Nieuws

De droogte is voorbij, de natuur heeft nog een paar van deze voorjaren nodig om te herstellen

Het huidige natte weer mag dan vervelend zijn voor kampeerders en terrasbezoekers, voor de natuur betekent het goed nieuws. De droogte van afgelopen jaren lijkt voorbij, waar mogelijk kan de natuur zich eindelijk herstellen van drie extreem droge jaren.

null Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Volgens het KNMI bedraagt het neerslagtekort (het verschil tussen regenval en verdamping van water) op dit moment slechts 18 millimeter. Vorig jaar bedroeg dat tekort rond deze tijd ongeveer 110 millimeter.

Ook al ervaren velen deze weken als extreem regenachtig, dit soort voorjaren waren tot enkele decennia geleden normaal voor Nederland. Klimaatverandering, intensieve landbouw en waterbeleid hebben geleid tot grote, structurele droogte en watertekorten in voorjaar en zomer.

Dat dit voorjaar anders verloopt dan de afgelopen jaren, is goed nieuws voor de natuur. Door de lage temperaturen kwam de groei van onder meer gras maar traag op gang, en dus kunnen boeren pas later gaan maaien. Dat is de redding voor veel weidevogels als de grutto, kievit en scholekster, die door het steeds vroegere maaien door boeren hun jongen niet meer op tijd groot konden brengen.

Voldoende insecten

De huidige regen zorgt bovendien voor voldoende insecten als dansmuggen, en brengt regenwormen naar het bodemoppervlak, waardoor met name kieviten makkelijker aan hun voedsel komen.

Goed nieuws, beaamt Wim Tijsen, projectmedewerker Boerenlandvogels bij Landschap Noord-Holland, al lijden de vogels ook onder predatie door onder meer vossen. De schade van de afgelopen slechte jaren is met dit ene broedseizoen nog niet opgelost: ‘Eigenlijk hebben we nog zo’n twee of drie van dit soort voorjaren nodig, om de populaties een zet te geven voor drogere jaren’, zegt hij. Met name de kievit – waarvan hij er nu zo’n 20 procent minder ziet dan voorheen – heeft volgens hem nog een paar goede broedseizoenen nodig om te herstellen.

Ook Niko Wanders, hydroloog aan de Universiteit van Utrecht, denkt dat dit natte voorjaar voor een goede waterbuffer zorgt, die van pas komt wanneer de zomer alsnog zeer droog zou worden. ‘De rivierstanden zijn nu niet bijzonder hoog, de kans op wateroverlast is klein. Dit is hét moment om water vast te houden.’

Verlies sponswerking

Het herstel van natuurschade door de afgelopen droge jaren zal ook volgens hem nog enkele jaren vergen. ‘Heidevelden hebben door verdroging schade opgelopen, veenmossen in hogere gebieden zijn afgestorven, er zijn bomen doodgegaan. Kwetsbare veengebieden houden door het verlies van hun sponswerking minder goed water vast. Het duurt lang voordat dat hersteld is’.

Sommige natuurschade is onherstelbaar, zegt Wanders: ‘Door de droogte is in sommige gebieden de bodemdaling harder gegaan. Nu het natter is, gaat die daling minder snel. Maar de eerdere daling maak je nooit meer ongedaan.’

Het goede nieuws over het natte voorjaar houdt overigens bij de zuidgrens al weer op: de Vlaamse krant De Morgen berichtte twee dagen geleden dat het in België de afgelopen drie maanden droger was dan gemiddeld, en dat het grondwaterpeil zich nog lang niet heeft hersteld. Behalve aan het weer ligt dat volgens de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) onder meer aan de ruimtelijke ordening, de hoge bevolkingsdichtheid en het vele beton dat de opvang van water in de bodem belemmert.

Droogte en opwarming doet zich over de hele aarde voor, op vele plekken leiden die tot diverse problemen voor natuur en landbouw. Terwijl Nederland een opvallend nat en koel voorjaar beleeft, bereikten delen van Argentinië en van zuidelijk Afrika recordtemperaturen in de afgelopen aprilmaand, blijkt uit gegevens van Nasa.

Waartoe dat kan leiden, bleek onlangs uit onlangs uit een studie van Portugese, Amerikaanse en Duitse onderzoekers. De afgelopen vijftig jaar zijn de negatieve effecten van hitte en droogte op de oogstopbrengsten in Europa verdrievoudigd. De verliezen op de graanoogst nemen door de droogte jaarlijks met 3 procent toe. De verliezen zijn het grootst bij tarwe in Midden- en Oost-Europa en bij gerst in het Middellandse Zeegebied.

Meer over