De echte oppositieleider moet opstaan

EEN COMPLOT. Als de situatie echt benard wordt, dan kom je met de vertrouwde complot-theorie op de proppen: 'Er is een georganiseerde campagne aan de gang niet met het doel Spanje te zuiveren van corruptie, maar gericht op het vernietigen van de persoon Felipe González.'..

Narcís Serra, voormalig vice-premier en rechterhand van González, weet precies uit welke hoek de wind waait. De diepe crisis die zijn Partido Socialista Obrero Español (PSOE) doormaakt, is het werk van de politieke tegenstanders van de Partido Popular van premier José María Aznar. Die wil de toch al manke oppositie van de socialisten definitief beentje lichten door González persoonlijk in discrediet te brengen.

Als Serra het zelf gelooft, is hij waarschijnlijk de enige Spanjaard. De socialisten hobbelen van het ene corruptieschandaal naar het andere, zijn een interne strijd aangegaan over de vraag van een drastische vernieuwing van de partij, en alles wat de conservatieven doen is zich op de knieën slaan van leedvermaak. Want niet alleen tonen de affaires aan hoe door en door slecht de PSOE is, maar de partij heeft bovendien nauwelijks tijd en aandacht om serieus oppositie te voeren.

'De partij heeft een nieuw Suresnes nodig', is het enige wat Felipe over de vernieuwingsdiscussie heeft willen zeggen. Een verwijzing naar het historische congres van de sociaaldemocraten in 1974 in de Franse stad Suresnes, waar Felipe een geslaagde machtsgreep deed en de complete oude garde van de PSOE aan de dijk werd gezet. González, en in iets mindere mate tweede man Alfonso Guerra, heeft sindsdien de absolute macht in de partij. Maar het einde is in zicht, als we de eerste discussies over de 'vernieuwbaarheid' van González moeten geloven.

Het partijbestuur heeft voorlopig uitstel van executie afgedwongen. Alle discussies dienen te worden opgeschort tot het geplande congres van komend voorjaar, want het nu via de media verlopende debat 'geeft slechts de politieke tegenstander vleugels'. Plotseling is iedereen het weer met de ex-premier eens, die eigenlijk misschien toch wel de enige echt grote leider van de PSOE is. Laten we oppositie gaan voeren, is het motto, dik vier maanden na de verkiezingsnederlaag.

De socialisten hebben de ellende aan zichzelf te wijten. Geheime bankrekeningen in Zwitserland, netwerken voor de illegale financiering van de partij, het aannemen van steekpenningen van mafiose types als Gil y Gil, de burgemeester van Marbella. Het zijn stuk voor stuk gevallen van socialistische politici die tijdens hun almachtige bestuur van bijna 14 jaar het verschil tussen publieke, partij- en privé-gelden niet langer respecteerden. 'Er moeten koppen rollen', liet een cartonist deze week zien, 'terwijl het echte probleem de lange vingers zijn.'

'Veel politici hebben niet voor zichzelf gestolen, maar voor de partij', stelde een van de hoogste rechters van het land. 'Wat uit democratisch oogpunt erger is. Wanneer de spelregel van de legale financiering van de partijen wordt overtreden, worden alle andere spelregels ook overtreden. Dan is alles toegestaan.'

Het is verbazingwekkend hoe verbaasd de socialistische leiders zijn telkens als er weer een nieuwe corruptiezaak van een van hun partijgenoten boven water komt. Ten slotte was er in de laatste jaren van het bewind González al zoveel vuil naar de oppervlakte komen drijven dat een verkiezingsnederlaag onafwendbaar was. Spanje wilde helemaal niet de onaantrekkelijke Aznar als premier, analyseerden de commentatoren, maar ze wilden voor alles verlost worden van de corrupte socialisten.

Pas na de laatste onthullingen over frauduleuze praktijken van partij-bonzen in Navarra en Andalusië barstte een discussie los om eindelijk schoon schip te maken. Juan Carlos Rodríguez Ibarra, president van de regio Extremadura en lid van het hoofdbestuur, stelde voor dat alle leiders van de partij eendrachtig de verantwoordelijkheid voor de ellende zouden nemen en zouden opstappen. Inclusief Felipe González. Dat voorstel werd niet in dank afgenomen toen hij het nog eens herhaalde tijdens de bestuursvergadering. Rodríguez Ibarra diende vervolgens zijn ontslag in, maar dat werd evenmin aanvaard.

Inmiddels lopen de voornaamste kopstukken van de PSOE te hoop om een cordon rond González te vormen. Oud-ministers als Belloch en Alberdi, de burgemeester van Barcelona, de socialistische parlementsfractie. Zeker, de partij moet vernieuwd worden, de bezem van de moraal moet er door gehaald, maar wie kan dat beter dan de grote leider zelf? Bij de laatste verkiezingen bleek niet voor niets dat Felipe nog steeds een stemmentrekker van formaat is. En een serieus alternatief heeft zich nog niet aangediend.

De enige die nog een kritische noot liet horen was José Bono, de president van Castilla-La Mancha. Ook hij is voorstander van een tweede 'Suresnes', van een ingrijpende vernieuwing. Aan de hand van González, al dient er wel iets gedaan te worden aan 'de concentratie van macht in de handen van Felipe González en Alfonso Guerra'. Bono, in het voetspoor van complot-denker Serra, waarschuwde echter tegen de vernieuwing die de PP wil, 'die probeert Felipe González te vernieuwen, sommigen door hem de gevangenis in te krijgen, anderen door hem de politiek uit te werken'.

Het is tijd de aanval te verleggen van onze eigen voorman naar de regering-Aznar, verzuchtte Joaquín Almuda. Hij is de socialistische woordvoerder in het parlement totdat Felipe een einde maakt aan zijn zelfgekozen zwijgperiode die tot na de zomer loopt. De beste manier om rust in eigen tent te creeëren is de parlementaire herrijzenis van Felipe González. Het wachten is op het moment dat de echte oppositieleider opstaat.

Cees Zoon

Meer over