De eurokater van 1992

De Europese markt werd bejubeld in de aanloop naar '1992'. Hogere groei, dalende prijzen: feest. Vijf jaar later heeft eurocommissaris Mario Monti een kater....

Unilever kan zijn blikjes Lipton Ice Tea niet kwijt in Denemarken. De Denen verbieden de verkoop van frisdrank en bier uit blik ter bescherming van het milieu. De Europese verpakkingsrichtlijn van enkele jaren geleden had een einde moeten maken aan dergelijke eenzijdige handelsmaatregelen. Denemarken heeft daar geen boodschap aan en laat nog steeds alleen flessen met statiegeld toe.

Ook Duitsland is streng. Het land hanteert een zeer scherpe quota-regeling voor retourflessen. Slechts een heel klein gedeelte van de dranken mag worden verkocht in wegwerpverpakking.

Nog zoiets: de etikettering van genetisch gemodificeerde producten. De Europese Commissie wil dat de consument weet wat hij eet. Als een product genetisch gemodificeerde soja bevat, moet dat op de verpakking zijn aangegeven. Dat geldt niet alleen voor sojaproducten als tofu en tempé, maar ook voor worsten, droge soepen en deegwaren die soja bevatten.

Maar de regels die Brussel heeft opgesteld zijn zo vaag en onduidelijk, dat ze voor meerdere interpretaties vatbaar zijn. In feite mogen de lidstaten zelf oordelen of grondstoffen gemanipuleerd zijn of niet. Ben de Vet van Unilever Nederland ziet al aankomen dat een fabrikant in het ene land wel precies vermeldt wat er in het product zit, en zijn concurrent in een ander land dus niet.

'Deze vaagheid vraagt om problemen. Europa heeft behoefte aan een eensluidende interpretatie van de regels. Anders blijven er grote verschillen bestaan tussen de lidstaten en is er geen sprake van een interne markt', aldus De Vet.

De interne markt, in de aanloop naar '1992' bezongen en bejubeld, functioneert verre van optimaal. Bedrijven ondervinden nog steeds legio problemen om hun producten en diensten vrij af te zetten in andere landen. Daar zijn diverse redenen voor.

De wetgeving is nog lang niet af. Weliswaar zijn de meeste van de 279 maatregelen die Jacques Delors in zijn witboek over de interne markt heeft opgesomd, inmiddels genomen. Maar verschillende EU-richtlijnen zijn nog steeds niet in nationale wetgeving omgezet.

De vertragingstactieken zijn Mario Monti, de Italiaanse eurocommissaris die gaat over de interne markt, een doorn in het oog. Vooral Duitsland, Oostenrijk en Italië stribbelen tegen, bewijst de zwarte lijst die Monti regelmatig publiceert. Nederland en Denemarken zijn de beste leerlingen van de klas.

Het tweede probleem is dat lidstaten de EU-wetgeving verschillend interpreteren. Daardoor blijven nog steeds verschillende normen en procedures bestaan die een vrij goederen- en dienstenverkeer belemmeren.

Menige richtlijn blinkt dan ook uit door zijn onduidelijkheid en ingewikkeldheid. Zo moeten grote overheidsaanbestedingen worden opengesteld voor iedereen, dus ook voor buitenlandse bedrijven. In de praktijk worden buitenlandse concurrenten maar al te vaak gediscrimineerd of onwetend gehouden.

'De EU heeft wel regels opgesteld voor overheidsbestedingen, maar ze werken niet', zegt Manon van 't Wout van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Voor een deel is dat te wijten aan onwil bij bepaalde overheden, die de orders liever gunnen aan nationale bedrijven. Maar volgens Van 't Wout heerst er ook onbekendheid met de ingewikkelde regels van Brussel. Door schade en schande wijs geworden werkt de Europese Commissie nu aan vereenvoudiging van de regels.

Diverse handelsterreinen zijn nog helemaal niet geliberaliseerd. Voor de telecommunicatie is het 1 januari 1998 D-day. Maar een vrije elektriciteits- en gasmarkt laat nog op zich wachten.

Gemiddeld elke twee maanden vergadert de Europese ministerraad - dit halfjaar onder leiding van staatssecretaris Patijn - om de barrières op de interne markt beetje bij beetje op te ruimen.

De besluitvorming gaat soms tot in de kleinste details. Maar gemeenschappelijke normen zijn onontbeerlijk om te voorkomen dat lidstaten de technische specificatie en veiligheid van producten aanvoeren om hun markt te beschermen. Harmonisering van voorschriften wordt gezien als het wondermiddel tegen handelsprotectionisme. Maar menige EU-norm wekt vooral verontwaardiging over de vermeende 'Brusselse regelzucht'.

De aanloop naar de interne markt, die in 1993 van start ging, kende een hausse aan wetgeving. De laatste tijd is subsidiariteit het toverwoord. Niet alles hoeft per se op Europees niveau te worden vastgelegd. Wat de lidstaten zelf kunnen doen, moeten ze zelf doen.

Bovendien stoelt de interne markt op het principe van de 'wederzijdse erkenning' van producten waarvoor geen EU-regels gelden. Dat sleutelbegrip is ontleend aan een arrest van het Europees Hof van Justitie over Cassis de Dijon.

Duitsland verbood deze Franse likeur wegens een te laag alcoholgehalte. De EU-rechter verklaarde de Duitse wet echter nietig. Elk product dat in de ene lidstaat wordt gemaakt en erkend, mag in een andere lidstaat niet worden verboden. Het Duitse Reinheitsgebot voor bier, eveneens nietig verklaard, is een ander bekend voorbeeld.

Maar ook het principe van de wederzijdse erkenning wordt niet overal even strikt toegepast. Regels zijn regels, maar handel is handel.

Overtreding van de EU-wetgeving heeft al tot een golf van klachten geleid. Handelsconflicten worden tot aan het Europese Hof van Justitie uitgevochten. Vaak nopen handelsbelemmeringen in de praktijk tot nieuwe EU-regelgeving. 'De interne markt is eigenlijk nooit af', meent een diplomaat in Brussel.

Volgens EU-commissaris Monti heeft de gemeenschappelijke markt al veel voordelen opleverd, ook al blijven er hardnekkige handelsbelemmeringen bestaan. Hij berekende vorig jaar dat alleen al door het wegvallen van de binnengrenzen negenhonderdduizend banen extra zijn gecreëerd. Het gezamenlijke inkomen in de EU kwam in 1994 bijna 1,5 procent hoger uit dank zij de interne markt, terwijl de inflatie juist 1,5 procent werd gedrukt.

Zulke berekeningen dienen altijd met een korreltje zout te worden genomen. En zelfs mét zout voldoen ze bij lange na niet aan de verwachtingen. Want in de aanloop naar 1992 werden gouden bergen beloofd. Volgens het beruchte Cecchini-rapport uit 1988 zou de interne markt leiden tot een groei van het Bruto Europees Product met 5 procent, terwijl de consumptieprijzen met 6 procent zouden dalen.

Monti erkent de tegenvaller. Hij geeft vooral de protectionistische lidstaten de schuld. Daarom heeft Monti een actieplan ontwikkeld dat voorziet in effectievere regels en striktere toepassing hiervan. Er moet ook strenger worden opgetreden tegen marktverstoringen, waaronder staatssteun.

Tijdens de top van Amsterdam zal Monti het actieplan aan de Europese regeringsleiders ter goedkeuring voorleggen. Daarmee moet het plan meer gewicht krijgen. Maar een aantal lidstaten, waaronder Duitsland, heeft al laten doorschemeren dat de Europese Commissie niet te hard van stapel moet lopen.

De euforie over 1992 is voorbij. Langzamerhand dringt het besef door dat de interne markt niet heilig is en zeker niet onfeilbaar. Het knuffelbeest van Delors moet nog behoorlijk worden opgelapt.

In maart opende het ministerie van Economische Zaken een speciaal loket voor klachten over de interne markt. De meeste van de 22 klachten die sindsdien binnenkwamen, werden afgewezen - bedrijven klagen graag en snel over misgelopen orders. Slechts zeven gevallen betroffen echt een inbreuk op de Europese regelgeving.

Meer over