De Engelenbak heeft zijn waarde bewezen

De Open Bak, sinds 37 jaar podium voor iedere theatermaker, verdwijnt mogelijk.

DOOR HEIN JANSSEN

Niet de flinke korting op de Stadsschouwburg Amsterdam of de nog grotere bezuinigingen op het Stedelijk Museum, zoals voorgesteld door de Amsterdamse Kunstraad (AKr), brachten afgelopen dagen op Twitter en Facebook de hoofden op hol. Nee, alle aandacht en vooral steun op de sociale media ging uit naar De Engelenbak, het theater in de Amsterdamse Nes, waar sinds jaar en dag de betere amateurtoneelspelers en semi-professionals uit stad en land zich presenteren. En waar het hele seizoen door elke dinsdagavond lange rijen voor de deur staan voor de befaamde Open Bak.

Die Open Bak is intussen, na 37 jaar, informeel cultuurgoed in Amsterdam geworden. Een podium waarop beginnende theatermakers zich vaak voor het eerst aan het publiek kunnen presenteren met een liedje, een stukje toneel of een kwartiertje stand-up comedy. Van velen horen we later niets meer, sommigen worden beroemd. Youp van 't Hek, Birgitte Kaandorp, Plien & Bianca hebben er hun eerste stappen gezet.

Op dit moment krijgt het theater bijna 7,5 ton subsidie waardoor het een professioneel podium kan onderhouden met een gevarieerde programmering, jaarlijks een eigen productie maakt (afgelopen seizoen Het huis van Bernarda Alba van Lorca, met moslimvrouwen) en wekelijks dus die Open Bak organiseert. Voor de lopende kunstenplanperiode werd die subsidie na een positieve beoordeling dan ook van harte toegekend.

Het kan verkeren: de Amsterdamse Kunstraad adviseert nu het gevraagde subsidiebedrag van 820 duizend euro af te wijzen. Als de gemeenteraad dat advies overneemt, moet De Engelenbak derhalve op 1 januari 2013 sluiten.

In zijn argumentatie zegt de AKr dat men de opdracht heeft het aantal podia in Amsterdam terug te brengen. Na ampele afwegingen is De Engelenbak er daar één van. Voornaamste reden is dat de taken van het theater zouden zijn overgenomen door verschillende buurtpodia in de stad.

Amsterdam kent inderdaad nogal wat gebouwen waarin een soort theaterzaaltje is gevestigd. Daarin komt de ene avond de dartclub bijeen, de andere is er karaoke. Niets ten nadele van dat alles, maar dat er af en toe een avond toneel wordt gespeeld, is hooguit aardig voor het culturele imago van de buurt.

De Engelenbak is het enige professioneel uitgeruste podium dat de hele week door plaats biedt aan het betere amateur- en semi-professionele theater. Denk aan een groep als Toetssteen met zijn landelijke bekende stukken over koningshuis en vaderlandse politiek. Juist in een tijd waarin veel politici belang hechten aan het beoefenen van amateurkunst, is zo'n podium allesbehalve een luxe.

In die zin is het opvallend dat ook de aanvraag van het M-Lab, waar sinds vijf jaar op vergelijkbare wijze ondersteuning wordt gegeven aan beginnende theatermakers (vooral op het terrein van musical en muziektheater) ook negatief is beoordeeld. De AKr vindt het beleidsplan van M-lab nogal onduidelijk. Is het een commercieel goedlopend theater, of een buurthuis - dat is de vraag. Maar M-Lab is vooral een broedplaats waar talent kan werken, rijpen en soms kan gloriëren. Een productie als Urinetown is vanuit M-Lab een landelijk succes geworden.

In een stad waarin op een flink aantal podia van alles en nog wat is te zien - van Carré tot het kleine Podium Mozaïek - is het van groot belang dat er aan de onderkant een paar plekken zijn waarop niet geëxcelleerd hoeft te worden. Waar de drempel laag is, voor artiest én publiek. Plekken als De Engelenbak en M-Lab; ze zijn er, ze hebben zich bewezen, en ze willen door.

undefined

Meer over