De duivel heeft zes snaren

De gitaar leent zich voor verering. Geen enkel ander instrument kan onwennige puberjongens omtoveren tot oppermachtige wezens en virtuozen de status van een god geven.

Hij is in stukken gehakt, kapotgesmeten en in de fik gestoken. Er zijn er die er masturbatie mee hebben gesimuleerd, anderen hebben ermee gejongleerd, hem met tanden, strijkstokken of schroevendraaiers bewerkt. Maar hij heeft nooit zijn waardigheid verloren. Integendeel, al het misbruik heeft de elektrische gitaar een kracht gegeven die die van een instrument ver overstijgt. Geen enkel ander instrument kan wereldwijd onwennige puberjongens met lang haar en dito ledematen omtoveren in oppermachtige wezens. En dan hoeven ze het fysieke ding zelf niet eens in handen te hebben. Iedereen die ooit zo'n wannabe godenzoon een potje luchtgitaar heeft zien spelen, is getuige geweest van de transformatieve kracht van, slechts de verbeelding van, een elektrische gitaar.

Geen ander muziekinstrument weet zich in alle glorie te manifesteren door louter suggestie. Luchtaccordeon? Luchtviool? Dacht het niet. Luchtgitaar? Je kunt er prijzen mee winnen.

De elektrische gitaar verdient een eredienst zoals het Electric Guitar Heaven festival, dat vandaag begint in Amsterdam.

Noem het een culturele fetisj, een ritueel voorwerp met een bovennatuurlijke kracht die afstraalt op zijn gebruiker. Een symbool vermomd als instrument. Al is de betekenis van dat symbool door de decennia heen steeds verschoven. Andy Summers, gitarist van wijlen The Police, die het Electric Guitar Heaven Festival opent, zei het vorige week nog in een NRC-interview: 'Hard spelen op een gitaar geeft macht.' En lang vóór Summers was Woody Guthrie al doordrongen van de invloed van het ding. In 1941 noteerde de protofolkie, die This Land Is Your Land schreef, op de klankkast van zijn akoestische compagnon: 'This Machine Kills Fascists'.

Toen al, en tijdens de Depressie, stond de akoestische gitaar voor vrijheid, troost en broederschap. Zijn fysieke eigenschappen gaven hem een voorsprong op collega-instrumenten. Het formaat maakt het handzaam, je kunt zingen tijdens het spelen en dus tegelijk je boodschap verkondigen. Tel daarbij op de krachtige, maar simpele techniek en de lage kosten en kijk eens meneer, daar heeft u uw universele vehikel voor zelfexpressie en identiteit. En u kunt hem echt overal voor gebruiken: folk, blues, country, you name it.

De echt overdonderende potentie en invloed werden echter pas ontsloten nadat hij elektrisch werd versterkt. Al moest er nog eerst een samenzwering van massacommunicatie, technologische vooruitgang en opkomende jeugdcultuur aan te pas komen.

Bleke jongens

Hoe ging het ook alweer? Chuck Berry smeedde in zijn liedjes - voordat er zoiets als een jongerenmarkt bestond - auto's, tieners en hun verlangen naar eigen muziek aan elkaar. En Chuck Berry speelde gitaar. Keith Richards hoorde Berry en blueshelden op de Amerikaanse radio en wilde ook gitaarspelen. Dat instrument voor zelfexpressie en identiteit voor zwarte mannen die de blues speelden, werkte paradoxaal ook heel goed voor bleke (Britse) jongens die als zwarte mannen wilden klinken.

Ja, ja het is een klassiek verhaal. De gitaar als weapon of choice van een rebellerende jeugdcultuur. Interessanter is dat Steve Waksman, Amerikaans professor in muziek en Amerika-studies, in het licht van de imitatiecultuur die aan rock 'n roll ten grondslag ligt, de elektrische gitaar een technofallus heeft genoemd. Ten eerste om de voor de hand liggende reden dat het ding als een prothetische extensie het mannelijke ego met flink wat centimeters vergroot. Maar ook omdat, volgens Waksman, door elektrische versterking van die fallus de blanke zich eindelijk de vermeende hoge potentie van de zwarte man kon toe-eigenen.

Naast die seksuele lading werd de gitaar in de jaren zestig ook een drager van mystiek, kracht en spiritualiteit. Van het soort dat een niet gitaarspelende sterveling niet doorgrondt maar wel magnetiseert. Pete Townshend die zijn spel dodelijk gevaar wil meegeven en het instrument aan diggelen slaat. Jimi Hendrix die een brandoffer maakt van zijn lieveling. Eric Clapton die kortweg een god werd genoemd. En Jimmy Page van Led Zeppelin die als virtuoos met Paganini werd vergeleken, waarbij net als bij Paganini en bluesman Robert Johnson, een deal met de duivel voor zoveel virtuositeit niet werd uitgesloten.

De gitaarheld droeg dan wel een vleugje mystiek als parfum maar de grondtoon van brute mannelijkheid die direct kan worden omgezet in geluidsgeweld, was niet te negeren. Versterking krikte niet alleen het volume van de gitaar op, maar vergrootte ook de viriele podiumpersoonlijkheid van het baasje. De elektrische gitaar beleefde dan ook zijn seksueel-sonische hoogtepunt in de vergrotende en overtreffende trap van rock: hardrock en heavy metal.

Cockrock

In de jaren zeventig, de gouden eeuw voor de elektrische gitaar, waren gitaarvirtuozen mythische krijgsheren die voor hun verzamelde onderdanen van puberknapen hun scepter omhoog hielden om de bliksemschichten uit het bezielde ding te laten slaan. Een metalconcert is een happening waarin mannelijke adoratie en male bonding hand in hand gaan. De Britse sociomusicoloog Simon Frith en cultuurtheoreticus Angela McRobbie muntten de term cockrock voor het mannelijke exhibitionisme van hardrockoptredens waarbij 'de muzikale vaardigheden van cockrockers synoniem zijn voor hun seksuele vaardigheden'.

En de Britse muziekjournalist Charles Shaar Murray zei over Led Zeppelins Whole Lotta Love- met de regel 'I'm gonna give you every inch of my love' de ultieme cockrocksong- dat het nummer en de uitvoering ervan uiteindelijk zijn bedoeld voor andere mannen; een ritueel dat mannelijke bekwaamheid bekrachtigt.

Maar het gaat dieper. Publicist Dan Hedges schreef een biografie over de latere gitaarheld Eddie van Halen met daarin een verzonnen verhaal van een groepje vrienden dat een Van Halen concert bezoekt. The Kid, de hoofdpersoon van het verhaal, vangt een plectrum op van zijn aanbeden held. Geen toeval, weet The Kid, maar bewust zijn kant op gemikt. Hij voelt nu een diepe connectie met Eddie van Halen die na deze handreiking meer benaderbaar, een broer, een vriend, een partner in rock lijkt. Een hogere macht met wie je iets kunt drinken. The Kid baadt in de gloed van de gitaargod.

Als rockgitaarcultuur een religie is, dan is het plectrum niets minder dan een hostie en Eddie van Halen Jezus Christus. En net zoals je bij het ontvangen van de communie gemeenschap hebt met het lichaam en bloed van Christus, wordt The Kid ook een beetje gitaargod bij het ontvangen van het plectrum. Ook al is het verhaal verzonnen, het dient als een goede illustratie van de complexe relatie tussen de rockheld en zijn dwepende fan.

Draaitafels

Maar de hegemonie van de zes snaren is doorbroken. In de jaren zeventig werd de gitaarheld zijn hok in gejaagd door punk die elke vorm van virtuositeit als elitair en dus verdacht bestempelde. En sinds de jaren tachtig zijn er andere genres gekomen die hun eigen gereedschap hebben meegenomen. Draaitafels in hiphop bijvoorbeeld. James Murphy van het ter ziele gegane LCD Soundsystem zong het al in een cynische zelfanalyse van een hipster die zijn gevoel voor cool is kwijtgeraakt: 'I heard you and your band have sold your guitars and bought turntables.'

De focus is verschoven. En waar in de jaren zeventig zangers en gitaristen van rockbands een twee-eenheid vormden, doen de namen van de gitaristen in huidige rockbandjes er minder toe. We weten dat hij/zij er is, maar we hoeven zijn/haar naam niet te weten. Niet langer meer 'a tool for subversion and dissent' (Woody Guthrie), is de gitaar nu een vanzelfsprekendheid geworden binnen het establishment en zelfs gedomesticeerd voor gebruik binnenshuis.

In 2005 werd de computergame Guitar Hero uitgebracht. Door op een plastic controller, in de vorm van een gitaar, toetsen in te drukken op de maat van de muziek van het filmpje simuleer je het gitaarspel van je grote helden en is uiteindelijk onvoorwaardelijke verering van duizenden virtuele fans je deel. Guitar Hero bracht daarmee de ervaring van gitaarheld binnen handbereik. De paradox is dat zelfs in zijn tandeloze versie de gitaar nog steeds die belofte van godenstatus in zich bergt. Die tegenstelling is briljant verwerkt in een aflevering van de comedy cartoon-serie Southpark, waarin de twee hoofdfiguren Kyle en Stan na uren Guitar Hero gespeeld te hebben als virtuele virtuozen een schitterende carrière tegemoet gaan als reële gitaarhelden. Jimmy Page moest echter niets van Guitar Hero hebben en heeft geen nummers van Led Zeppelin voor het spel vrijgegeven. Hij vond dat de kids het maar op een derdehandsje moesten leren. Net als vroeger.

Electric Guitar Heaven Festival, 7 t/m 16 december in Amsterdam, waaronder Paradiso, Bimhuis, Melkweg, Muziekgebouw aan 't IJ en het Conservatorium. Met oa Andy Summers, Jan Akkerman en John Mayall.

amsterdamelectric.com/nl

undefined

Meer over