'De dreiging is duidelijk niet tegen ons gericht'

De Nederlandse militairen zitten deze maand een jaar in Irak. Op patrouille met een sergeant: 'Als je zaken met bijvoorbeeld een lokale leider wilt doen, krijg je nooit duidelijk antwoord....

Rond zeven uur 's ochtends buigt sergeant Erik Vernes zich over de kaart van het patrouillegebied. Pal achter hem maken militairen van A-compagnie zich op voor de vier uur lange tocht door de straten van As Samawah en het desolate platteland. Foto's van de vijandige Sadr-militie en van verdachte auto's prijken aan de muren.

'Gisteren waren er in deze wijk enige schoten', zegt Vernes (33) tegen twee collega's die de patrouilles de komende vier maanden moeten overnemen. Zijn advies aan het tweetal van de luchtmobiele brigade, de eenheid die vanaf woensdag de SFIR-missie in Zuid-Irak overneemt, is duidelijk: provoceer de Irakezen niet.

De sergeant: 'Als de bewoners roepen dat het gebied van hen is, dan knik je braaf ja. Anders heb je hier namelijk in de kortste keren oorlog.' Hoe veilig is de provincie nog waar Nederlandse troepen deze maand precies een jaar verblijven? Een dodelijke aanslag op hun collega Dave Steensma in mei, mortieraanvallen op hun kampementen en een serie bomaanslagen hebben een gespannen situatie veroorzaakt in de provincie Al-Muthanna die maanden door Den Haag als 'relatief rustig' werd omschreven.

Terwijl de hitte snel begint toe te nemen, verlaten Vernes en zijn mannen de basis. Overal waar de patrouille zich laat zien, reageren de bewoners afwachtend maar niet uitgesproken vijandig. Alleen de kinderen zwaaien. Nabij het gehucht Mamlaha, een verzameling krotten, rent een groep jongens lachend naar de patrouille die even halt houdt. De opvolgers van Vernes reageren onwennig.

'Je kunt rustig zwaaien, hoor', roept de sergeant terwijl hij het tafereel gadeslaat. 'Het zijn vriendelijkelui. We hebben heel wat speelgoed en eten hier uitgedeeld. Hou er wel rekening mee, als je zaken met bijvoorbeeld een lokale leider wil doen, dat je nooit duidelijk antwoord van ze zal krijgen. Je wordt er soms echt gek van.'

De gevaren lijken nihil, vergeleken tenminste met die waaraan de Amerikaanse troepen in Irak dagelijks blootstaan. Op patrouille in en rond As Samawah, een slaperige provinciestad, lijkt de dood niet overal aanwezig. Het aantal body bags, 872 Amerikanen tegen slechts Nederlander, is ook niet vergelijkbaar. Hoe groot is de kans echter dat het een keer toch flink uit de hand loopt bij de 1350 Nederlandse militairen in Al-Muthanna?

Camp Smitty, even buiten As Samawah, is net als alle andere bases van de coalitie in Irak ondergebracht op een geleerd stukje woestijn. Ver weg van de Irakezen en beschermd door blokken beton, doen 650 militairen hier hun werk. Het overgrote deel, op soldaten zoals Vernes na, komt nooit buiten het kamp. Met de patrouilles wordt onder andere geprobeerd contact te leggen met de bevolking.

De sergeant leidt zijn jeeps vandaag door een cement-en zoutfabriek, langs een moskee waarvan wordt vermoed dat er wapens liggen opgeslagen en een wijk van As Samawah waar de vorige dag nog is geschoten. Op de wegen wordt voortdurend gewaakt voor verdachte voorwerpen waarin explosieven kunnen zijn verstopt. Met een flinke boog wordt om een auto gereden die langs een drukke weg is geparkeerd.

Terwijl de patrouille zich door het platteland verplaatst, wordt even buiten As Samawah een Amerikaans konvooi getroffen door zo'n 'geroviseerde wegbom' die vaak van afstand tot ontploffing worden gebracht. Een nacht eerder moest een Nederlands konvooi, met onder andere net gearriveerde militairen van luchtmobiel, uitwijken omdat Amerikaanse soldaten een bom langs de weg hadden ontdekt.

Opvallend is dat in het afgelopen jaar geen enkele Nederlandse patrouille werd geraakt door deze explosieven die tot de meeste doden leiden onder de Amerikanen. Dom geluk? 'De dreiging die er is, is duidelijk niet tegen ons gericht maar vooral tegen de Amerikanen', zegt kapitein Gert Strick (37), commandant van A-compagnie.

Bij een groepje huizen langs de Eufraat noemt de Iraaks-Nederlandse militair Sevak Akob de provincie 'oorlogsgebied'. Akob (23), die sinds 1990 in Nederland woont, beschrijft zijn terugkeer naar Irak als 'apart'. Over de laatste maanden: 'Ik heb acties meegemaakt, zoals tegen de strijders van de sj'itische leider Al-Sadr, die er niet om logen. Het was hier ronduit gevaarlijk.'

Twee uur na het begin van de patrouille, te midden van palmbomen en grasveldjes langs de Eufraat, praat Vernes over de gevaren van de afgelopen maanden en de dood van Steensma. Zes jaar diende hij in dezelfde compagnie met hem, de enige Nederlander die tot nu toe het leven liet in Irak.

'Zijn dood veranderde voor even hoe ik tegen deze missie aankeek', zegt Vernes. 'Maar dat duurde niet lang. Je weet dat zoiets kan gebeuren. Het is alleen rot dat het jou of een collega ook echt overkomt.'

'Steensma's dood sneed diepe kerven in m'n ziel', zegt SFIRcommandant Richard van Harskamp (41) later als de patrouille veilig op de basis is teruggekeerd. 'Een aantal andere incidenten had ook slecht kunnen aflopen. De getraindheid van de militairen heeft echter kunnen voorkomen dat niet nog meer slachtoffers vielen.'

Meer over