Moeders en grootmoeders patrouilleren ’s avonds in de wijk Santa Ana in de Filipijnse hoofdstad Manilla, onder hen één jongen Jericho Semana

ReportageOorlog tegen drugs

De dood loert in de Filipijnse drugswijken, maar één buurt biedt tegenstand

Moeders en grootmoeders patrouilleren ’s avonds in de wijk Santa Ana in de Filipijnse hoofdstad Manilla, onder hen één jongen Jericho SemanaBeeld Ezra Acayan

In de meedogenloze oorlog tegen drugs zijn in naam van president Duterte op de Filipijnen inmiddels zeker 8.600 verdachten gedood. VN-rapporteurs spraken vorige week in een snoeihard onderzoek over ‘systematische moord’. Valt er nog zonder angst te leven in de volkswijken waar drugsbendes en politie elkaar bestrijden?

Als het lawaai van de voetballende kinderen en dansende tieners is weggestorven en het geblaf van de straathonden is begonnen, beginnen de moeders en grootmoeders van Santa Ana te lopen. Gewapend met zaklantaarns en een stok tegen diezelfde honden navigeren ze door de smalle straten. Ze spieden de slecht verlichte steegjes af op zoek naar dronkaards en manen jongeren snel naar huis te gaan. Zo zorgen de vrouwen ervoor dat hun wijk leefbaar blijft.

Maar bovenal vormt de buurtwacht een verdedigingslinie tegen de doodseskaders.

‘Kijk’, zegt de 39-jarige Jenny Helo, de leider van de groep en moeder van zes kinderen, wijzend op een huisje in de schaduw van een kluwen elektriciteitsdraden. ‘Hier drongen mannen met bivakmutsen naar binnen, sleepten een man en zijn neef naar buiten en schoten hen op straat dood.’

Net als veel andere volkswijken in Manilla was Santa Ana na het aantreden van president Rodrigo Duterte in 2016 het bloedige toneel van de Oorlog tegen drugs. Drugsdealers dienden zich over te geven, anders zouden ze vogelvrij zijn, verkondigde de president. Hij hield woord. Lokale bestuurders stelden dodenlijsten op, waarna agenten bij het vallen van de avond kwamen ‘aankloppen’. Als ze weer weggingen, lag er een dode op straat, die zich ‘verzet’ zou hebben bij zijn arrestatie. Of er kwamen groepen gemaskerde mannen die – al dan niet in opdracht van de politie – hun slachtoffers ’s nachts uit hun bed sleepten en op straat executeerden. ‘Ook als je niks met drugs te maken had, leefde je in angst’, vertelt buurtwachtlid Mary-Jane Celis (32), moeder van twee kinderen en een derde op komst. ‘Iedereen kon door een verdwaalde kogel geraakt worden.’

Met de moord op de oom en zijn neef kwam het aantal slachtoffers van de drugsoorlog in Santa Ana op ­negentien. Allemaal mannen. Het was het moment dat de vrouwen besloten dat iets doen beter was dan elke nacht angstig wakker liggen. Sindsdien verzamelen ze elke avond om 22.00 uur op de kruising bij de kerk, om na een kop koffie de buurt in te trekken, soms tot in de nacht. De burgemeester van het overkoepelende stadsdeel Pateros, een tegenstander van de drugsoorlog, steunt hen. Dankzij hem stuurt het plaatselijke korps elke avond twee of meer agenten mee.

En gek genoeg, het heeft gewerkt. Waar de Oorlog in andere buurten doorging, stopte hij in Santa Ana. Het dodental staat ruim drie jaar later nog altijd op negentien. ‘Sinds we patrouilleren is het hier rustig geworden, zegt Celis. ‘Je kunt ’s avonds weer terug naar huis als het moet. Bovendien hebben we kunnen voorkomen dat nog meer mensen hun geliefden verloren.’

In de straten van Santa Ana is het ook in de late uurtjes weer veilig. Beeld Ezra Acayan
In de straten van Santa Ana is het ook in de late uurtjes weer veilig.Beeld Ezra Acayan

De peetvader

Tussen de in blauwe en gele hesjes ­gehuld vrouwen loopt één jongen, ­Jericho Semana. Zijn oom en neef ­waren de laatste slachtoffers van de drugsoorlog in Santa Ana. ‘Mijn oom was mijn peetvader. Het had met drugs te maken, zeggen ze, maar ik weet zeker dat hij daar niet bij betrokken was. Wie het gedaan heeft, weet ik niet. We hebben de zoektocht naar antwoorden opgegeven.’

Voor de veiligheid woonden de ­Semana’s nadien een tijdje in een andere buurt. Nu zijn ze weer terug en loopt Jericho ’s avonds mee. Om iets voor de gemeenschap te doen, zegt hij, maar ook als stil protest tegen de drugsoorlog, die hij onrechtvaardig noemt. ‘Mensen kunnen veranderen, waarom moeten ze vermoord worden?’

Het burgerverzet tegen Dutertes drugsoorlog is een uitzondering in de Filipijnen, waar het tegengeluid vooral van de katholieke kerk, advocaten en mensenrechtenorganisaties komt. En van internationale organisaties. Zo publiceerde de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties vorige week een vernietigend rapport over de ‘systematische moord op duizenden drugsverdachten’.

Volgens dit rapport zijn in de drugsoorlog zeker 8.663 slachtoffers gevallen, onder wie 70 kinderen. Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk een stuk hoger. ‘Sommige schattingen gaan uit van drie keer zoveel slachtoffers.’

De rapporteurs analyseerden 25 politieoperaties in Manila waarbij 45 doden vielen, en concludeerden onder meer dat pistolen met hetzelfde serienummer bij verschillende plaatsen-delict werden aangetroffen, wat erop wijst dat de wapens daar door de politie zijn neergelegd. Zo kon worden volgehouden dat de slachtoffers zich hadden ‘verzet’ tegen hun arrestatie.

Het VN-rapport hekelt de ‘straffeloosheid’ waarmee de politie te werk is gegaan. Tot nu toe werd slechts één keer een agent veroordeeld voor de moord op een drugsverdachte. ‘Getuigen, nabestaanden, journalisten en advocaten die we hebben geïnterviewd, maken zich zorgen over hun veiligheid en voelen zich machteloos in de zoektocht naar gerechtigheid’, aldus de VN-rap­por­teurs, die ook vaststellen dat in de afgelopen vier jaar ten minste 248 Filipijnse mensenrechtenverdedigers, advocaten, journalisten en vakbondsmedewerkers zijn vermoord vanwege hun werk.

Politiechef Gran

Confronteer politiechef Simnar Gran met dit soort beschuldigingen en hij vertrekt geen spier in zijn vriendelijke gezicht. Volgens de 50-jarige politiebaas van Pateros, waar ook Santa Ana onder valt, treft de politie geen enkele blaam. ‘Het zijn drugsbendes die elkaar afmaken. Die term Oorlog tegen drugs kennen wij niet. Dat wordt alleen maar gebruikt om de schuld aan de overheid te geven.’

We bezoeken Gran begin maart, nog voor de wekenlange coronalockdown en voor het verschijnen van eerdergenoemd VN-rapport. De politiechef, wiens ingelijste portret aan de muur hangt, laat mierzoete koffie serveren in een mok met een tekst uit het bijbelboek Lucas: ‘Tegen hen zei hij: ‘Jullie mogen niemand afpersen en je ook niet laten omkopen, neem genoegen met je soldij.’’

Gran is de man die elke avond enkele agenten vrijmaakt voor de patrouillerende vrouwen van Santa Ana. ‘Sympathiek’, noemt hij de buurtwacht. ‘Het helpt met het voorkomen van kleine misdaad zoals openbaar dronkenschap. Vechtende mannen worden kalm als ze de vrouwen zien.’

Maar dat je tegenwoordig weer veilig over straat kan, is volgens Gran te danken aan Duterte. ‘Als hij niet de president was geweest, hadden de zaken er heel anders voorgestaan. Hij verbloemt de zaken tenminste niet, zegt waar het op staat. Als je een watje bent, maak je de drugsbendes niet bang.’

Wat de media niet rapporteren, klaagt Gran, is dat juist Duterte de corruptie in het politiekorps heeft aangepakt. Zo heeft hij vlak na zijn aantreden het salaris van agenten verdubbeld, om ze minder vatbaar te maken voor omkoping. Daarnaast heeft hij het hij het korps gezuiverd van corrupte agenten. ‘Dat was op papier al langer beleid, maar het is voor het eerst dat het ook echt wordt uitgevoerd.’

Sinds de buurtwacht er is, zijn er geen doden meer gevallen in Santa Ana in de 'Oorlog tegen drugs'. Beeld Ezra Acayan
Sinds de buurtwacht er is, zijn er geen doden meer gevallen in Santa Ana in de 'Oorlog tegen drugs'.Beeld Ezra Acayan

1,3 miljoen verslaafden

Dat drugs een groot probleem is in de Filipijnen, staat vast. Alleen al volgens de officiële cijfers kent het land 1,3 miljoen verslaafden. Veel kinderen worden door de armoede in de armen van drugshandelaren gedreven, de gevangenissen puilen uit. Met name methylamfetamine, in de Filipijnen ‘shabu’ genoemd, is een groot probleem, zegt Gran. ‘We noemen het ook wel de cocaïne van de armen. Het verwoest hun hersenen en maakt dat ze moeten stelen om aan geld te komen.’

Toch heeft ook Dutertes drugsoorlog geen structurele oplossing gebracht. Niet alleen is het aantal verslaafden onverminderd hoog, de prijs van shabu is de afgelopen jaren zelfs gedaald, een teken dat het aanbod is toegenomen.

Het zou een reden kunnen zijn dat de drugsoorlog op een laag pitje is gezet: het aantal doden is flink afgenomen ten opzicht van 2016 en 2017. Politiebaas Romeo Caramat, die een nationale bekendheid werd omdat in zijn district op één dag 32 drugsverdachten werden gedood – gaf in februari tegen persbureau Reuters toe dat de strategie tekortschiet. Het probleem is, zei Caramat, dat de Oorlog vooral de laaggeplaatste drugskoeriers raakt, maar de drugsbazen en hun internationale netwerken buiten schot blijven. Zijn nieuwe strategie is om de kleine dealers onder surveillance te plaatsen om zo ‘de grote drugsbazen’ te pakken.

Duterte zelf gaf vorig jaar de schuld aan corrupte officials die het drugsprobleem niet willen oplossen. ‘De demonen verblijven onder ons’, aldus de president. ‘Het zijn roofdieren die azen op de onschuldigen, de zwakkeren en de mensen zonder stem.’

Het is mede door dit soort uitspraken dat Duterte na vier jaar presidentschap nog altijd bijzonder populair is. Ook de ‘buitengerechtelijke moorden’, zoals de drugsmoorden in de Filipijnen zijn gaan heten, hebben daar weinig aan afgedaan. Diverse peilingen geven aan dat 80 procent van de Filipino’s zijn antidrugscampagne steunt.

Drugswijk ‘Markt 3’

Zelfs in de wijken die het hardst getroffen zijn door de drugsoorlog, is Duterte populair. Neem Markt 3, een beruchte krottenwijk in de haven van Manilla, waar tijdens het hoogtepunt van de drugsoorlog soms wel vijf doden per nacht vielen. ‘Er zijn hier veel doden gevallen, onder wie ook onschuldige slachtoffers, maar het heeft wel een positief effect gehad’, zegt Jasper Vidal, een 18-jarige fietskoerier die op een goede dag 5 euro verdient. ‘Er zijn minder dealers en drugsgebruikers, de buurt is vrediger geworden. Ik steun Duterte.’

Even verderop zit de 64-jarige Teresita Lansangan achter haar marktkraam met groenten, tomaten en zoete aardappels. Ze kijkt uit op een zanderige weg waar de mannen vanwege de warmte hun T-shirts boven hun buik hebben gerold. ‘De drugshandel is duidelijk afgenomen. De dealers die er waren zijn of dood, of zitten in de gevangenis’, zegt Lansangan. ‘Het is goed dat Duterte dit doet. Zo voorkomen we dat onze kinderen in aanraking komen met drugs.’

Maar er klinkt ook kritiek. Even verderop aan North Bay Boulevard, waar in 2016 en 2017 geregeld lijken op straat lagen, zeggen bewoners nog altijd bang te zijn. ‘Vorige week viel de politie het huis hiernaast binnen, terwijl mijn kinderen de winkel bemanden’, zegt Divina Malquitar, die snoep, noedels en nootjes verkoopt. ‘Ik steun het beleid tegen drugs, maar de moorden vind ik niet goed. Er zijn ook mensen doodgeschoten die er niks mee te maken hadden. We zijn nog steeds bang voor de levens van onze mannen, broers en kinderen.’

null Beeld

Lees ook

Op de Filipijnen was de afgelopen jaren sprake van de ‘wijdverbreide en systematische moord op drugsverdachten’. Dat concludeert een rapport dat in opdracht van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties is opgesteld.

De politie gaat zich in veel landen te buiten aan buitensporig geweld bij het handhaven van de lockdown of de avondklok. De Verenigde Naties waarschuwden deze week voor leiders die corona misbruiken om hun macht uit te breiden.

Iedere Filipijn vreest Dutertes doodseskaders. In Manilla mag de politie alles. Wie durft Duterte te weerstaan?