De dood cret vergeten beelden

Frans Bon baarde opzien in Frankrijk met zijn debuutroman en met Rolling Stones, une biographie. Beschrijvende meetkunde helpt hem soms een roman te construeren....

Zijn cv is indrukwekkend: als ingenieur werkte hij onder andere in Bombay, Moskou en Gorg, sinds zijn romandebuut in 1982 publiceerde hij zo'n tien boeken, hij werkte mee aan evenzovele theaterstukken, was in 1997 een van de eersten die een literaire website lanceerden (www.remue.net), digitaliseerde het werk van Rabelais en verzorgt sinds 1990 'schrijf ateliers', voornamelijk voor groepen die doorgaans tot de sociaal zwakkeren worden gerekend: jongeren in banlieus, daklozen en gedetineerden.

Het vierde boek van Frans Bon (1953) dat in Nederlandse vertaling verscheen, Mechaniek, ga je hortend en stotend binnen, je leest het langzaam, en steeds weer terugbladerend. Het zijn herinneringen van Bon aan zijn kindertijd. Eigen herinneringen, maar ook verhalen die zijn vader hem vertelde en die bij de schrijver bovenkwamen na vaders dood. Hij heeft ze opgeschreven in de volgorde waarin ze zich aandienden - en ze nauwelijks bewerkt. Bons vader was, net als zijn grootvader, garagehouder en automonteur, van het merk Citro Het leven van de familie Bon zal altijd met de garage verbonden zijn.

Bon beschrijft beelden en situaties die een verloren tijd laten zien. De tijd van vde supermarkt, 'made in Taiwan' en de automatisering: eigenlijk de hele eerste helft van de vorige eeuw, tot halverwege de jaren zestig.

'Mijn vader en grootvader hielden van mooie mechanische apparaten. Ik heb altijd gedacht dat ik meer op mijn moeder leek, die onderwijzeres was: ik hield van boeken, van de garage moest ik niets hebben. Pas toen ik tijdens mijn ingenieursopleiding in de grote staalfabrieken in de Lorraine kwam te werken, besefte ik dat ik altijd op een plek met machines heb geleefd en dat dat een indruk heeft achtergelaten. De enorme kracht en ook de schoonheid van die fabrieken van wel drie kilometer lang fascineerden me. In die tijd was de keuze voor een technische opleiding een compromis met mijn ouders, maar ik heb er nooit spijt van gehad.'

In Mechaniek vertelt hij dat beschrijvende meetkunde, waar hij helemaal niet goed in was, hem helpt bij de ingewikkelde constructie van een roman. 'Met beschrijvende meetkunde kun je dingen zichtbaar maken die je niet ziet; je kunt bijvoorbeeld de doorsnede tekenen van een snijvlak van een kegel en een cilinder.

'Ook als je met een roman bezig bent, moet je proberen je iets voor te stellen wat nog niet bestaat. Op zinsniveau kun je heel precies werken, je weet hoe een zin moet lopen om juist datgene te laten zien wat je bedoelt. Maar je gaat voort op de tast. Want hoewel je weet dat het boek kort of lang zal worden en je bepaalde intues hebt, weet je niet welke vorm, welke toon het boek uiteindelijk zal hebben. Die openbaart zich pas tijdens het schrijven. Daarom is het zo boeiend om een boek te schrijven: je maakt keuzes, en je schrijft uit eigen beweging, maar tegelijkertijd komt er op het moment dat je schrijft iets anders tevoorschijn, iets wat je niet voorzien had.'

Mechaniek is op die manier ontstaan. 'Door de schok van de dood komen er allerlei beelden naar boven waarvan je dacht dat je ze vergeten was. In de periode waarin ik Mechaniek schreef bekeek ik elke ochtend wat ik de dag ervoor had geschreven en dacht na over wat er in mijn hoofd zat dat met mijn kindertijd is verbonden. Het werkt net als in dromen: je hebt een heel vage herinnering, maar als je je daarop concentreert ga je steeds andere dingen ontdekken. Zo ben ik dus in mijn hoofd door de loods achter in de tuin gelopen waar oude auto's werden gestald, en door het huis van mijn grootouders dat verbonden was met de garage, de slaapkamer, de kamer waar banden werden opgeslagen. Van veel dingen die je als kind nauwelijks zijn verteld, ontdek je dat ze belangrijk moeten zijn geweest. Zoals de kamer waar we niet kwamen omdat dat de kamer was van de baby die mijn grootmoeder had verloren.'

De uitkomst van zijn zoektocht door het labyrint van herinneringen doet er voor hem niet toe. 'Ik houd er juist van als een boek de vorm aanneemt van de weg die het aflegt, dat wil zeggen dat je niet het resultaat laat zien, maar hoe je zelf ergens naartoe bent gelopen. Toen ik begon met Mechaniek, was het voor mij alsof ik het gezicht van mijn vader moest beeldhouwen, alsof ik een beeldhouwer was die een dodenmasker moest maken.'

Als hij eenmaal bezig is, schrijft hij 'zo snel als het komt', maar er moet wel eerst iets zijn dat hem 'triggert'. In dat opzicht is schrijven voor hem niet iets 'vrijwilligs'. 'Ik heb altijd wel ideevoor boeken, maar wat telt is de dag waarop een onderwerp zich aan je opdringt. Zo heb ik gewerkt aan een theaterstuk waarvoor we repeteerden vlak bij een fabriek waar veel mensen waren ontslagen. Op een dag, toen ik daar aankwam, was er net een hijskraan bezig de naam die in letters op de fabriek stond weg te halen. Je zag het woord Daewoo zo de lucht ingaan. En dat beeld, dat woord dat de lucht ingaat, bleef maar in mijn hoofd zitten. Dat moet dan in een boek verdwijnen. En dat boek is nu bijna af.'

Het werken met theatergezelschappen is van een heel andere orde dan het eenzame schrijven aan een roman. Maar voor Bon zijn beide ervaringen waardevol. 'Ik houd van het proces waarin een stuk tot stand komt: de repetities en het lezen van teksten op de vloer. Voor mij is het theater de plek in de stad waar het woord belangrijk is. En toneelteksten schrijven verandert de relatie met je eigen lichaam: theater is natuurlijk het tentoonstellen van het lichaam, en dat verinnerlijk je op het moment dat je schrijft. Wat ik er ook prettig aan vind is dat ik teksten op een acteur schrijf - daardoor heb ik minder last van zelfcensuur.'

Naast zijn literaire activiteiten geeft Frans Bon ook schrijfles. Hij is daarmee begonnen in 1990 op een middelbare school in Courneuve, een 'harde' buitenwijk van Parijs. 'Na mijn debuut heb ik ettelijke beurzen gekregen die me in staat stelden in grote Europese steden te verblijven. Het was een bescheiden inkomen, maar ik kon ervan leven en ik kon blijven schrijven. Maar tien jaar later kwam ik erachter dat ik nog altijd boeken schreef over de periode van vmijn eerste boek. Ik realiseerde me dat de tijd was blijven stilstaan en dat ik van de wereld was afgesneden. Ik had het gevoel dat wanneer ik in de stad was, ik er nog altijd als provinciaal, als toerist kwam. Terwijl ik het in mijn boeken juist over de stad wilde hebben.'

De opmerkingen die jongeren tijdens een voorleessessie in een bibliotheek maakten over schrijvers als Kafka en Beckett, inspireerden hem om met onderricht verder te gaan. Toen hij een aanbod kreeg om voor drie maanden in Courneuve les te geven, nam hij het meteen aan.

Geleidelijk aan kwamen er nieuwe projecten bij. In de buitenwijken van Montpellier heeft hij diverse keren met jongeren gewerkt die net uit de gevangenis waren gekomen, in Bordeaux deed hij een project van een jaar in een jeugdgevangenis, en nu werkt hij met meisjes die een opleiding verzorging volgen en, gezien de vergrijzing, misschien de rest van hun leven in bejaarden- en verzorgingstehuizen zullen werken.

Soms komen zijn ervaringen in een boek terecht: Gevangenis is geschreven na zijn periode in Bordeaux. Altijd leveren zijn ervaringen iets op. 'Nu met die meisjes bijvoorbeeld: wat betekent het voor iemand die zijn leven aan het opbouwen is om dag in dag uit de rest van haar leven mensen naar de dood te begeleiden? Het betreft duizenden jongeren, en het is dus een extreem belangrijke sociale kwestie. Dit soort dingen zal me blijven interesseren. Er heerst onbehagen in de maatschappij. En ik moet een band smeden tussen dat onbehagen en de taal. Voor mij is het een noodzaak dat die band levend blijft.'

In de ateliers d'iture doet Bon dat door zijn studenten passages van schrijvers te laten lezen en ze daarna zelf teksten te laten schrijven. Meestal laat hij de deelnemers werken met een onderwerp dat hem zelf interesseert. Gelooft hij dat je het schrijven van literatuur kan leren? 'Nee, globaal gezien kan dat niet. Voor mij is het grote, compacte, volkomen irrationele bol.

'Het is net als met vioolspelen. Een violist gaat geen concert geven met vingeroefeningen, maar thuis doet hij zijn oefeningen natuurlijk wel. Er zijn oefeningen voor de pols, de elleboog, zijn lichaamshouding, het synchroniseren van de linker- en de rechterhand. Na vijftien of twintig lessen hebben wij elk element van het schrijven behandeld, aan de hand van fragmenten die ik daarvoor heb uitgezocht, en dan weet je wat er in de bol zit. Al begrijp je hem dan nog steeds niet!'

Het is moeilijk te zeggen, zegt hij, of hij zich zelf wel of niet aan 'zijn eigen regels' houdt. 'Je hebt altijd te maken met emoties. En de literatuur moet iets te zeggen hebben. Ze is ernstig en noodzakelijk, en dat houd ik in gedachten. Je bent niet bezig een boeketje bloemen te schilderen.'

Meer over