DE ERFENIS VAN STALIN

Wat is er waar van het verhaal dat steeds meer Russische joden vanuit Israël naar de Joodse Autonome Regio Birobidzjan, gesticht door Josef Stalin, zouden trekken?...

Door Corine de Vries

Birobidzjan is geen gewoon Russisch stadje. Bij de stadsgrens staat een reusachtige witte zuil met twee lange armen waarop in twee talen de plaatsnaam staat vermeld - links in het Russisch, rechts in het Jiddisch. In Birobidzjan is de belangrijkste straat niet vernoemd naar Lenin, maar naar de schrijver Sjolom Alejchem. Veel winkels hebben Jiddische opschriften en een zevenarmige kandelaar siert de fontein op het plein voor het treinstation.

'Birobidzjan lijkt klein en saai, maar de geschiedenis maakt het groot. Wat dat betreft is de stad te vergelijken met Jeruzalem', zegt de 32-jarige filosofe Jelena Belajeva, een niet-joodse lerares Jiddisch en Hebreeuws in Birobidzjan.

Het jodendom zou een bloeiende renaissance beleven in het onherbergzame en afgelegen Verre Oosten van Rusland, diep in Siberië. Steeds meer Russische joden zouden Israël de rug toekeren en teruggaan naar de Joodse Autonome Regio Birobidzjan - gecreëerd in 1934 door de Sovjet-dictator Josef Stalin. Reportages van deze strekking duiken sporadisch maar hardnekkig op in de media.

De joden in Birobidzjan zijn het er niet over eens, zo blijkt tijdens een bezoek aan het slaperige stadje. Rabbijn Mordechai Scheiner ziet een duidelijke joodse opleving. De 33-jarige orthodoxe jood Scheiner is geboren en opgeleid in Israël. Drie jaar geleden kwam hij met zijn gezin naar Birobidzjan, op verzoek van de plaatselijke joodse gemeenschap die behoefte had aan een religieus leider. In september vorig jaar opende Scheiner er een gloednieuwe synagoge. 'Er is grote honger naar kennis over het judaïsme. In tegenstelling tot wat ze mij in Israël voorspelden, voel ik in veel mensen een diep religieus bewustzijn. Daarnaast vertrekken weinig inwoners nog naar Israël. Velen keren zelfs hier terug.'

'Onzin', meent reb Dov Kofman (56), al negentien jaar geestelijk leider van Beit Tchoova, een kleinere joodse stroming in Birobidzjan die bijeenkomt in de oude synagoge iets buiten het centrum. Dit sprookjesachtige, lichtblauwe houten gebouwtje met een negenarmige kandelaar op het dak ligt verscholen achter een rij vervallen flatgebouwen. 'Ik geloof niet in de wederopstanding van het jodendom hier. Deze grond deugt niet, religie gedijt hier niet. Joden hebben het hier slecht. Onze toekomst ligt in Israël. Er zijn hier nog maar weinig joden over. Als de laatste jood uit Birobidzjan naar Israël is vertrokken, dan ga ik ook.'

De Joodse Autonome Regio Birobidzjan is een van Stalins merkwaardigste erfenissen. Om te voorkomen dat de joodse intelligentsia naar Palestina zou emigreren, besloot Stalin in 1928 een joodse regio te creëren. Die moest 'nationalistisch worden in vorm, en socialistisch in inhoud'. In 1934 stichtte hij Birobidzjan in een moerassig gebied op 8000 kilometer van Moskou, vlakbij de Chinese grens. Zo sloeg de dictator twee vliegen in een klap. Vanaf 1934 kon hij tienduizenden joden uit Wit-Rusland en Oekraïne naar Birobidzjan deporteren. En hij creëerde een bufferzone tegen de onbetrouwbare Chinese zuiderburen. Terwijl de eerste joodse families het land bewerkten - ' s zomers de muggen en ' s winters de extreme koude trotserend -floreerde in de beginjaren de joodse cultuur. Het Jiddisch werd de officiële tweede taal. De joodse gemeenschap groeide in korte tijd naar 40 duizend.

In de jaren veertig kreeg Stalin genoeg van zijn experiment en bereikte zijn terreur ook Birobidzjan. Jiddische scholen, synagogen, bibliotheken, theaters en media werden gesloten of vernietigd. De politieke en culturele elite verdween in de kampen of werd doodgeschoten. Pas in 1977 keerde met de heropening van het Jiddisch theater de eigen taal weer aarzelend terug in het openbare leven. Begin jaren tachtig mocht de taal weer worden gedoceerd. En eind jaren tachtig besloten de autoriteiten de joodse feestdagen te vieren in het Cultuurpaleis en openden zij een joodse zondagsschool.

Deze periode van voorzichtige opleving ging echter gepaard met een grote uittocht naar Israël. In de jaren tachtig en negentig emigreerden elfduizend inwoners met veel of een beetje joods bloed naar Israël. 'Aanvankelijk kostte het Israël moeite om onze mensen te overtuigen, terwijl andere regio's leegliepen', zegt Lev Toitman, hoofd van de joodse gemeenschap in Birobidzjan. 'Maar de Israëliërs waren heel sluw. Ze nodigden onze kinderen uit op hun instituten, waardoor de ouders wel moesten volgen. Tegenwoordig proberen ze dat nog steeds, maar er gaat bijna niemand meer.'

De 80-jarige Toitman, een dominante man die trots vertelt over zijn heldendaden als sluipschutter in het Rode Leger, is de stuwende kracht achter de joodse opleving in Birobidzjan. Met financiële steun van het ministerie van Cultuur, de joodse federatie in Rusland en buitenlandse organisaties opende hij in 2000 een cultureel centrum en liet hij een synagoge bouwen.

Het cultureel centrum organiseert onderwijs in Jiddisch en Hebreeuws, heeft een bibliotheek, een eigen krant en organiseert vermaak met een joods sausje. 'Ons cultureel niveau is hoog', doceert Toitman. 'We doen aan kunst, dans, sport en zang en er zijn clubs voor alle leeftijden. Leden hoeven niet joods te zijn, we vragen niet eens naar hun achtergrond. Als ze maar interesse hebben voor de joodse cultuur. Dat is een van de redenen waarom we in Birobidzjan geen antisemitisme hebben.'

Van Toitman zouden de joodse wetten best iets ruimer mogen worden geïnterpreteerd. 'Ik vind het onzin dat een joodse man geen joodse kinderen krijgt als hij met een Russische trouwt. En als onze vrouwen zo essentieel zijn voor de voortzetting van het jodendom, waarom mogen ze dan alleen op de zuilengalerij boven in de synagoge komen? Ik verschil daarover van mening met de rabbijn. Als het aan mij ligt, mogen vrouwen en niet-joden ook best aan alle rituelen deelnemen.'

Tijdens een uitstapje van de joodse zondagsschool blijkt dat Toitmans ruime interpretatie van het jodendom navolging heeft. Onder begeleiding van hun leraressen lopen 24 kinderen netjes in de rij naar een meertje toe, waar ze een vuurtje maken, spelletjes doen en picknicken. Omdat het de laatste schooldag is, krijgen ze vandaag geen les.

Lerares Lena Sarasjevskaja heeft een plastic tas vol worstjes meegenomen die de kinderen straks boven het vuur mogen roosteren. 'Nee hoor, natuurlijk is het geen varkensvlees', zegt ze stellig. Om dat te bewijzen, laat ze de verpakking zien. Daarop staan vrolijke varkentjes getekend, het belangrijkste ingrediënt van de worstjes. 'O jee, wat stom', mompelt Sarasjevskaja blozend. 'Nou ja, niets aan te doen. Gelukkig is de rabbijn heel geduldig met ons.'

De 27-jarige Sarasjevskaja is lerares Jiddisch. Daarnaast schrijft ze in de krant Birobidzjan Stern twee keer per week een pagina vol over 'Het joodse leven'. Toch heeft ze zelf geen druppel joods bloed. 'Op onze talenfaculteit was niet veel keus. Naast Engels kon je kiezen uit Frans of Jiddisch als tweede taal. Ze zeggen dat Jiddisch een dode taal is, maar voor mij is het levender dan Frans. Ik woon in een joodse autonome regio, mijn man is joods, dus deze keus leek me logischer. Wat moet ik hier met Frans?'

Etniciteit is in Birobidzjan nooit belangrijk geweest, zegt Albina Sergejeva, de joodse directrice van de zondagsschool. 'Veel Russen die hier geboren zijn, kennen de joodse tradities, vieren joodse feesten en eten joodse gerechten. Vanwege alle gemengde huwelijken zijn maar heel weinig gezinnen 100 procent Russisch of joods.'

Joden hebben het in Birobidzjan altijd goed gehad, vervolgt Sergejeva. 'Tussen 1996 en 1998 verhuisden er weliswaar velen naar Israël, maar dat deden ze omdat het leven in Rusland zo zwaar is geworden. Salarissen zijn laag en we krijgen niet langer bonussen, omdat we in het onherbergzame Verre Oosten wonen. ' s Winters vriest het 35 graden, maar een bontjas is nu onbetaalbaar. De Birobidzjanen leven in Israël duidelijk beter dan hier, maar velen hebben heimwee.'

Er wonen zo'n 4500 joden in de regio Birobidzjan, een fractie van het totale aantal inwonersaantal van 200 duizend. De afgelopen vijf jaar zijn driehonderd Russische joden uit Israël teruggekeerd. Hun motivatie voor de terugkeer is niet eenduidig, zo blijkt.

Het echtpaar Tsilia en Israel Promoesjkin (beiden 66) woonde vijf jaar in Israël en keerde vorig jaar terug. 'We hoopten dat onze twee zoons daar een beter leven zouden hebben. Voor de een is dat ook zo, die heeft een bloeiend internetbedrijf. Maar onze jongste zoon trok het niet. In Israël moet je veertien tot zestien uur per dag werken.' Toen deze zoon - 'een moeilijke jongen met een slechte vrouw en een drankprobleem' - besloot terug te keren, gingen zijn ouders mee .

Tsilia en Israel zijn niet gelovig. 'We deden mee aan hun feestdagen, ik zette kaarsjes voor mijn raam en zo. Maar het zegt me allemaal niks', zegt Tsilia. 'Ik had best willen blijven, we hadden het niet slecht. Maar veel van mijn Russische vriendinnen daar zijn jaloers op me. Ze zijn de hitte zat, missen hun datsja, het plukken van paddestoelen en gaan nergens heen, omdat ze bang zijn voor aanslagen.'

De 37-jarige Rima Lavotsjkina verhuisde in 1992 om ideologische redenen naar het beloofde land. Vijf jaar geleden keerde ze terug naar Birobidzjan. 'Idealisme in Israël is een illusie. Materieel had ik het er beter dan hier, maar ik was niet gelukkig. Ik miste de taal en het spirituele van Rusland. Ik ben filologe en schrijfster. Ik spreek Hebreeuws, maar dichten kan ik alleen in het Russisch.'

Lavotsjkina gelooft niet in een joodse renaissance in Birobidzjan. 'De meesten hier denken dat het jodendom een gezelligheidsclub is. De vereniging van Toitman speelt daarop in. Toitman is de belichaming van het souvernir-jodendom. De autoriteiten in Birobidzjan krijgen meer geld uit Moskou vanwege de speciale status. Ook komt ook er veel steun binnen uit het buitenland. Het is puur zakelijk, met religie heeft het niks te maken.'

De komst van rabbijn Mordechai heeft wel wat verandering gebracht, voegt Lavotsjkina daaraan toe. 'Maar hij is te tolerant, te zacht. En hij moet het allemaal alleen doen.'

Sergej, de 18-jarige zoon van Rima, weet niet zeker of hij liever in Israël of in Rusland woont. 'Hier zijn veel jongeren crimineel. Maar in Israël zijn de jongeren extreem verwend. Ouders mogen daar niet eens hun stem verheffen.'

Waar hij uiteindelijk wil gaan wonen weet hij niet, maar zijn dienstplicht zal hij vervullen in Israël. 'Daar weet ik tenminste waarvoor ik vecht. Rusland ligt alleen maar overhoop met zichzelf.' Iedere week gaat Sergej een paar uur bij rabbijn Mordechai langs in de synagoge. 'Hij leert me over onze tradities, ik vind dat mooi.'

Toch zijn het in meerderheid de oudere joden die hun heil zoeken in de nieuwe synagoge. Door de gebedsdienst op zondagochtend komen veertien oude mannen de synagoge binnen. Om hun schouders een witte omslagdoek, op hun hoofd een zwarte keppel. De vrolijke mannen vormen een bont gezelschap. De een draagt een T-shirt met een plattegrond van Egypte, een ander heeft armen vol tatoeages, een derde draagt een colbert vol Sovjet-medailles en de laatste binnenkomer neuriet luidruchtig de Internationale, het volkslied van de socialistische beweging.

Een van hen, gewapend met een accordeon, neemt het woord. 'Wakker worden allemaal, concentreer je en zing mee. Realiseer je waarom je hier bent', roept hij. Hij draagt Jiddische liedteksten voor, de mannen zeggen het na waarna het lied word ingezet. Drie Jiddische liederen later mogen de zangers even ontspannen met een Russische smartlap uit de jaren zeventig:

De nachten buiten Moskou. Rabbijn Mordechai, zwarte baard en zwarte hoed, zingt vrolijk mee .

Na het zingen wikkelen de mannen, geholpen door de rabbijn en een jonge leerling, een gebedsriem om hun linkerarm en binden een leren doosje met daarin Torah-teksten op hun voorhoofd. Vervolgens gaan ze even zitten om een gebed te lezen, waarna de dienst is afgelopen. 'Ik houd het bewust kort', zegt de rabbijn, 'voor deze mannen moet het leuk en boeiend blijven.'

Toen rabbijn Mordechai drie jaar geleden uit Israël kwam, merkte hij hoe weinig de joden in Birobidzjan wisten over het jodendom. 'Mensen dachten dat Sabbat bedoeld was voor het eten van gevulde vis. En het Rosj Hashana, het joods nieuwjaar, vierden ze hier uitbundig in het theater, met veel voedsel, drank, muziek en dans. Terwijl het juist een sober feest is, een dag om in de synagoge te bidden. Het eerste jaar heb ik niets gezegd, ik probeer conflicten te voorkomen. Het jaar daarna heb ik uitgelegd wat de bedoeling van de feestdag is. De autoriteiten waren verontwaardigd, zij waarschuwden voor spanningen. Maar de gewone man accepteerde mijn uitleg direct. Het afgelopen jaar hebben we het voor het eerst anders gedaan. De avond voor nieuwjaar was er een feest in het theater. En op de dag zelf was het hier vol met biddende mensen, ook boven bij de vrouwen.'

De rabbijn is vooral druk met de praktische uitleg van joodse tradities en wetten, aan de betekenis komt hij nog amper toe. 'Het kost ontzettend tijd. Maar ik heb geduld, ik wil hier geen revolutie veroorzaken. Birobidzjan is een opvallend vriendelijke, rustige stad. Op straat word ik door jongeren enthousiast aangesproken. Ik wil niemand van me vervreemden.'

Toch schrikt de rabbijn als hij hoort over de varkensworstjes op de joodse zondagschool. 'Dat is heel verkeerd en ontactisch. Dat krijg je als zoveel leraren niet joods zijn. Ik doe zoveel ik kan, maar ik kan niet alles tegelijk veranderen. We bouwen nu een kosjere kantine bij de synagoge. Zolang die er nog niet is, heb ik geen recht van spreken.'

Mordechai is niet van plan de moed op te geven. 'Ik blijf in Birobidzjan tot de Messias terugkeert. Dan zullen alle joden naar Israël gaan. Dus ik ook.'

Meer over