analyseacht jaar Lodewijk Asscher

De eeuwige worsteling van Lodewijk Asscher met zijn partij

Lodewijk Asscher stond helemaal niet te trappelen toen hij acht jaar geleden dringend werd verzocht om naar Den Haag te komen. Hij nam zijn verantwoordelijkheid en werd  vicepremier in het kabinet Rutte II. Een regeerperiode die donderdag uiteindelijk zijn val betekende.

 Lodewijk Asscher (PvdA) en Rob Jetten (D66) tijdens de schorsing van dag twee van de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer in september vorig jaar.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Lodewijk Asscher (PvdA) en Rob Jetten (D66) tijdens de schorsing van dag twee van de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer in september vorig jaar.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Diederik Samsom heeft moeten bidden en soebatten om Lodewijk Asscher in 2012 naar Den Haag te krijgen. Asscher voelde er niet voor. Hij had het geweldig naar zijn zin in zijn stad, Amsterdam, en zei de klus te willen afmaken. Hij boekte resultaat als wethouder, had profiel opgebouwd in een botsing met minister Zalm over Schiphol, trad hard op in de rosse buurt, werkte aan verbetering van de kwaliteit van het onderwijs, snoeide in de subsidiestromen naar het welzijnswerk en werd gewaardeerd als waarnemend burgemeester na het aftreden van Job Cohen. Met hem had de PvdA in de linkse stad Amsterdam weer een helder gezicht.

Het Binnenhof kende hij alleen van een afstand. Het lot dat Cohen er onderging was niet per se een aanbeveling. Toch ging hij. Asscher werd vicepremier in het door Samsom en Rutte met stoom en kokend water in elkaar gezette kabinet Rutte II. Want zo moest het gaan lopen: Samsom in de Tweede Kamer om het profiel van de PvdA te bewaken, Asscher – die naam had opgebouwd als een hard en geslepen onderhandelaar – in het kabinet om Rutte te pareren. Waarna onvermijdelijk een kabinet Asscher I zou volgen.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Desastreuze onderneming

Eigenlijk was dat al het begin van het einde. Rutte II werd voor de PvdA de meest desastreuze onderneming waarin de partij zich ooit heeft begeven. Voor alles wat progressief Nederland niet beviel aan het beleid – vluchtelingen, zorg, studieleenstelsel, sociale werkplaatsen – werd de PvdA verantwoordelijk gehouden. Die erfenis is negen jaar later nog niet verteerd, hoe manmoedig de partij sindsdien ook afstand neemt van veel maatregelen die met instemming van PvdA-bewindspersonen tussen 2012 en 2017 zijn ingevoerd.

De politieke loopbaan van Asscher is ook en vooral de geschiedenis van een worsteling met zijn partij. Die hem als kroonprins naar Den Haag haalde, daar voor de leeuwen wierp in een verstikkende omhelzing met de VVD en uiteindelijk tot een broederstrijd om het lijsttrekkerschap dwong met Samsom. Ook voor die functie koesterde Asscher geen brandende ambitie, maar toen de partij een tweestrijd wilde, ging hij er vol in: ‘Diederik, je hebt tijdens de formatie zitten kwartetten met onze waarden’, zei hij in een van de debatten tegen de man met wie hij zo vaak brainstormde in het Amsterdamse Lloyd Hotel. ‘Een stomp in de maag’, vond Samsom dat. Omstanders werd even een blik gegund op de resultaatgerichtheid van Asscher, de man die even goed kan uitdelen als  incasseren. Asscher won, nipt.

Guerrilla-minister

Dat de PvdA onder zijn leiding rampzalige verkiezingen tegemoet ging, stond vast. Maar de omvang van de ramp was toch nog een verrassing. Al in de nadagen van zijn ministerschap begon Asscher met de restauratiewerkzaamheden. Hij rekte de grenzen van zijn mandaat maximaal op, werd een guerrillaminister die in demissionaire status meer geld voor onderwijzers probeerde af te dwingen en minister Hennis een duwtje richting uitgang gaf. Asscher liet zien het parlementaire handwerk goed te beheersen.

Zo zou hij het ook als leider van de geminimaliseerde PvdA-fractie doen: zakelijk, behendig en met een dossierkennis die de meesten pas na vele jaren in de Kamer opbouwen. Een voormalig vicepremier in de Kamerbanken – het zou normaal moeten zijn maar, wordt in Den Haag toch maar zelden vertoond. In debatten met de eerste minister kon Asscher daardoor iets inbrengen wat alle anderen ontberen; hij weet wat het is om het land te besturen en kent Rutte van nabij. Het hele retorische arsenaal van de premier kan hij uittekenen: het meebewegen met de tegenstander, met complimenten strooien, tijd kopen, de kwestie kleiner maken, vergeetachtigheid veinzen – Asscher had het eerder meegemaakt en wist hoe er op te reageren.

Effectieve oppositie

Dat alles maakte hem de afgelopen jaren tot een effectief oppositiewoordvoerder en een van de zeer weinigen die Rutte in verlegenheid konden brengen. Zelden met stemverheffing of drama, doorgaans met iets van zelfspot, bijna altijd uit het hoofd en vaak – net als Rutte – een eindje meebewegend met de ander om dan, als die ook in beweging komt, alsnog toe te slaan. Zo stuurde hij mee bij de economische steunpakketten voor werkgevers in de coronacrisis en bij het pensioenakkoord.

Onder Asscher zou de PvdA zich opnieuw moeten uitvinden, een beetje zoals het CDA dat met Sybrand Buma had gedaan. In zijn boek Opstaan in het Lloyd Hotel beschrijft Asscher hoe hij dat voor zich ziet: spijt betuigen voor wat verkeerd ging ‘en dan opgewekt op weg naar nieuwe fouten’.

In zijn Kameroptredens werd ook iets anders steeds beter zichtbaar: Asscher is weliswaar een behendig politicus en een goed bestuurder, hij is bepaald geen volkstribuun. De kiezers zouden niet om zijn blauwe ogen achter hem aanrennen, zoals ze in 2012 betoverd raakten door de energie en daadkracht van Samsom. Asscher is een man van de ratio. Als hij spreekt, schemert daar altijd de zelfreflectie doorheen – hij verliest zich niet in zijn betogen. Hij heeft geen verleden bij de vakbond of in het actiewezen zoals andere PvdA’ers, maar werd gevormd op de universiteit en in de politiek, waar hij, als raadslid in Amsterdam, al op 28-jarige leeftijd zijn intrede deed. Asscher blijft altijd angstvallig uit de buurt van de gemakkelijke oneliners.

Dat alleen al maakte inniger betrekkingen met de andere linkse partijen een lastig verhaal. Asscher beleed dat verlangen met de mond, zette al in de nadagen van zijn ministerschap stappen in die richting, maar bleef voorzichtig. Een echt samengaan met GroenLinks, zoals een deel van zijn achterban wil, gaat hem te ver. Uiteindelijk was het GroenLinks-leider Jesse Klaver die het zondag met zijn oproep aan het kabinet om op te stappen voor Asscher vrijwel onmogelijk maakte aan te blijven als lijsttrekker.

Ook in het eindspel, op gang gebracht door de toeslagenaffaire, raakte Asscher verzeild in een worsteling met zijn eigen partij, waar men beducht is geraakt voor het machtsdenken van waaruit de VVD een dergelijk probleem aanpakt. De PvdA had pragmatisch kunnen reageren, de argumenten daarvoor lagen voor het oprapen. Het is vlak voor de verkiezingen, er is een goede lijsttrekker, een alternatief ligt niet voor het grijpen. Vertrekken als lijsttrekker is veel ingrijpender dan aftreden als kabinet en je alsnog verkiesbaar stellen; de rol van Asscher in de toeslagenaffaire is niet aanwijsbaar groter dan die van sommige andere bewindspersonen; hij is al diep door het stof gegaan.

Zo wordt bij de sociaal-democraten niet gedacht. In een voorronde voor het congres, dat zaterdag zou worden gehouden, kreeg een motie die opriep Asscher geen lijsttrekker te laten zijn, deze week 35 procent van de stemmen, meer dan landelijke peilingen aangaven. Dat heeft met partijcultuur te maken, maar toch zeker ook met de trauma’s die zijn opgelopen tijdens Rutte II, toen de PvdA leek te zijn vergeten dat de overheid er is om de bevolking te dienen. Er is nog steeds behoefte schoon schip te maken. Zo bezien moet Asscher nu alsnog boeten voor de formatie van 2012.

CV Lodewijk Asscher

27 september 1974. Geboren in Amsterdam, als zoon van een jurist en hoogleraar arbeidsrecht

2002 Promoveert op proefschrift over vrijheid van meningsuiting

2004 Gemeenteraadslid in Amsterdam

2006 Wethouder, later locoburgemeester

2012 Vicepremier in kabinet Rutte II, minister van Sociale Zaken

2017 Partijleider PvdA, fractieleider Tweede Kamer

14 januari 2021 Treedt terug als lijsttrekker

Lodewijk Asscher is getrouwd en heeft drie kinderen

Meer over