De 'echte' Uitspanning

Volgens de dikke van Dale, de 'Larousse Gastronomique' van de Nederlandse taal, is een uitspanning: 'een buitenherberg, buitencafé, vaak met stalhouderij'....

Voldoet een 3-sterrenzaak aan de definitie van een uitspanning? Theoretisch zou het kunnen, maar je voelt het verschil. Een toprestaurant is erop uit gastronomisch genot te verschaffen, dat weliswaar in een ontspannen sfeer wordt genoten, maar waarvoor toch concentratie, betrokkenheid en een zekere culinaire alertheid zijn vereist.

Een uitspanning daarentegen is er voor opperste relaxatie. De das los, de voeten omhoog, een glas in de hand. Eten hoort er natuurlijk bij, maar het bedoelt niet de gast uit te dagen of te prikkelen, maar wil slechts op een plezierige manier de honger stillen.

De rubriek De Uitspanning begon in juni 1997. De eerste aflevering speelde zich af in hostellerie de Hamert, wat je met goed fatsoen nog wel onder het kopje uitspanning kunt vangen. Maar gaandeweg ontspoorde de reeks enigszins. Meer en meer kropen gastronomische kunststukjes en stadse trendtenten de kolommen binnen.

De rekeningen stegen navenant. Uitspanning werd meer uitspatting, schreven verbolgen Trajectlezers van het type dat zich op stevige wandelschoenen of per fiets langs 's Heren dreven beweegt, een bruine boterham met kaas in een oud zakje van de groenteboer in de achterzak.

Zij zitten niet te wachten op een bordje tempura van geroosterde zwezerik op een bedje van geblancheerde knolselderij met julienne van truffel in een saus van gepureerde topinamboer met bospaddestoelen.

Wat zij zoeken is een herberg waar ze de band kunnen oppompen en de wandelschoenen laten uitdampen terwijl ze van een voedzame edoch eenvoudige maaltijd genieten in de schaduw van een stokoude eik waar de waardin rondgaat met gulle glazen blond bier. Een echte uitspanning, geen ballentent.

Ze hebben gelijk en ze krijgen hun zin. In 2002 scheiden zich de wegen van De Uitspanning en de gastronomie. De 'ballententen' gaan naar het Volkskrant Magazine. De Uitspanning gaat terug naar zijn oorsprong: herbergen, pannenkoekenhuizen, theetuinen, pensions, oorden van verpozing voor de gast die een goed getapt biertje bij een bak mosselen met friet prefereert boven een discussie of een Australische Tantalus nou wel de gedroomde begeleider is voor met stroop gelakte eendenlever in jus van balsamico.

Als opmaat naar het nieuwe, wilden we de laatste uitspanning oude stijl vieren in een echte uitspanning, dat wil zeggen een zaak die ook zo héét. In het Twentse Diepenheim waren ooit al wandelend (!) een restaurant met die naam tegengekomen. Maar het is niet meer, zegt een stevige mannenstem over de telefoon. 'Het is verkocht. Het heet nu zalencentrum Diepenheim.' Wat meteen heel anders klinkt.

En zo kwamen we terecht in de next best: de 'Kleine Uitspanning' in Delft. Delft is een typisch voorbeeld van wat er gebeurt met een oud en welvarend Hollands stadje dat nooit gebombardeerd werd. Dat wordt filmdecor over leven en werken van Anton Pieck met monumentale panden, pittoreske grachtjes en historische bouwwerken.

Toevallig arriveren we op Lichtjesavond waarop de gemeentelijke kerstboom feestelijk wordt ontstoken, een gebeuren dat wordt omlijst met straatgezang, flakkerende flambouwen op straathoeken en een skihelling van wit tapijt waarop jonge Delftse meisjes onder de tonen van 'op de ski met Marie' overeind proberen te blijven.

We komen tot rust in de Kleine Uitspanning dat in een oud pandje aan de Burgwal ligt. De stedelijke entourage buiten doet weliswaar iets af aan het volgens van Dale zo typerende rurale karakter van een uitspanning. Maar binnen is er alles aan gedaan om dat te compenseren met tafels van ruw gezaagde boomstammen, boerenzakdoeken over de lampekappen en landelijke prenten aan de muur. Een kruising tussen een Tiroler hut en een Brabants koffiehuis.

De kaart voldoet geheel en al aan de eis van een voedzame en onpretentieuze maaltijd. Een man alleen aan een tafeltje eet zich vol aan een enorm bord andijviestappot met worst, 's middags zijn er broodjes en soep. Wij gaan ons te buiten aan een kom zoute uiensoep, een opgepiepte ganzenpoot uit de oven met pruimen en gebakken aardappelen en een toetje van 'woestijnyoghurt': yoghurt en kwark met kaneel en rozijnen volgens een eigen recept.

De bediening is vlot en hartelijk en het eten vult aangenaam, laten we daarmee volstaan. Kissebissen of alfalfa een plaag of een zegen voor ganzenbout doen we voortaan wel ergens anders. Vanaf 2002 in De Uitspanning: De 'echte' Uitspanning.

Meer over