De dood volgde Aboutrika tot de kleedkamer

VAN ONZE VERSLAGGEVERS WILLEM FEENSTRA EN WILLEM VISSERS

AMSTERDAM - Ontredderd riep de nationale voetbalheld van Egypte in de chaos van Port Saïd: 'Dit is geen voetbal, dit is oorlog.' Mohamed Aboutrika, drievoudig Afrikaans kampioen met zijn land, keek om zich heen en zag dat de dood tot in de kleedkamer was doorgedrongen.

In 2006, 2008 en 2010 was hij Afrikaans kampioen. Aboutrika overvleugelde Samuel Eto'o en besliste de finale van 2008 tegen Kameroen, in Ghana. Maar woensdag had hij niets aan eeuwige roem.

Nu rende ook hij voor zijn leven, toen de fans van Al-Masry, nota bene na een zege met 3-1 op zijn club Al-Ahly, het veld bestormden en dood en verderf zaaiden. Aboutrika was net ingevallen, vlak voor tijd. Hij is 33. In de nadagen van zijn glorieuze loopbaan liep hij een trauma op. 'Eén fan stierf voor mijn ogen in de kleedkamer. De veiligheidsagenten waren nergens te bekennen.'

De theorieën over oorzaken en gevolg van de ramp in Port Said, die 74 levens kostte, buitelen over elkaar heen. Feit is dat voetbal in Noord-Afrika vaak leidt tot geweld. Cor Pot, tijdens het seizoen 1994-1995 trainer van Al-Masry: 'We speelden eens bij Al-Ahly. Er gingen zes- tot zevenduizend fans mee. Ze kwamen met paard en wagen, auto's en treinen. Die wedstrijd was onze keeper omgekocht, dat werd later ook bewezen. De fans waren woedend. Ze bekogelden ons met bakstenen en probeerden de bus in brand te steken.'

'Het loopt vaker uit de hand, maar deze rellen zijn vreemd, zeker omdat Al-Masry had gewonnen.'

Ook de in Singapore geboren James Dorsey, schrijver van een blog over voetbal in het Midden-Oosten, vermoedt vooropgezet geweld. De hoogleraar aan de Nanyang Technological University in Singapore leidt dat af uit talloze tweets waarin fans van Al-Masry voorspellen dat het een hete avond wordt.

Duidelijk is dat de veiligheid in het geding was. Jo Bonfrère, in 2002-2003 trainer van Al-Ahly: 'Ik snap hier niks van. Toen ik coach was van Al-Ahly was de politiebewaking juist goed. Supporters van beide clubs zaten bij elkaar. Tussen de fans bestond rivaliteit, maar veel minder dan tussen de grote clubs van Caïro: Al-Ahly en Zamalek.'

Die laatste wedstrijd is een soort Feyenoord-Ajax, maar dan in het groot. Ahly, zoals de club in de volksmond heet, is meer dan een eeuw geleden gesticht door anti-Britse nationalisten. Zamalek was juist een vrucht van de vroegere Britse kolonisator. Ondanks hun haat vonden de ultra's van de clubs elkaar in januari 2011, bij de opstand op het Tahrirplein. Ze speelden een opvallende rol in de Arabische Lente. Ze waren in de stadions gewend hun stem te verheffen, ze leerden de andere demonstranten wat vechten is, ze waren georganiseerd, ze wierpen een eerste blokkade op voor het Tahrirplein.

Cor Pot: 'In mijn tijd daar heb ik nooit wat van politieke invloeden gemerkt.' Bonfrère: 'Voetbal is voor veel Egyptenaren een uitlaatklep. Normaal gesproken wordt een overwinning juist gevierd. Er moet iets hebben gespeeld.'

undefined

Meer over