De eerste ETA-moordenaar verklaarde zichzelf reeds heilig

De Baskische ETA heiligt het geweld, het geweld heiligt de Baskische 'guerrilleros'. Dat is al bijna 36 jaar zo. Wat de Spaanse regering ook probeert, van amnestie en onderhandelingen tot en met keiharde vervolging....

'Ik ben zojuist een heilige geworden', zei Xabier Etxebarrieta in de vluchtauto nadat hij een Baskische verkeersagent had doodgeschoten. Een paar uur later werd hij door de politie aangehouden en in het volgende vuurgevecht liet Etxebarrieta op zijn beurt het leven. De man die de eerste ETA-moord op zijn geweten had was nog dezelfde dag de eerste martelaar van de terreurgroep geworden. Dat was op 7 juni 1968.

Wie de wapens opneemt en sneuvelt in de heilige strijd tegen de Spaanse staat, is voor de radicale separatisten van Baskenland zeker van een plaats in de nationalistische hemel. Hun jargon is een allegaartje van marxisme-leninisme, maoïsme en nationalisme, maar de katholieke wortels van de groep blijven erin doorklinken. En de hemel verdienen met aanslagen, dat kennen we van andere terroristische groeperingen.

Het is bijna 36 jaar geleden dat Spanje voor het eerst geconfronteerd werd met de terreur van Vaderland en Vrijheid, waar de letters ETA voor staan.

Het aantal martelaren is in die jaren opgelopen tot rond de tweehonderd. Spanje is inmiddels onherkenbaar veranderd, de Franco-dictatuur is verdwenen, de democratie heeft wortel geschoten, en Baskenland heeft een verregaande vorm van zelfbestuur gekregen. Alleen de ETA is niet wezenlijk veranderd.

'Geweldsacties zijn inherent aan onze strategie, want wij zijn revolutionairen', stelde een ETA-communiqué in 1968, nadat Etxebarrieta letterlijk het startschot voor de terreurcampagne had gelost.

In exact dezelfde termen eist de groep vandaag de dag aanslagen en moorden op. De radicalen zijn in oorlog met de Spaanse bezetter, die hun natie onderdrukt, en in die oorlog zijn nog steeds alle middelen geheiligd.

Het Baskische nationalisme heeft een lange traditie, waarvoor eind negentiende eeuw de basis werd gelegd door Sabino Arana. Hij creëerde de mythe van de Baskische staat als het verloren paradijs, een natie die ooit onafhankelijk was geweest maar door Madrid was overweldigd.

Voor die onafhankelijkheid zijn echter geen historische bewijzen aan te voeren. De Baskische Nationalistische Partij (PNV), de grootste regeringspartij van de deelstaat, beschouwt zich als de erfgenaam van Arana.

De ETA is het stiefkind van de Baskische Nationalistische Partij. De groep ontstond eind jaren vijftig uit de jeugdbeweging van de PNV, als een soort katholieke padvinderij.

In de jaren zestig drongen de revolutionaire geschriften van elders (Mao, Che Guevara) tot de groep door en leidden al snel tot schisma's. Veel jonge intellectuelen hielden het voor gezien toen de voorstanders van geweld het pleit wonnen.

De ETA kon in de beginjaren rekenen op sympathie in binnen- en buitenland. Tenslotte was het een van de groeperingen die de dictatuur van generaal Franco bestreed. De zogenoemde guerrilleros werden gedoogd in Frankrijk, waar menigeen politiek asiel kreeg. Wereldfaam verkreeg de ETA in 1973 met een spectaculaire aanslag die Franco's premier en beoogd opvolger, admiraal Carrero Blanco, het leven kostte.

Maar de dood van de dictator zelf betekende niet de dood van de ETA. Integendeel. Ten tijde van de eerste vrije verkiezingen, in 1977, had de groep 66 doden op haar geweten, in meerderheid functionarissen van leger en politie. Alle overige bijna duizend slachtoffers van de terreur vielen in het democratische Spanje.

De democratische regeringen hebben alle mogelijkheden uitgeprobeerd om een einde aan de ETA te maken. Een amnestie voor alle terroristen in de gevangenis werkte averechts. In de jaren tachtig onderhandelde de socialistische premier Felipe González met de groepering, zonder resultaat.

Onder González werden zelfs doodseskaders georganiseerd om de ETA lik op stuk te geven. In 1992 werd de volledige top ontmanteld in de Franse stad Bidart.

Sinds Aznar in 1996 premier werd, ligt de nadruk op de vervolging van ETA-leden en wat in Spanje heet 'de omgeving van de ETA'. De Spaanse politie heeft in samenwerking met Frankrijk tal van kopstukken opgepakt, maar de vaak gehoorde stelling van de regering dat 'de ETA is onthoofd' bleek wishful thinking.

De aanslagen gingen onverminderd door, in de vorm van bomaanslagen en gerichte moorden op politici, gemeenteraadsleden, politieagenten en journalisten. In de zomer van 1997 kwamen miljoenen Spanjaarden op de been om te protesteren tegen de moord op het jonge raadslid Miguel Angel Blanco.

De vermoedelijke nummer één van de ETA, Mikel Albizu bijgenaamd Antza, zit nog altijd ondergedoken in Frankrijk, van waaruit hij zijn organisatie steeds nieuwe impulsen weet te geven. Een aantal oudgedienden is teruggehaald uit hun ballingsoorden in Latijns Amerika. Maar de belangrijkste aanvullingen komen van onderaf: leden van de jongerenbeweging van de ETA, die hun sporen hebben verdiend in de kale borroka, de straatoorlog, die de afgelopen jaren zoveel geweld te zien heeft gegeven in Baskenland.

De ETA geniet nog altijd een serieuze steun in Baskenland. Batasuna, de politieke tak van de ETA, kreeg bij de laatste verkiezingen ruim 150 duizend stemmen. Het verbod van de partij, twee jaar geleden, heeft die aanhang niet doen verdwijnen. Ondanks een offensief van rechter Garzón tegen aan de terroristen gelieerde organisaties verschijnt bijvoorbeeld de pro-ETA krant Gara nog elke dag.

Meer over