De Einstein onder de dieren

Het roofdier dat voor huisdier speelt, zei Nietzsche over de kat. De liefde tot katten is zo mooi, doordat het eigenlijk een ongelukkige liefde is, vond W. F. Hermans.


Maar Rudy Kousbroek trof vooral een intellectuele broeder. Neem alleen al de aaibaarheid, een actieve passieve eigenschap, 'anders gezegd, de kat hanteert zijn aaibaarheid als een positief principe'. Waarbij de activiteit natuurlijk het kopjes geven is. 'In feite is er geen sprake van iets geven, maar van iets nemen', schreef Kousbroek in zijn klassieker De Aaibaarheidsfactor (1969), 'de kat eigent zich iets toe, hij onttrekt een aai aan de buitenwereld, door gebruik te maken van het relativiteitsprincipe (de kat is dan ook de Einstein onder de dieren).'


Met precisie ontleedde Kousbroek zijn liefde. Na zijn overlijden mocht Midas Dekkers, de schrijvende bioloog die vrijdag 65 jaar wordt, de luisterversie van het boekje van zijn held inspreken. Hij doet dat met hoorbare instemming: 'Wat ís er toch aan katten, dat zij in staat zijn om bij mensen dat eigenaardige gevoel van bekoring en verlangen op te roepen?' Kousbroeks boekje had een omslag van Leendert Stofbergen. Het luisterboek heeft op het omslag (van Suzan Beijer) dezelfde tekening van dochter Hepzibah Kousbroek, en is al evenzeer aaibaar.


Midas Dekkers leest De Aaibaarheidsfactor van Rudy Kousbroek.


Rubinstein; 2 cd's; € 13,95.


ISBN 978 90 4761 037 3.


Meer over