'De energie is er nu'

Foam, heet het fotografiemuseum Amsterdam aan de Keizersgracht, dat vandaag officieel wordt geopend door de grande dame van de Nederlandse fotografie, Eva Besnyö....

Foam - roept dat niet onbedoeld associaties op met schuim en luchtigheid? Directeur Marloes Krijnen, voorheen leiding gevend aan het in Amsterdam gevestigde internationale foto-agentschap Transworld en daarvoor tien jaar aan World Press Photo, heeft de gedachtekronkel niet eerder gehoord. 'Nee, ik merk juist dat het Foam heel snel in het taalgebruik ingeburgerd raakt. Ik ben niet iemand van afkortingen als Anwb. Voor mij géén FMA dus, maar Foam. Het is een term die stáát.'

Het Amsterdamse huis voor de fotografie moet, benadrukt Krijnen, veel meer worden dan een museum waar het publiek op een statische manier aan de wand bevestigde foto's komt bekijken. 'Het moet een plek worden waar fotografen elkaar kunnen ontmoeten, waar bezoekers inspiratie opdoen en met elkaar kunnen discussiëren. Tot nu toe heeft Amsterdam, waar 75 procent van de Nederlandse fotografen woont en werkt, het zonder een dergelijke levendige plek moeten stellen.'

Jarenlang is er in Amsterdam een roep geweest om een plek voor de presentatie van fotografie, nu is die er dan eindelijk gekomen. Voordat de gemeenteraad, enkele maanden geleden nog maar, schoorvoetend akkoord ging met een jaarlijkse subsidie van acht ton en een eenmalige verbouwingsbijdrage van 1,3 miljoen, is er uitputtend gediscussieerd over de manier waarop een fotomuseum vorm zou moeten krijgen.

Op landelijk niveau woedde er een hevige politieke strijd over de vestiging van een prestigieus centrum voor beeldcultuur, dat naast film, video en computerkunst ook fotografie zou moeten herbergen. Amsterdam probeerde dat centrum ook binnen te halen, maar staatssecretaris Rick van der Ploeg van Cultuur koos voor Rotterdam - totdat de plannen voor het gedroomde internationale centrum voor beeldcultuur Las Palmas in september in duigen vielen. Intussen was het afgewezen Amsterdam verder gegaan met de uitwerking van eigen, bescheidener plannen voor een fotomuseum.

Krijnen wil veel samenwerken met andere instellingen, zoals met het Nederlands Foto Instituut (NFI), grootste beoogde deelnemer aan Las Palmas, en het Nederlands Foto Archief. 'Als directeur van het Foam zal ik veel zaken initiëren en daar vervolgens de regie over voeren', zegt ze. 'Onze begroting reikt, voorzichtig gezegd, niet tot in de hemel, we hebben nog geen budget voor eigen collectievorming en dus zijn we gebaat bij goede samenwerking met sponsors en de bestaande fotografieverzamelingen.' Het Foam wil voor exposities putten uit de collecties van onder meer het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum, het Amsterdams Gemeente Archief en het eveneens in Amsterdam gevestigde Maria Austria Instituut.

Jaarlijks wil Krijnen ongeveer vier grote exposities organiseren, en daarnaast een ruimte reserveren voor wisselende, snel georganiseerde exposities. 'Daar zouden we bijvoorbeeld werk kunnen laten zien dat betrekking heeft op actuele gebeurtenissen, zoals de aanslagen van 11 september, of straks het huwelijk van Willem Alexander en Máxima.'

Op korte termijn, 'nog in 2001', toont Krijnen in het Foam een retrospectief van de Amerikaanse frontfotograaf James Nachtwey. Het zal zo mogelijk worden geactualiseerd, met de huiveringwekkende beelden die Nachtwey maakte tijdens de ineenstorting van het WTC in New York, en het werk dat nu, tijdens zijn verblijf in Afghanistan, tot stand komt. Ook een overzicht van het werk van Paul Huf, de grondlegger van het Foam, zit eraan te komen.

Het Foam mikt jaarlijks op minstens dertigduizend bezoekers, een bescheiden tienduizend meer dan het NFI, dat sinds zijn opening aan de Rotterdamse Witte de Withstraat door het grote publiek wordt genegeerd. 'Amsterdam heeft van zichzelf al een groter publiek met belangstelling voor fotografie. Daarbij zullen we in onze programmering iets toegankelijker zijn dan het NFI', zegt Krijnen. 'Steeds moet het publiek nieuwsgierig zijn en zich afvragen: "wat zal er nu weer te zien zijn in het Foam?'' '

In het voorjaar van 2002 wordt er twee maanden verbouwd. 'We zullen de 1,3 miljoen gulden van de gemeente gebruiken om een logische route door het gebouw te maken, zodat de bezoekers niet het gevoel hebben te verdwalen. We zullen het gebouw klimatologisch aanpassen en een bibliotheek inrichten.' Er komt een café in het museum, en de Amsterdamse boekhandel Art Book opent er een vestiging.

Buiten de begrenzingen van het museum aan de Keizersgracht, zoekt Foam samenwerking met gerenommeerde instellingen als het Maison Européenne de la Photographie in Parijs, het International Centre for Photography (ICP) in New York en het fotomuseum in Winterthur.

Krijnen bespeurt in Amsterdam louter enthousiasme over de komst van het Foam. 'Fotolaboratoria helpen ons bij het printen van de foto's, anderen springen bij voor ons eerste Foam Magazine, het Fonds voor de Kunst betaalt de kosten van de banieren aan de gevel. De snelle en genereuze manier waarop iedereen reageert, sterkt me in de overtuiging dat het goed is dat we nu al, nog voor de verbouwing, openen. De energie is er nu, daar moeten we van profiteren.'

Meer over