waarschuwde The Guardian vier jaar geleden op de dag van de verkiezingen. De Londenaren negeerden de waarschuwing en verkozen de Conservatief boven de socialist Ken Livingstone. Critici vroegen zich af hoe Johnson een metropool ging besturen als hij niet eens voor zichzelf kon zorgen, doelend op het huishouden van Jan Steen bij de Johnsons, zijn buitenechtelijke affaires en ongekamde haren. De enige leidinggevende ervaring op zijn cv was zijn hoofdredacteurschap van The Spectator, 's werelds oudste weekblad dat onder zijn succesvolle regime het midden was gaan houden tussen een bordeel, een kraakpand en een 18de-eeuws koffiehuis.

Multicultureel

Anders dan zijn voorganger is Alexander Boris de Pfeffel Johnson geen geboren Londenaar. Hij kwam bijna 48 jaar geleden ter wereld in New York, waar zijn vader Stanley bij de Wereldbank werkte. Aan zijn vaders kant stamt hij af van de Turkse journalist en minister van Binnenlandse Zaken Ali Kemal, die in 1922 door de aanhangers van Atatürk werd gelyncht, waarna zijn weduwe vluchtte. Tevens is hij, via de overspelige prins Paul von Württemberg, een nazaat van koning George II. Door deze koninklijke band is hij een ver achterneefje van David Cameron. Ook stroomt er Frans en Russisch bloed door zijn aderen. Zijn vrouw is de Brits-Indiase advocate Marina Wheeler. Op de een of andere manier is Johnson net zo multicultureel als de Britse hoofdstad.

Zijn klassebewuste critici zien dat anders. Voor hen is Johnson een typische kostschooljongen die zich op Oxford ook nog eens had aangesloten bij de Bullingdon Club, een beruchte drank- en dinerclub, waar hij voor het eerst David Cameron ontmoette. Bij eurofiele Britten kan Johnson geen goed meer doen, sinds zijn dagen als correspondent van The Daily Telegraph in Brussel, waar de classicus zich met sardonisch plezier ontwikkelde tot de grondlegger van de eurosceptische school van de rechtebanaanjournalisitiek.

Na zijn terugkeer in Londen verloor hij zijn achternaam door memorabele optredens bij Have I got news for you. Zijn faam als nationale troetelbeer kwam hem van pas bij zijn politieke avontuur, waarmee hij zijn journalistieke werk ging combineren. In een column had hij zijn anarchoconservatisme eens samengevat als 'pro-vrije markt, tolerant, grotendeels libertair (maar misschien niet ultralibertair), geneigd het belang van traditie in te zien, tegen regelgeving, pro-immigratie, pro-zelfstandigheid, pro-alcohol, pro-vossenjacht, pro-auto en bereid te sterven voor het recht van Glenn Hoddle om te geloven in reïncarnatie'. In 2005 veroverde hij een veilig kiesdistrict, Henley-on-Thames, waar hij vooral de harten van de dames wist te veroveren. But madam, why?, vroeg hij een vrouwelijke kiezer die beloofde op hem te stemmen.

Als fractiewoordvoerder Media & Cultuur beloofde hij Amerikaanse spellingcontroles te verbieden, de Grieken perfecte kopieën van de Elgin Marbles te geven en betere radiofrequenties, zodat ook plattelandsbewoners van de Stones konden genieten. Hij raakte zijn woordvoerderschap kwijt na een seksschandaal.

Achter zijn Pietje Bel-façade stoorde het hem dat de jongere, minder getalenteerde Cameron zo ver op hem voor lag. Hij besloot te mikken op het burgemeesterschap van Londen. Gevraagd naar de 'uitdagingen' die hij in zijn leven was tegengekomen, vulde hij op het aanmeldingsformulier onder meer in: 'Fietsen over Hyde Park Corner. Resultaat: Overleefd.'

Vier jaar later blijkt het met de voorspelde wanorde te zijn meegevallen, temeer omdat hij serieuzer was dan ooit tevoren. 'Boring Boris' heeft weinig beloofd, maar de beloften die hij heeft gedaan, is hij nagekomen - zoals het verwijderen van de fietsvijandige harmonicabussen en de introductie van de blauwe leenfiets. Ook heeft hij de gratis gemeentekrant The Londoner opgeheven, de minimumlonen van de gemeenteambenaren verhoogd en de veertig stadhuisabonnementen op het communistische dagblad Morning Star stopgezet. Anders dan zijn voorganger, die de Oyster card en de tolheffing invoerde, is de conservatieve Johnson geen man van ambitieuze projecten.

Podiumdier

Het grootste project is Johnson zelf. Liever dan te onderhandelen met de marxistische leiders van de vervoersbond of te vergaderen met zijn ambtenaren, zit hij onder de schijnwerpers op een podium, zoals een half jaar geleden in Bloomsbury, de literaire wijk van Londen. Enkele honderden Londenaren hadden zich daar in een collegezaal verzameld om te luisteren naar de burgemeester die sprak over zijn nieuwe essaybundel: Johnson's life of London: the people who made the city that made the world.

Johnson vermaakte de aanwezigen met de bewering dat de Keltische koningin Boadicea de Romeinen ertoe had aangespoord om te investeren in de Londense infrastructuur, met verhalen over zijn held (en verre voorganger) Dick Whittington die zowel de Slag bij Agincourt als begijnenhuisjes uit eigen zak financierde en met een relaas over zijn ontmoeting met Keith Richards, aan wie hij de originele stelling had voorgelegd dat de Rolling Stones cruciaal zijn in de popgeschiedenis omdat zij de blues aan de Amerikanen hebben teruggegeven.

Hij sprak met geen woord over aardse zaken als misdaadcijfers, de onderwijsapartheid of de transportproblemen. De naam 'Livingstone' viel geen enkele keer, terwijl zijn rivaal een maand eerder in een toespraak dertig keer de naam Boris had laten vallen. Deze avond ging over Johnsons helden en indirect over hemzelf. Op de omslag van de essaybundel zit Boris dan ook aan het stuur van een lange tandem, met achter hem de personages uit dit veredelde verkiezingsmanifest, van Dick Whittington met zijn kat tot Winston Churchill met zijn sigaar.

Dat hij wegkomt met het goudhaantjesgedrag, heeft te maken met zijn charme en met zijn talent om mensen aan het lachen te maken. In zijn columns weet hij lezers aan zich te binden door ze aan te spreken met 'my friends'. Zijn combinatie van ironisch en archaïsch taalgebruik doet denken aan volksschrijver Gerard Reve, zeker wanneer dat gepaard gaat met verhandelingen over de vraag of de pausmobiel tol moet betalen. Ook verstaat hij de kunst vijanden op een voorkomende manier aan te vallen. Zo liet hij weinig heel van 'my friend' Keith Vaz, de Labourparlementariër die tot verbijstering van de fietsende Johnson in een geblindeerde limousine door de stad werd gereden.

De fiets is voor hem niet alleen een snel transportmiddel en een mobiel kantoor, maar ook een manier om zijn zuinigheid te uiten. Ten tijde van het onkostenschandaal in het Britse parlement wees hij erop dat zijn lage onkosten te maken hadden met zijn transportmiddel en alleen een 'krankzinnige, een gemenerik of een Liberaal-democraat' declareert fietskosten.

Toen vervolgens bleek dat hij torenhoge taxikosten had gemaakt, schoot de vakbond onbedoeld te hulp door een metrostaking uit te roepen. Met zijn fiets kwam Johnson symbool te staan voor de vastberadenheid van de Londenaren om zich niet te laten duperen door de stakers. De taxirekening was meteen vergeten.

Het hoogtepunt van 'Boris, de eenzame fietser' was toen hij filmmaakster Franny Armstrong bijsprong nadat ze werd lastiggevallen door gewelddadige tienermeisjes. 'Go away, you oiks!' klonk het uit de mond van Armstrongs 'ridder op een glimmende fiets'.

De fiets sluit aan bij zijn levensmotto. Toen uw correspondent Johnson zeven jaar geleden aan het einde van een interview vroeg naar zijn devies, neuriede hij: 'I get knocked down, but I get up again'. De tekst van de hiphoppers van Chumbawamba is van toepassing op zijn eerste ambtstermijn als mascotte van de metropool. Tot de hoogtepunten behoren zijn gastoptreden bij Eastenders, zijn jaarlijkse rol als matinee-idool tijdens partijcongressen (al dan niet ingeleid met de openingsdeun van de soap) en het moment waarop hij, al fietsend, 'zijn' Routemaster zag rijden, de retrodubbeldekker met open in- en uitstapbalkon. Naast de Boris Bike is de veredelde campagnebus het andere zichtbare resultaat van de eerste ambtstermijn.

Zomerrellen

Slechtere tijden beleefde hij toen enkele van zijn topadviseurs vertrokken en bekend werd dat hij mogelijk een buitenechtelijk kind heeft. Dieptepunt waren de Londense rellen. Johnson zat net met zijn gezin in de Canadese binnenlanden en kon of wilde niet direct terugkomen. Eenmaal terug in de halfverwoeste stad werd hij geconfronteerd met woedende Londenaren.

Het was een van de weinige keren dat de charme van de Madcap Major niet werkte, alhoewel hij zich goed wist te herstellen door een bezem op te pakken. Dat moment vatte het verschil tussen hem en Livingstone perfect samen. Laatstgenoemde had meer empathie getoond, maar het zou nooit in hem zijn opgekomen om, als een cavalerist voor een veldslag, met een bezem te gaan zwaaien.

Het imago van burgemeester voor goede tijden kan hem de verkiezingen kosten. Een verlies zou naast een krenking van zijn ego ook een strategische tegenslag betekenen. Hoewel hij zegt meer kans te hebben 'Elvis Presley aan te treffen op Mars of als een olijf te reïncarneren dan ooit premier te worden', zou hij wel degelijk zijn zinnen hebben gezet op Downing Street, volgens critici de enige straat in Londen waar hij echt om geeft. Net als Cameron houdt hij van fietsen, maar voor de rest verschillen ze als dag en nacht. Zo hoort Cameron bij het establishment, terwijl Johnson, die niets moet hebben van herenclubs en kroegen, een fietsende Don Quichot is.

En een straatvechter. Op Downing Street 10 was ooit zelfs een worsteling tussen de twee rivalen ontstaan, nadat Johnson had geprobeerd Cameron geheime documenten te ontfutselen. Net als veel collega-politici en kiezers beschouwt Cameron 'Bumbling Boris' als een soort fietsende clown op Piccadilly Circus.

Op die literaire novemberavond in Bloomsbury zei Johnson dat ook Churchill lange tijd als een pias werd beschouwd. Het was een veelzeggende opmerking, gemaakt met een mysterieuze glimlach.

undefined

Meer over